*

 

Ontdekking van het vrije leven breekt carrière Hosé

Antal Crielaard − 26/01/09, 00:00

De ster van Brutil Hosé (29) doofde al voor er van enige schittering sprake was. Als groot talent van Ajax vergooide hij een mooie loopbaan. „Dat lag vooral aan mezelf.”

Het gesprek is eigenlijk al afgelopen als Brutil Hosé ineens over zijn moeder begint. Dat is onverwacht; het voormalig talent van Ajax is niet zo’n prater. Hij geeft gedwee antwoord op alles wat hem gevraagd wordt, maar neemt nooit het initiatief. Soms denkt hij lang na over wat hij zegt. Binnensmonds mompelend – alsof hij bang is iets verkeerds te zeggen. Hij kijkt daarbij naar buiten, starend in het niets. „Misschien is mijn carrière ook wel bepaald door de dood van mijn moeder”, zegt hij. „Van haar mocht ik ook niet zoveel.”

Terwijl hij het zegt, klinkt een paar meter verderop gejuich. Aan de bar van de Amsterdamse voetbalclub DWV vieren zijn ploeggenoten van Haaglandia een feestje. De wedstrijd tussen de clubs is gewonnen door de voetballers uit Rijswijk. Op het troosteloze sportpark Elzenhagen bekijkt de geschorste Hosé de wedstrijd vanaf de zijlijn. Hij is één van de weinige toeschouwers bij het duel in de hoofdklasse A. Vijf minuten voor de aftrap staan er slechts 67 belangstellenden langs het veld.

Hosé schudt soms het hoofd als hij naar zijn ploeggenoten kijkt. Dat hij op dit niveau is aanbeland, had hij zelf nooit gedacht. Maar het gebeurde. Als jonge voetballer speelde de Antilliaan met Ajax in de Champions League en lachte de toekomst hem nog toe. Hij was achttien en de wereld lag aan zijn voeten. Letterlijk soms. Hij werd erdoor verzwolgen en ontwaakte pas toen hij zichzelf terugvond op het wedstrijdformulier van een amateurclub. „Ik had het bij Ajax moeten maken. Dat had gekund, maar dat besef kwam te laat.”

In het leven van de jonge Hosé ging veel mis. Het begint met het overlijden van zijn moeder. Hij is dan negen jaar oud en woont nog op Curaçao. In het kielzog van zijn oudere zus trekt hij vervolgens samen met zijn broertje naar Den Helder. Dat bevalt hem wel. De zus laat hem vrij; hij kan doen en laten wat hij wil. „Ze wilde niet dat wij ons slecht voelden. Dat was heel makkelijk”, zegt Hosé.

Het vrije leven duurt een paar jaar. De kleine Antilliaan blijkt een uitstekende voetballer en wordt opgepikt door Ajax. Hosé krijgt onderdak bij de familie Reiziger, de ouders van Michael, die in het eerste van de Amsterdamse club speelt. Van zijn veertiende tot zijn achttiende moet hij zich houden aan de regels van de familie. Met tegenzin. „Ik hield me wel aan de regels”, zegt Hosé. „Ik mocht niet laat naar bed, ik mocht niet uitgaan en alleen goed eten. In mijn achterhoofd was ik echter met andere dingen bezig. Misschien was het anders gelopen als mijn moeder niet was overleden. Zij was ook streng voor me. Dan had ik het vrije leven nooit ontdekt.”

In het veld was de jonge voetballer voorbestemd om een grote speler te worden. Hij wordt geprezen om zijn aanvallende talent. Jeugdopleider Hans Westerhof noemt hem in die periode het grootste talent sinds Patrick Kluivert. Voor Hosé is voetbal op dat moment echter ondergeschikt aan het plezier, aan de status van topvoetballer. „Ik was bezig met genieten. Ik zal niet in details treden, maar ik deed veel dingen die niet goed waren voor een topvoetballer. In die tijd had ik dat niet door.”

Wat volgt is een neerwaartse spiraal. Het toptalent wordt verhuurd, speelt voor clubs als De Graafschap, Sparta, Haarlem en FC Dordrecht. Nergens wordt het een succes. Ook in het buitenland gaat het mis. Hij voetbalt in Griekenland en Katar, probeert het nog in Amerika, maar nergens komt zijn talent boven. „Ik had er meer voor moeten doen. Had me moeten focussen op het voetbal. Het zit ‘m in kleine dingetjes. Buikspieroefeningen bijvoorbeeld. Hartstikke belangrijk. Maar ik deed het nooit. Maar ik heb ook pech gehad, koos na Sigi Lens voor de verkeerde zaakwaarnemers. De man die me naar Amerika zou brengen is overleden nu. Maar oh, wat was die fout.”

Inmiddels is Hosé 29 en voetbalt hij in de hoofdklasse. Een betaald avontuur heeft hij nog niet uit zijn hoofd gezet, maar de echte wil is er niet meer. „Ik ben niet fit. Iets te dik; mijn vriendin kookt veel te lekker man. Vijf kilootjes moeten eraf. Ik heb me erbij neergelegd dat het niet meer lukt. Maar sluit het ook niet uit. Het voetbal heeft me veel goed gebracht. Echt, zo kijk ik erop terug. Ik heb geen spijt, maar zou het nu misschien wel anders doen. Ik kan het nu alleen niet meer terugdraaien. Ik ben er trots op dat ik prof ben geweest. Hoe het nu verder gaat met me? Geen idee. Ik zie het wel.”

mailIcon print |