*

 

Geschiedenis zonder herinnering

Dina Chapajeva − 24/01/09, 00:00

Rusland lijdt aan selectief geheugenverlies, vindt Dina Chapajeva. Haar land heeft nooit werkelijk willen afrekenen met het sovjettijdperk. Wat dat betekent voor de moraal illustreert ze aan de hand van de immens populaire Russische fantasyliteratuur.

Het hedendaagse Rusland lijdt aan ernstig geheugenverlies. Het heeft zijn historisch geheugen op merkwaardige wijze selectief gemaakt. Over de manier waarop de misdaden van het sovjetregime de hedendaagse Russische samenleving beïnvloed hebben en nog steeds beïnvloeden, wordt niet gedebatteerd – niet door politici, niet door intellectuelen. Het sovjetverleden is geschiedenis zonder herinnering.

Het duidelijkst blijkt deze selectieve amnesie uit een enquête over het collectieve historische bewustzijn, die in juli 2007 in drie steden – St. Petersburg, Kazan en Oeljanovsk – werd gehouden. Bijna de helft van de ondervraagden gaf hoge cijfers aan het sovjetregime. Volgens 49 procent heeft het sovjetverleden een gunstige uitwerking op het heden, en 44 procent denkt dat de ervaringen met het sovjetregime de huidige ideeën over moraal op een positieve wijze beïnvloeden. Het kan dan ook geen verrassing heten dat Stalin de derde plaats inneemt op de ranglijst van ’aantrekkelijkste staatshoofden’, terwijl slechts 23 procent meent dat hij een negatieve rol speelde in de Russische geschiedenis.

Betekent dit dat de Russen geen weet hebben van hun eigen geschiedenis, dat ze simpelweg geen notie hebben van de Grote Terreur en de misdaden die in de tijd van het sovjetregime gepleegd zijn? Uit dezelfde enquête blijkt dat 92 procent van de ondervraagden weet heeft van de onderdrukkingsmethoden die onder Stalin heersten, en bijna tweederde heeft geen enkele illusie over hoe enorm die terreur is geweest. Bijna tweederde van de ondervraagden schat dat het aantal slachtoffers tussen de tien en vijftien miljoen ligt. Tegelijkertijd vindt 80 procent dat de Russen „niet moeten schromen trots te zijn op hun geschiedenis”. En 66 procent is het eens met de uitspraak dat het Russische volk niet verantwoordelijk is voor de misdaden, begaan onder het sovjetregime.

Begin jaren negentig vonden Russische democraten dat het sovjetregime zich niet alleen als maatschappijvorm of als politiek regime gecompromitteerd had. De ’demystificatie’ door glasnost had van het sovjetverleden niets overgelaten dat de moeite van het herinneren waard was. In de omgangstaal van toen werd het sovjetverleden vaak een ’niet-tijd’ genoemd, een ’gat in de tijdsketen’, een ’onderbreking’ in de stroom des tijds. De historische continuïteit was door vierenzeventig jaar sovjetmacht verstoord en liet een lege ruimte achter. De geschiedenis van de Sovjet-Unie werd niet meer waargenomen als een tijdvak vol historische gebeurtenissen.

Het veroordelen van de ’misdaden van de stalinisten’ werd in de politieke constellatie van de late jaren tachtig en vroege jaren negentig een kortlopend project. Daardoor kon het het bewustzijn van de massa niet heel ingrijpend veranderen. Dat er geen open debat over het misdadige sovjetverleden op gang kwam, was een gemiste kans. Zo bleef de Russen elk gevoel van historische schuld bespaard, en zo werd de basis gelegd voor de geleidelijke restauratie van een positief beeld van de sovjetgeschiedenis.

