De muziek van Low wordt wel geschaard onder het kopje slowcore – een rockstroming die zich kenmerkt door zijn langzame tempi en uitgebeende arrangementen – maar de driekoppige band uit Duluth wil zelf niet in dat laatje worden gestopt.
Low is in ieder geval slow; de folky harmonieuze samenzang tussen het mormonenechtpaar gitarist Alan Sparkhaw en de stoïcijns achter haar drumset staande Mimi Parker is hét kenmerk; Sparkhaws grinderige overstuurde gitaarklank en Parkers doodsimpele drumpartijen het belangrijkste staketsel voor de songs; de nieuwe bassist Steve Garrington is Lows kalm wiegende fundament en bijna-terloopse dirigent.
Donderdag speelde Low in de Catherinakerk het slotconcert van het Heartland festival (een samenwerkingsverband tussen het Van Abbemuseum en Muziekcentrum Frits Philips) één lange set van dertig songs – muzikaal ingeleid, gearrangeerd en in een grote boog aan elkaar gelast door de Amerikaans-Nederlandse componist David Dramm. De band stond samen met organist Dominic Blum opgesteld in de kruising van de kerk, met een enorme batterij slagwerkinstrumenten daarachter, en dáár achter weer de zangers van het VocaalLAB.
Tegen de verwachtingen in klonk het geluid in de hoge kerk verbazingwekkend goed. Low speelde lekker rauw en direct, maar werd tegen de rockconventies in bijna nergens snoeihard. Fijn! Ook de elegante maatpakarrangementen van Dramm – met hun ruisende bekkens, stevige drumpatronen, belletjesachtige mallets, strak woe-ende close harmonyzang en VocaalLAB-megafoongefluister – bleven tot in detail hoorbaar. Alleen Blums elektronische orgel raakte nog weleens ondergesneeuwd in de zaalmix.
Het concert begon donderdag als een ritueel, met de zangers van het VocaalLAB en Blum op het grote orgel boven het westportaal. Dramm componeerde als openingsstuk het sonore ’The Wheel of Catherina’, gevolgd door Low met hun ingetogen ’Amazing Grace’.
Lows optreden was tegelijkertijd intiem en indrukwekkend: de sober geklede, geconcentreerd spelende band zelf zag eruit als van de straat geplukt en in een huiskamer neergepoot. Voorman Sparkhaw gaf zijn ingehouden woede stem in even korte als adembenemende solo’s op zijn schurende gitaar – een instrument dat hij rechtstreeks op zijn gekwelde ziel leek te hebben aangesloten.
De smaakvolle lichtshow, de trage eenvoud van de Low-nummers en de gloed van de Dramm-arrangementen maakten het concert tot een vreemdsoortige maar goedbezochte kerkdienst – met een golvende opbouw naar donderpreken als ’Point of Disgust’, ’Canada’ en ’Everybody’s Song’ en het intense ’Murderer’ als confessie aan het slot. Bij de laatste toegift ’Deaf’ kwam Dramm zelf nog even het podium op om mee te raggen op zijn elektrisch gitaar, net zo uitgelaten als het publiek in de uitverkochte Catherinakerk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.