Voor de derde keer in tien jaar zouden medewerkers van bouwbedrijf Janssen de Jong gefraudeerd hebben. De onderneming hecht veel waarde aan de eigen verantwoordelijkheid van het personeel.
Janssen de Jong is nog steeds een beetje het kleinschalige familiebedrijf dat de overburen meneer De Jong en meneer Janssen in 1939 in het Limburgse Horst hebben opgezet, vindt Eric Krul. Vergis je niet: het bouwbedrijf is uitgegroeid tot het negende van Nederland, zo verzekert de voorzitter van de raad van bestuur. Zijn concern is de grootste wegenbouwer in Limburg, en misschien wel marktleider bedrijfsgebouwen in Zuid-Oost Nederland. Jansen de Jong heeft een omzet van een kleine 600 miljoen euro.
Maar de verantwoordelijkheid ligt nog steeds zoveel mogelijk op de werkvloer, zo stelt Krul. Zo kunnen medewerkers zichzelf ontplooien. De zeventien bedrijven van de Jansen de Jong Groep opereren vaak onder hun eigen naam, en hebben een eigen bedrijfscultuur. „De zwakte zit dan in controle”, erkent Krul nu. „Ons model vraagt om vertrouwen.”
Juist daar ging het mis, blijkt nu Janssen de Jong de spil is in een nieuwe bouwfraudezaak in Limburg. Drie managers en een oud-manager van het bouwbedrijf zijn opgepakt. De medewerkers worden ervan verdacht Limburgse gemeenteambtenaren te hebben omgekocht met cadeaus: kaartjes voor concerten en sportevenementen, etentjes in exclusieve restaurants, buitenlandse reisjes en auto’s. Daarnaast loopt een onderzoek naar verboden prijsafspraken. Justitie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) hebben invallen gedaan bij verschillende vestigingen. Ook vijf andere bouwbedrijven in Limburg zijn verdacht.
„Ik ben verbijsterd”, zegt Krul. „Wij hebben integriteit hoog in het vaandel staan.” Toch zag hij na de landelijke bouwfraudezaak in 2002 geen reden om integriteitregels op papier vast te leggen. Janssen de Jong kreeg toen een boete van 592.000 euro, voor het maken van prijsafspraken bij zes projecten. „Je kunt na ieder incident wel regeltjes opstellen, maar ik weet precies wat daarmee gebeurt”, zegt Krul. Die komen onder in een stoffige la terecht, vreest hij. „Een goede bedrijfscultuur is een betere waarborg voor integriteit. ‘Ga uit van wat je van je moeder thuis geleerd hebt’, zeg ik wel eens.”
Wel komt integriteit aan de orde in de sollicitatiegesprekken met nieuwe managers. Ook de interne opleiding besteedt er aandacht aan. „Maar het is niet zo dat we drie uur over ‘eerlijkheid’ gaan praten”, zegt Krul.
De managers die bij de bouwfraude van 2002 betrokken waren, hebben nog steeds hun baan. Net zoals in de rest van de bouwwereld, haast Krul zich te zeggen. „Anders was de bouwsector onthoofd.”
Wel vertrokken is een medewerker die in 2006 illegaal voor 10.000 euro aan zand, stenen en ander bouwmateriaal leverde aan een ambtenaar van de gemeente Heerlen. Volgens Krul biechtte de betrokkene het verhaal zelf op. Janssen de Jong maakte de zaak publiek.
„Waarom is het altijd het bouwbedrijf dat corrupt genoemd wordt, en niet de gemeente?”, vraagt Krul zich af. Hij vindt zijn bedrijf integer. „Wij willen graag de reputatie van de bouw verbeteren. We dachten een voorbeeld te zijn, maar worden nu weer in de verdediging gedrukt”, verzucht hij. „Hoe zijn we daar toch terechtgekomen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.