De stalinistische versie van de Tweede Wereldoorlog speelt een beslissende rol in het vermijden van het nadenken over het sovjetverleden. De herinnering aan deze oorlog is in het historisch bewustzijn van de Russen van grote betekenis. Uit de al eerder geciteerde enquête blijkt dat 76 procent van de ondervraagden gelooft dat de overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog de belangrijkste gebeurtenis is uit de Russische geschiedenis. Deze visie heft politieke verschillen op en brengt tegenstanders met elkaar op één lijn. Elke poging om het gedrag van het sovjetleger tijdens de oorlog in twijfel te trekken, te bekritiseren of zelfs alleen maar te analyseren betekent in zowel liberale als nationalistische ogen een cynische belediging van de helden die met hun dood een onvoorstelbaar offer brachten. Het voorstel in 2007 om een ’herinneringswet’ in te voeren, die elke kritiek op de ’heroïsche offers van de sovjetsoldaten’ zou verbieden, maakte de intensiteit en betekenis van deze herinnering nog eens extra duidelijk.

De feestelijkheden van het jaar 2005, toen zestig jaar overwinning in de Tweede Wereldoorlog gevierd werd, betekenden een belangrijke stap in de reactivering van de oorlogsmythe. Het officiële verhaal luidde ongeveer zo: op 22 juni 1941 werd de vreedzame Sovjet-Unie op laffe wijze door nazi-Duitsland aangevallen. Onder leiding van Stalin redde het sovjetleger de wereld, het land en het sovjetvolk, overwon de vijand van het mensengeslacht en beloonde na deze overwinning de helden. Burgers, trots dat ze hun leven voor de overwinning hadden kunnen opofferen, ondersteunden het sovjetleger bij hun moreel rechtvaardige, romantische en heroïsche strijd. Volgens een nieuw opinieonderzoek is 49 procent van de ondervraagden ervan overtuigd dat 27 miljoen doden een gepaste prijs was voor de overwinning.

De afgelopen jaren hebben de Russische politieke leiders op grond van dit verhaal met succes gezorgd voor nationale (en nationalistische) consensus. De oorlogsmythe werd daadwerkelijk geconstrueerd met het doel om de herinnering aan de goelags en aan het onzinnige en niet te rechtvaardigen lijden van de slachtoffers onder het sovjetsysteem te verdringen. De ’smeltoven’ van de oorlogsmythe stelde de slachtoffers gelijk aan hun moordenaars, en verenigde de samenleving tegen een gemeenschappelijke vijand, de Duitsers.

De belangrijkste functie van de oorlogsmythe is tot op de dag van vandaag om de Russen ervan te verzekeren dat de goelag een onbetekenende episode in de heroïsche sovjetgeschiedenis was.

De oorlogsmythe staat ook de vraag in de weg waarom in Duitsland de herinnering aan de oorlog wél onlosmakelijk verbonden is met de veroordeling van het misdadige naziregime, terwijl in Rusland elke reflectie over het wezen van het sovjetregime onmogelijk is.

De tendens om het stalinisme te zien als een normale ontwikkeling valt duidelijk af te lezen aan de hedendaagse Russische geschiedschrijving, die op haar beurt het historisch bewustzijn van een brede bevolkingslaag beïnvloedt. Historici van naam, zoals Boris N. Mironov, bepleiten dat Rusland een nationale geschiedenis nodig heeft die „het Russische minderwaardigheidscomplex geneest”.

Hoe zijn de gevolgen van deze historische amnesie het best te traceren?

Een mogelijkheid is om te kijken hoe het sovjettijdperk zich in film en literatuur weerspiegelt. En onmiddellijk valt op dat de populariteit van thrillers, misdaadromans en tv-series die zich bezighouden met de periode van Grote Zuivering in Rusland in rap tempo toeneemt. Wat betekent deze groeiende belangstelling voor de terreur? Sadistisch voyeurisme? Ik denk dat vooral het genre van de fantasyliteratuur een dieper inzicht biedt in de toestand van de huidige Russische moraal.

’Collectief Russisch onderbewustzijn’, zo wordt de Russische versie van het genre regelmatig genoemd, ook door de critici. In tegenstelling tot westerse fantasyboeken is het genre in Rusland zeer sterk in het dagelijks leven geworteld. De populariteit staat in contrast tot het onmiskenbaar beperkte literaire talent van de auteurs, die niettemin een cultstatus genieten. Het gebrek aan overtuigende persoonlijke stijl of verbeeldingskracht versterkt de indruk dat hier met de stem van de massa wordt gesproken. Het is de taal van de straat, het gewone Russisch van de voorsteden. In hun zucht naar populariteit zijn de auteurs niet bezig met een hogere opdracht zoals het verlichten of onderrichten van hun lezers of het verheffen van hun morele niveau, maar bevredigen ze juist de dubieuze morele en esthetische verwachtingen van het publiek. Hun enorme populariteit, vooral onder jongeren, toont aan dat ze succes hebben met deze strategie. De fantasyliteratuur openbaart de symptomen van een nieuwe ethische en esthetische realiteit.

