Op een conferentie in Berlijn rekenden wetenschappers af met oude clichés. Hitlers beulen waren geen perverse sadisten, fanatieke antisemieten of kille bureaucraten.
’Niemand is een moordenaar’, zegt Harald Welzer, ’tot hij zijn eerste moord begaat.’ Welzer hoorde die wijsheid onlangs in de populaire politieserie ’Tatort’. Ze drukt, vindt hij, precies uit hoe het de daders van de Holocaust is vergaan. „Hitlers beulen zijn niet als moordenaars geboren, ze zijn tot moordenaars gemaakt. Heel geleidelijk, haast zonder dat ze het merkten.”
„Dat gaat in tegen een wijdverbreide opvatting”, meent Welzer. „Onderzoekers hebben lange tijd geprobeerd om de motieven van Holocaust-daders te zoeken in hun biografie of in hun persoonlijkheid. Maar het waren heel gewone mensen. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, dacht niemand dat ze ooit tot zulke wreedheden in staat zouden zijn.’
Welzer is sociaal-psycholoog en leidt een historisch onderzoeksteam in Essen. Hij is bekend van het boek ’Daders: Hoe normale mensen massamoordenaars worden’. Hij windt zich enorm op over de hype rond Jonathan Littels vuistdikke roman ’De welwillenden’ over een perverse SS-officier. „Een verschrikkelijk cliché. De Holocaust-daders waren geen decadente sadisten.”
Welzers benadering stond deze week centraal op een internationale conferentie in Berlijn. Die begon op de dag dat op veel plaatsen ’Auschwitz’ werd herdacht. Drie dagen lang spraken wetenschappers, kunstenaars en journalisten over hoe mensen massamoordenaars worden en hoe men dat in de toekomst kan voorkomen.
In zijn openingstoespraak maakte de Britse specialist Richard Overy duidelijk dat de gangbare benaderingen niet meer voldoen. Ze stellen de daders voor als slachtoffers van hun omgeving, onderdrukt door de nazi’s en verblind door de antisemitische ideologie. „Ze maakten wel degelijk bewuste keuzen, op grond van wat hun moreel acceptabel leek”, aldus Overy.
Dus mensen hadden ook andere keuzes kunnen maken? Harald Welzer: „Jazeker. Natuurlijk was er altijd de druk om zich te conformeren aan de nieuwe moraal die hele bevolkingsgroepen van het normale leven uitsloot. Maar er waren ook tal van mensen, vooral hier in Berlijn, die besloten de uitgeslotenen te helpen. Die optie was er wel degelijk.”
Volgens Welzer kwamen mensen tot moorden doordat hun moraal stukje bij beetje ’opnieuw werd geformatteerd’. In het begin dachten ze er niet aan Joden te vermoorden. „Maar dat de Joden van de scholen en universiteiten verdwenen, wende snel. En dat ze op pleinen werden samengedreven en op vrachtwagens werden afgevoerd, was al gauw ook niet meer bijzonder.”
De volgende stap was het moorden zelf. De Duitsers werden niet door antisemitisme gedreven, zoals auteur Daniel Goldhagen veronderstelt in ’Hitlers gewillige beulen’. Het was ook geen koele bureaucratische daad – dat wat Hannah Arendt de ’banaliteit van het kwaad’ noemde. „Ze meenden te handelen volgens de geldende normen van fatsoen”, legt Welzer uit.
Welzer baseert zijn visie op onderzoek van getuigenverslagen, dagboeken, interviews en rechtszaakprotocollen. Onlangs stuitte hij op verrassend nieuw materiaal. „Protocollen van gesprekken die Duitse krijgsgevangen onderling voerden en door de Britten waren afgeluisterd. Gesprekken tussen gewone mensen, die niet vonden dat ze iets hadden misdaan.”
Wanneer mensen sluipenderwijs tot massamoordenaars worden gemaakt, betekent dat dan dat het makkelijk weer kan gebeuren? Welzer: „Het gebeurt zodra men aan het rechtsysteem begint te sleutelen. Dat is precies wat de nazi’s deden. De mensen begonnen het op een gegeven moment normaal te vinden dat voor hele groepen de grondrechten niet meer golden.”
Welzer voegt er waarschuwend aan toe: „Daarom moeten we nu ook zo oppassen dat in de strijd tegen het terrorisme die grondrechten niet opnieuw in het nauw komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.