*

 

Obama’s dadendrang krijgt de volle ruimte

Frank Kools − 24/01/09, 00:00

Amerikaanse presidenten proberen altijd in hun eerste honderd regeringsdagen zoveel mogelijk besluiten goedgekeurd te krijgen. Daarna neemt hun speelruimte vaak af. Hoe succesvol worden Barack Obama’s honderd dagen? Hoe lang duren zijn wittebroodsweken? Amerika lijkt Obama tijd en ruimte te gunnen.

Barack Obama riep bij zijn beediging tot 44ste president van Amerika eerder deze week steeds de geest van Abraham Lincoln op. Hij volgde per trein dezelfde route naar de hoofdstad Washington DC af als de 16de president. Hij legde de eed af op diens bijbel en at fazant tijdens de lunch, net als Lincoln in 1861. Maar thuis zit Obama al weken met een nieuw boek op schoot, over een andere voorganger: Franklin Roosevelt.

Het bewuste boek beschrijft hoe Roosevelt in 1933 vijf dagen na zijn inauguratie, zijn eerste wetvoorstel, waarmee hij de economische crisis te lijf wilde gaan, naar het Congres zond. Het Huis van Afgevaardigden keurde het zonder hoorzittingen, zonder debat en zonder één amendement goed. De Senaat ging ook snel akkoord, waarna Roosevelt meteen zijn handtekening zette. Het hele proces duurde amper zes uur.

In zijn eerste honderd regeringsdagen stuurde Roosevelt in totaal vijftien ingrijpende wetsvoorstellen naar het Congres, dat ze allemaal goedkeurde. De Democraat leverde daarmee een prestatie zonder weerga in de geschiedenis. En dat terwijl hij voortdurend improviseerde. Voor de meeste wetten had hij geen blauwdruk klaarliggen toen hij aan de macht kwam. Zijn regeringsploeg bedacht ze gaandeweg.

Obama vertelde in een tv-interview hoezeer hij die flitsende start van Roosevelt bewonderde. Niet omdat Roosevelt in het begin „altijd meteen de juiste besluiten nam, maar omdat hij een gevoel van vertrouwen uitstraalde en bereid was om dingen uit te proberen en om te experimenteren, zodat mensen terug aan het werk gingen.”

Roosevelt mocht de lat voor een succesvol begin van een presidentschap erg hoog gelegd hebben, Obama laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Hij zei in hetzelfde interview te hopen dat „mijn regeringsploeg [met die van Roosevelt] kan wedijveren”.

In kringen rond Obama werd zelfs gesuggereerd dat hij een iets flitsendere start kon maken dan Roosevelt. Het idee was dat Obama het Congres snel een stimuleringspakket zou voorleggen om de economische crisis te lijf te gaan. De Democratische meerderheid zou dat goedkeuren nog voordat Obama beëdigd was. Op de dag van zijn aantreden kon die dan meteen zijn eerste anticrisiswet ondertekenen. Aldus zou hij Roosevelts snelheidsrecord van vijf dagen breken.

Die opzet mislukte, door verdeeldheid in Obama’s eigen Democratische partij. Democratische kopstukken keerden zich openlijk tegen zijn plan om het stimuleringsplan voor veertig procent uit belastingverlagingen op te bouwen. Obama hoopte zo ook Republikeinse steun voor zijn pakket te krijgen, maar de Democraten vonden die toegevingen te ver gaan en floten Obama terug. Het wordt nu minstens midden februari voor het Congres de besprekingen over zijn bijgestelde stimuleringsplan afrondt.

Of Democratische partijbaronnen vaak tegen Obama zullen rebelleren, valt nog niet te zeggen. Dat deden ze wel tijdens de regeringen van Bill Clinton en Jimmy Carter, de twee vorige Democratische presidenten. Ze maakten vooral het politieke leven van Carter, die slecht bekend was in Washington, zuur. Obama zal zijn partij in het gelid moeten zien te houden, wil hij echt sterk uit de startblokken komen.

Roosevelt had in zijn honderd dagen de volledige medewerking van de oppositie. „Ik ben er voorstander van om de president alles te geven wat hij maar wil”, stelde de Republikeinse senator voor Kansas Arthur Capper in 1933. Dat geluk lijkt Obama niet te krijgen, hoewel hij voortdurend benadrukt de polarisatie te willen doorbreken. De Republikeinen lieten al meteen na de inauguratie weten hele grote moeite met zijn stimuleringsplan te hebben.

Desondanks blijven de eerste vooruitzichten voor Obama goed. De Republikeinen hebben waarschijnlijk niet genoeg stemmen om het stimuleringspakket te blokkeren, zodat de nieuwe president volgende maand een grote overwinning kan binnenslepen. Het pakket geeft Obama ook alvast vele miljarden voor zaken als energiebeleid en gezondheidszorg, die hem aan het hart gaan. Daarop kan hij later voortbouwen.

Obama begint bovendien goed voorbereid aan zijn regeerperiode. De laatste Democratische president Bill Clinton had nog amper ministers toen hij aantrad. Daardoor holde hij vanaf het begin achter de feiten aan. Een reeks ongelukkige besluiten drukte Clinton meteen in de verdediging, zodat hij de slechtste honderd dagen uit de geschiedenis op zijn naam heeft staan. Obama daarentegen heeft bijna alle posten ingevuld en maakte geen grote misstappen tijdens de voorbereidingen op zijn machtsovername.

Bovendien kan hij profiteren van de grote zucht van Amerika naar verandering en actie. De financiële crisis heeft de oude bezwaren tegen grootschalige overheidsinterventie in de economie weggevaagd. Dat biedt Obama de ruimte om met ambitieuze plannen te komen voor herstructurering van de economie, voor een andere relatie tussen overheid en burger en om, net zoals Roosevelt, met plannen te experimenteren.

Amerika waardeert ook de sobere toon van Obama en zijn oproep tot verzoening. Dat blijkt uit zijn waarderingscijfers, die ongekend hoog zijn voor een nieuwe president. Driekwart van de Amerikanen oordeelt positief over hem. Net zoals Roosevelt straalt hij vertrouwen uit. Dat geeft Obama in elk geval de eerstkomende tijd groot gezag. Dat kan hij gebruiken om verzet in het Congres te breken.

Ook de slechte economie speelt Obama in de kaart. Aan de ene kant „zullen de mensen Obama meer tijd geven dan ze bij elke andere president zouden doen, omdat ze weten dat hij voor ongekende uitdagingen staat”, zei Mark McKinnon, die ooit als media-adviseur werkt voor president Bush, afgelopen week in de New York Times. De crisis haalt volgens hem ook „druk af van wat anders abnormaal hoge verwachtingen zouden zijn”.

In een crisis is het belangrijk dat een president het volk achter zich houdt. Roosevelt was zo’n succesvol president omdat hij via zijn radiopraatjes direct contact onderhield met het volk. Obama is ook een goede communicator. Via de nieuwe media kan hij proberen het volk voor zijn plannen te winnen.

Bill Clinton zei ooit dat zijn presidentiële wittebroodsweken slechts 35 seconden duurden. „Obama heeft de kans om de langste wittebroodsweken in decennia mee te maken”, meent David Gergen, die ooit de presidenten Nixon, Ford, Reagan en Clinton politiek adviseerde. Ook de media-adviseur denkt dat Obama op lange wittebroodsweken kan rekenen. „Ik denk dat hij circa zes maanden krijgt. Dat is zo’n vijfenhalve maand langer dan normaal.”

mailIcon print |