Als voorbeeld dienen hier de zeer populaire cultromans ’Nachtwacht’ van Sergej Loekjanenko en ’Taganski’s wegen’ van Vadim Panov. Beide werden verfilmd, dienden als voorbeeld voor een computerspel en kennen zeer hoge oplagen. Typerend voor het genre is ook dat deze romans zich grotendeels baseren op de realiteit, wat ze zeer geschikt maakt voor een analyse van morele en esthetische ontwikkelingen. Voor de personages geldt hetzelfde: het zijn gewone systeembeheerders, doorsneemensen. De doorsneelezer ziet zichzelf op deze wijze heel precies neergezet als positieve held. In beide boeken is de plaats van handeling het hedendaagse Moskou.

Toch zijn de belangrijkste overeenkomsten esthetisch: het credo van deze beide auteurs en ook van hun minder succesvolle concurrenten bestaat eruit dat ze de menselijke wereld afwijzen en afrekenen met het idee dat de mens en zijn waardigheid onze hoogste waarden zijn. De echte helden van deze fantasyliteratuur zijn geen mensen meer. Monsters – vampiers, weerwolven en heksen – hebben hen succesvol verdrongen.

Ze zijn geen belichamingen van de Übermensch in de zin van Nietzsche: het geheim van hun aantrekkingskracht zit ’m in het feit dat zij niet behoren tot de verachtelijke menselijke soort. „Wat geweldig dat ik geen mens ben!”, roept een vampier, de hoofdpersoon van ’Nachtwacht’. Een vampier, gemodelleerd naar het voorbeeld van de Russische geheimagent of politieman verbeeldt het esthetische en morele ideaal.

Natuurlijk hebben de Russische auteurs met hun wereld waarin monsters de plaats van mensen innemen noch een nieuw genre noch een nieuwe esthetiek uitgevonden. Beide tref je al aan in de Engelse gothic novel – de werken van Edgar Allan Poe, Mary Shelley, enzovoort – en ook in de werken van J.R.R. Tolkien, die een verhaal construeerde waarin voor het eerst in de moderne tijd niet-mensen en monsters literaire helden zijn. Zo droeg hij bij aan de ontwikkeling van een gothic esthetiek, maar hij was niet verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een gothic moraal, in de zin waarin ik de term gebruik. De niet-mensen in de Russische fantasyliteratuur onderscheiden zich wezenlijk van de hobbits uit de mythische vertellingen van Tolkien. Tolkien was een gelovig man, zijn monsters worden beoordeeld en veroordeeld volgens de christelijke moraal.

Het gebruik van de term gothic in relatie tot de hedendaagse cultuur vraagt om uitleg. Natuurlijk, het woord verwijst naar de eerste fasen van de westerse, Europese cultuur, zoals ’gotisch’ op zijn beurt verwees naar de Goten die de Romeinse beschaving vernielden. Gotische kunst werd door de denkers en kunstenaars van de Renaissance bekritiseerd omdat het zich niet om het menselijke bekommerde. De filosofen van de Verlichting gebruikten de term als synoniem voor barbarij, ongeletterdheid en obscurantisme.

Deze polemiek in de Europese cultuur duurde voort tot in de twintigste eeuw, toen de symboliek van de Goten de esthetische inspiratie leverde voor het Duitse fascisme. Tegenwoordig verwijst de term gothic naar een breed spectrum van culturele fenomenen: muziek, film, literatuur, kunst en jongerensubculturen.

Bij de analyse van de nieuwe moraal in de Russische fantasyliteratuur moeten we bedenken dat de ondergang van het sovjetregime een morele desoriëntatie tot gevolg had die niemand had verwacht. Het ineenstorten van het communisme, of dat nu vervloekt of gevierd werd, liet een moreel vacuüm ontstaan, een gebrek aan een coherent waardensysteem.

