Sleutelen aan gezonde mensen, om ze nog perfecter te maken, is de trend. Waar blijft het politieke debat? Deel 2 van een tweeluik.
Een nieuwe generatie middelen klopt op de deur: die van de mensverbeteraars. Dit zijn technologieën die er niet op zijn gericht om zieke mensen beter te maken, maar om gezonde mensen nog beter maken: sterker, fitter, slimmer, mooier. De opkomst van deze mensverbeteraars brengt vragen en dilemma’s met zich mee die om een politiek antwoord vragen.
Slechts een enkeling maakt er een punt van. De meesten mensen zijn er al helemaal aan gewend dat de filmsterren, presentatoren en celebrities die op tv voorbij trekken, er door de opkomst van botox steeds gladgestrekener en eenvormiger uit zijn gaan zien. Het is een voorbeeld van een ’mensverbetertechniek’ die zich sluipenderwijs een plek in de samenleving heeft veroverd.
Er zijn nog veel meer van dit soort technieken op komst. ’Breinpeppers’ (medicijnen die de de concentratie en het geheugen versterken), anti-verouderingstechnologie, spierversterkers, conditieverbeteraars, stemmingsverbeteraars, genetische doping: nu al of zeer binnenkort komen ze binnen het bereik van gewone consumenten. En sommigen ervan zullen veel meer impact hebben dan botox, omdat ze niet alleen maar het uiterlijk veranderen, maar ingrijpen op het – als veel wezenlijker beschouwde– innerlijk.
De opkomst van deze middelen en technologieën –ook wel human enhancers genaamd– brengt uiteenlopende vragen en dilemma’s met zich mee. Fundamentele morele vragen, maar ook heel concrete, bijna praktische vragen. Moeten we hier publiek geld in investeren? Vergroten deze middelen de sociaal-economische verschillen tussen mensen? Is de keuzevrijheid voor burgers nog wel gewaarborgd als in de competitieve ratrace maatschappelijke druk ontstaat om deze middelen te gebruiken? Welke mensverbeteringen kun je overlaten aan de persoonlijke smaak en welke vereisen publiek debat en publieke regulering? Is een eventueel verbod van bepaalde middelen te handhaven of zal er een uitgebreide illegale handel ontstaan met alle risico’s van dien?
In kringen van wetenschappers en kunstenaars komen al debatten over het bredere thema van human enhancement. Het politieke debat, daarentegen, beperkt zich tot op heden tot concrete gevallen. Onverklaarbaar is dat niet. Dilemma’s en vragen rond mensverbetering raken immers aan de kern van politieke ideologieën en levensovertuigingen. Het maakt nogal wat uit of je het individuele recht op het zelfontwikkeling als hoogste goed beschouwt, of een op solidariteit gestoelde samenleving nastreeft of uitgaat van een schepper die de mensen en de wereld met een bepaalde bedoeling heeft geschapen. In een land dat altijd wordt geregeerd door coalities moeten rond dit soort vragen steeds moeizame compromissen tot stand worden gebracht.
Afgelopen zomer was zo’n moeizaam compromis nodig om een dreigende kabinetscrisis af te wenden rond een ándere mensverbetertechniek: pre-implantatie genetische diagnostiek (pgd). De controverse ging over de vraag of deze ’embryoselectie’ gebruikt mag worden voor het opsporen van bepaalde typen erfelijke borstkanker in embryo’s. Na een heftig publiek debat werd in de achterkamers een compromis gevonden.
Dat de crisis voor het moment bezworen is, betekent slechts uitstel van executie. Natuurlijk zal de discussie over pgd weer eens oplaaien.
Hoewel de aarzeling van politici om een open en transparant debat aan te gaan over de fundamentele vraagstukken rond mensverbetertechnologieën begrijpelijk is, bevredigend is het niet. Het gaat hier immers bij uitstek om fundamentele vragen over de inrichting en ontwikkeling van de samenleving. Politici zijn bij uitstek degenen die die vragen aan de orde moeten stellen en hun visie moeten geven.
Van politici mogen we verwachten dat ze aangeven hoe ze aankijken tegen fundamentele vraagstukken rond de solidariteit tussen mensen, een rechtvaardige samenleving, keuzevrijheid van individuen versus collectieve belangen. Het zijn immers diezelfde politici die straks moeten beslissen over concrete vragen rond onder meer regulering en veiligheid van verbetertechnologieën.
Zij debatteren straks over vragen als: welke middelen zijn veilig en welke niet? Hoe gaan we een verbod op bepaalde middelen handhaven of komt er een gedoogbeleid? Zijn de middelen alleen verkrijgbaar op dokterrecept of kun je ze straks kopen in de supermarkt?
Alleen als er nu al een open en transparant publiek debat plaatsvindt over de onderliggende fundamentele vragen en als ook politici daarin kleur bekennen, wordt duidelijk welke overwegingen straks –als er concrete beslissingen over concrete technologieën moeten worden genomen - meespelen.
Het wordt tijd dat politici zich gaan mengen in het opkomende debat over mensverbetering. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de door wetenschappers opgeworpen vraag of ‘breinpepper’ als Ritalin moet worden gelegaliseerd voor gezonde mensen. Het middel is nu alleen nog verkrijgbaar op recept.
Deze en andere middelen en technieken dienen zich aan en er zullen mensen zijn die er gebruik van gaan maken. Daarbij is een politieke visie op de bredere trend van mensverbetering nodig. Het alternatief is dat we de komende jaren elke keer weer verrast worden door weer een nieuwe verbetertechniek die op de markt komt of – nog waarschijnlijker – door ongewenste gevolgen van een langzaam populair geworden, (nog) niet gereguleerde techniek. Dat we gaan doormodderen van incident naar incident. Tot we ons uiteindelijk bevinden in een wereld waarin niet alleen de gezichten maar ook de lichamen, de geesten en karakters van mensen gladgestreken en eenvormig zijn geworden.
Is dat erg? Misschien niet als we er als samenleving bewust voor kiezen na open debat en heldere overwegingen. Wel als we die wereld ongemerkt zonder nadenken en discussiëren zijn binnen gegleden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.