Onder ideale omstandigheden greep Marianne Vos in Hoogerheide voor de tweede maal in haar prille carrière de wereldtitel veldrijden. „De race was beheersbaar”, aldus de Brabantse.
Terwijl de wedstrijd pas één ronde oud was, rekende de vader van Marianne Vos al voorzichtig op een gouden medaille. „Ik had het niet mooier kunnen dromen”, sprak de man stellig. „Alles verloopt exact volgens het boekje.” Een half uur later kon hij de vijfde wereldtitel van zijn dochter begroeten. Vos troefde in een sprint de Duitse titelhoudster Hanka Kupfernagel en Katherine Compton uit de Verenigde Staten (brons) simpel af.
Voor Marianne Vos kwam de zege evenmin als een verrassing. De 21-jarige alleskunner dacht tijdens de koers terug aan het WK in 2006. De race in Hoogerheide leek een kopie van de wereldtitelstrijd in Zeddam te zijn. Onder identieke omstandigheden veroverde ze destijds voor eigen publiek haar eerste regenboogtrui als eliterenner. Het enige verschil was, dat ditmaal voor vandaag geen vwo-examen op het programma stond.
„Het parcours in Zeddam had een harde ondergrond”, vertelde ze. „Ik reed in Nederland. En Kupfernagel pakte zilver. De gelijkenis met dit WK was frappant. Ik moest me ertoe dwingen niet aan de overeenkomsten te denken. Dat was eigenlijk de lastigste klus. De uitslag, al leek die voorbestemd, lag niet vast. Het vasthouden van mijn concentratie kostte me de meeste moeite. Verder was de race beheersbaar.”
Vos benadrukte dat ze wel degelijk pijn had geleden. Toen Compton direct na de start, profiterend van een valpartij, een flink gat sloeg, twijfelde ze aan een goede afloop. Het vermogen van Kupfernagel, die de achtervolging inzette, bood uitkomst. In het wiel van de viervoudig wereldkampioene sloop Vos naar de Amerikaanse koploopster toe. „Het kostte heel veel kracht om haar te volgen”, biechtte ze op. „Ik stond op het punt te breken, toen Hanka de strijd leek te staken.”
Tot geluk van Vos hield de Duitse haar tempo hoog en werd Compton achterhaald. Eenmaal in de kopgroep wist de inwoonster van Babyloniënbroek zich verzekerd van de beste kaarten. Waar zij eventueel kon terugvallen op haar ploeggenoten, moesten haar concurrentes eigenhandig de klus klaren. Daarom weigerde de Nederlandse ook maar een meter in de wind te rijden.
„Ik mis de kracht om twee renners uit het wiel te fietsen”, verklaarde Vos haar defensieve tactiek. „En mocht het tempo eventueel stilvallen, dan kon ik rekenen op drie sterke landgenoten in de groep achtervolgers. Met Daphny van den Brand, Mirjam Melchers en Sanne van Paassen naast me zou het alleen maar eenvoudiger worden. Daarom kon ik die twee rustig het werk laten doen. Ik hoefde alleen maar goed op te letten tot de laatste bocht. Mijn kracht ligt in de sprint.”
De nonchalance waarmee ze haar zege begroette, duidde niet op verzadiging. Na eerdere wereldtitels op de weg, in het veld en op de baan zorgde de vijfde regenboogtrui voor een bevrijdend gevoel. Een kwakkelperiode, waarin ze onder meer brak met haar trainer, eindigde in Hoogerheide abrupt.
„Dit geeft me voldoening”, zei Vos, die alleen haar gouden medaille tijdens de Olympische Spelen van Peking (puntenkoers) mooier vond. „Dat het vandaag misschien makkelijk oogde, zegt niets over de tegenstand. Als het goed gaat, lijkt alles simpel.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.