De nieuwe maatschappelijke werkelijkheid veranderde de menselijke verhoudingen. De totale afwijzing van alles wat riekte naar de ’huichelachtige sovjetmoraal’ maakte definitief een einde aan de ongeloofwaardige morele consensus van de Sovjet-Unie. Maar er kwam geen coherent waardensysteem voor in de plaats dat paste bij de nieuwe werkelijkheid van de vrije markteconomie.

Uit onderzoek begin jaren negentig bleek dat de Russische burgers zeer onzeker waren over hoe zij hun nieuwe levensstijl zouden moeten beoordelen. Tegelijkertijd was de Russisch-orthodoxe kerk totaal niet in staat de samenleving een nieuwe bodem te bieden voor een morele consensus.

Het verzet tegen de ’huichelachtige sovjetmoraal’ had geen gevolgen voor de houding tegenover de historische mythologie van de Sovjet-Unie.

De ’heldendaden’ van de Tsjeka (geheime dienst), het Rode Leger in de Tweede Wereldoorlog of van de bolsjewieken tijdens de Oktoberrevolutie zijn nog altijd onbetwiste en positieve voorbeelden van heroïek en patriottisme. Zowel auteurs als lezers kijken met bewondering terug op het tijdperk van de terreur, omdat het nationale geheugenverlies hun geen andere richting heeft gewezen.

„Ik heb er genoeg van – koele kop, heet hart, zuivere handen. Is het toeval dat tijdens de revolutie en de burgeroorlog alle vampiers van het licht tot de Tsjeka toetraden? Is het toeval dat iedereen die dat niet deed door de vampiers van de duisternis gedood werden – of door de mensen die ze probeerden te beschermen? Ze kwamen om door de domheid, de gemene trucs, de lafheid, de afgunst van de mensen.”

Deze monoloog van een vampier, de hoofdpersoon uit ’Nachtwacht’, vat de ’les uit de geschiedenis’ samen en laat zien waar de grenzen liggen van de verwerking van het verleden na het sovjettijdperk. Het beeld van de Tsjeka blijft voor de held een onomstreden ideaal. Het motto van de oprichter van de Tsjeka, Feliks Dzerzjinski – ’Koele kop, heet hart, zuivere handen’ – is de enige morele grondregel die de held overal in het boek herhaalt. Hij wil geen tegenspraak zien tussen zijn positieve houding tegenover de Tsjeka en zijn overtuiging dat het communisme en het nazisme even slecht zijn, zoals überhaupt elk collectief project. Het motto van Dzerzjinksi voert de held geleidelijk naar een radicale ontkenning van het bestaansrecht van de mens. „Mijn leven vergooien om jullie zaak te dienen?” Deze vraag richt de vampier ironisch genoeg aan de mensheid.

De nachtmerrie van deze roman, die volzit met macabere gruweldaden, zit ’m niet alleen in de triomf van bovennatuurlijke krachten ten koste van de mensheid, maar ook in de afwezigheid van elk logisch onderscheid tussen goed en kwaad. Het heeft een kleingeestig egoïsme tot gevolg.

Het verrast niet dat uit een opiniepeiling in 2007 bleek dat 70 procent van de ondervraagden meent dat het Dzerzjinski’s doel was om „de openbare orde en het leven van de staatsburgers te beschermen”. En 46 procent was ervan overtuigd dat hij „probeerde het leven van de eenvoudige mensen te beschermen”. Geen wonder dat Dzerzjinski hoog in de ranglijst staat van ’aantrekkelijkste bolsjewistische leiders’.

Wat is er nieuw aan deze moraal? Het belangrijkste is de houding ten aanzien van de moraal zélf. Moreel gedrag wordt gezien als een ongeluk dat je moet vermijden, iets dat het leven van de helden zeer negatief kan beïnvloeden. „Als deze vent zijn egoïstische trekken op zou geven, zou zijn leven zeker slechter worden. Hoe meer moraal, des te meer ongeluk”, zegt de vampierheld van ’Nachtwacht’.

Zo’n instelling komt voort uit een radicale twijfel aan de plaats die de mens inneemt in een algemeen waardensysteem. De moraal als zodanig kan als een irrelevant atavisme worden afgewezen.

Als we de vampiers, weerwolven en heksen uit de boeken vervangen door politieagenten, gangsters en hun slachtoffers, als we toverkracht en magische objecten tussen haakjes zetten, dan zou de verhalen lijken op een wat fletse beschrijving van het dagelijks leven in Rusland.

De opvallende gelijkwaardigheid van goed en kwaad vormen het hart van de gothic moraal, in ’Nachtwacht’ uitgedrukt door de tegenstelling tussen lichte en donkere vampiers. Hun methoden en doelen worden expliciet vergeleken en gelijkelijk gewaardeerd. Maar de lichte en donkere vampiers zijn niet alleen een metafoor voor het samenvallen van staat en maffia in Rusland. De onmogelijkheid om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden – zo concludeert de held – maakt elke poging om het wel te doen tot absurditeit.

Het ontbreken van criteria waarmee de helden hun eigen oordeel kunnen vellen over goed en kwaad wordt veroorzaakt door het fatale onvermogen om te achterhalen waar het kwaad vandaan komt. Veel verhalen van Vadim Panov draaien expliciet om deze vraag. Zo verschijnen er met enige regelmaat hordes afschuwelijke monsters op aarde. Ze jagen op mensen, verslinden ze ook – bij voorkeur de geliefde van de held. De monsters zijn superieur aan de mens en je kunt niet aan ze ontsnappen – en dus gaat er een jong meisje dood. Niemand weet waar ze vandaan komen en waarom. De auteur blijft erop hameren dat er geen verklaring is, rationeel noch irrationeel: mensen zijn nu eenmaal hun natuurlijke prooi.

De onmogelijkheid om deze bron van het kwaad te verklaren, ethisch of religieus, resulteert in een mystieke angst die een auteur als Panov overdraagt op de lezer. Dat mensen niet meer zijn dan voedsel voor monsters is vreselijk, maar onvermijdelijk, aldus de auteur. Inderdaad, moraal is niet van toepassing op niet-menselijke wezens. En dus staat de interactie tussen mensen en monsters boven de moraal.

Aan het eind van het verhaal vat de held zijn zoektocht naar het verschil tussen goed en kwaad samen. „Wat is morele rechtvaardiging? Wat is vergiffenis of gratie? Ik weet het antwoord niet. Ik kan niets zeggen over mijn daden, zelfs niet tegen mijzelf. Ik gebruik oude, irrelevante dogma’s en principes, die ik niet nodig heb.” Het besef dat het onmogelijk is om plausibele morele criteria te vinden is het opvallendste aspect van deze roman, en misschien wel van het genre als geheel.

Het belangrijkste kenmerk van een gothic moraal is niet het afwijzen van een oud ethisch systeem (bijvoorbeeld de hypocriete sovjetmoraal). En ook niet het omarmen van een nieuwe ethiek (de ’strenge maar rechtvaardige’ regels van de maffia). De gothic moraal is het ontkennen van een abstract waardensysteem dat voor alle leden van een gemeenschap zou moeten gelden.

Die totale ontkenning leidt tot een cultus van geweld. De gothic moraal beschouwt moord als een alledaagse routine – wie telt (dode) mensen mee? „Leven tegenover dood, liefde tegenover haat, en geweld tegenover geweld, want geweld staat boven de moraal”, concludeert de held uit ’Nachtwacht’.

De helden van deze fantasyromans richten zich alleen op hun eigenbelang. Ze zijn de hoogste rechters geworden. Er is geen gezamenlijk begrip van goed of kwaad, zelfs niet tussen leden van dezelfde clan. Abstracte normen en waarden worden maken plaats voor concrete beslissingen die niet gegeneraliseerd kunnen worden. Iedere vorm van altruïsme en elk collectief project zijn in hoge mate bezoedeld. De enige concrete realiteit is de strijd voor het persoonlijk welzijn.

Het enige principe waaraan de held nooit verraad pleegt is zijn loyaliteit aan de baas. Om maar aan de orders van de baas te kunnen voldoen, is hij nooit te beroerd om tegen zijn eigen oordeel in te gaan, zijn ondergeschikten of de groepsnormen te verraden. Zijn ondergeschikten gedragen zich tegenover hem precies zo. Respect voor de bestaande hiërarchie is de belangrijkste en enige onomstreden ’wet’ van de gothic samenleving. Hoe verder de held het schopt in de loop van het verhaal, hoe meer macht hij krijgt dankzij de loyaliteit aan zijn baas. Alleen als hij de hoogste trap in de hiërarchie bereikt, kan de held zo nu en dan proberen om zijn baas ongehoorzaam te zijn. Maar hij hoeft niet te denken dat hij ooit diens positie zal kunnen innemen, want hun aangeboren magische krachten verschillen te veel van elkaar.

Gothic paart moraal aan een diep cultuurpessimisme, aan teleurstelling in de waarden van de beschaving. De vampier: „Voor elke president is er een moordenaar, er zijn duizenden adepten voor elke profeet, die de betekenis van zijn religie verdraaien en die zijn licht kunnen omzetten in het vuur van de inquisitie. Elk boek kan in het vuur eindigen, elke symfonie kan in popmuziek worden omgezet en in cafés worden gedraaid, elke smerige truc kan door een degelijke filosofische theorie gerechtvaardigd worden.”

Gothic elementen zijn deels de Russische samenleving binnengedrongen: in haar motto’s, haar culturele praktijk, haar esthetiek.

Zo zijn in de samenleving van na het sovjetregime de persoonlijke afhankelijkheid van en de persoonlijke loyaliteit aan de baas de belangrijkste criteria om een baan te bemachtigen – belangrijker dan vakkennis, competentie of een reële vacature. Hoe subjectief en gebaseerd op persoonlijke belangen en fobieën de beslissing van de baas ook mag zijn, ze wordt door de ondergeschikten uit loyaliteit geaccepteerd.

De relatie met de baas is de belangrijkste garantie voor je persoonlijke veiligheid. Die wordt daardoor beter gewaarborgd dan door de staat, met zijn notoir corrupte politiekorps. Mensen vertrouwen voor hun bescherming niet op de Grondwet of de rechtsorde, maar op gewapende lijfwachten die ze zelf hebben ingehuurd. Wie niet meedoet aan deze persoonlijke loyaliteitsverhoudingen staat buiten de gothic samenleving en haar privileges.

In deze samenleving worden zowel kantoorbanen als vrije beroepen als erfgoed beschouwd, dat van vader op zoon wordt overgedragen. Een publieke instelling geldt op de eerste plaats als bron van persoonlijk vermogen, of als pseudofeodaal bezit. Promotie die gebaseerd is op persoonlijke verhoudingen en niet op verdienste, is een van de belangrijkste bouwstenen van een gothic samenleving. En politieke besluitvorming beperkt zich tot persoonlijke compromissen tussen bazen.

Zo laat de samenleving een alternatief voor democratie ontstaan, ze profiteert van het slinken van het democratisch gehalte. De gothic samenleving kent geen respect voor individualiteit of privacy en ze moet niets hebben van het idee van mensenrechten.

Het belangrijkste kenmerk van de gothic samenleving is de transformatie van de zogeheten zona. Vanaf de invoering van de goelags hebben de bolsjewieken politieke tegenstanders samen met criminelen gevangengezet. Het sovjetregime beschouwde criminelen als ’maatschappelijk proximaal’. Het was hun toegestaan om criminele normen en waarden aan andere gevangenen op te dringen, om zo de cipiers te ondersteunen.

De gevolgen van deze zona-cultuur zijn tot op de dag van vandaag merkbaar, en niet alleen in de gevangenissen en in het leger. De regels van de zona zijn op vele terreinen gereproduceerd.

Het volledig gebrek aan enig verzet tegen deze kampcultuur en het gebrek aan bereidheid om te na te denken over de geschiedenis van de concentratiekampen maken het huidige Rusland bijzonder kwetsbaar.

Vertaling Andrea Bosman

mailIcon print |