*

 

Belgische eendracht velt Boom

Geert Langendorff − 02/02/09, 00:00

Niels Albert volgde Lars Boom in Hoogerheide op als wereldkampioen veldrijden. De 22-jarige Belg profiteerde van het onbaatzuchtige teamwerk van zijn ploeggenoten.

Grootspraak van Lars Boom in de aanloop naar het WK veldrijden in Hoogerheide leidde indirect zijn val in. De Brabander wakkerde een vuurtje aan bij de Belgische renners door zichzelf te bestempelen als absolute favoriet. Wrevel vormde de aanzet tot de vorming van een hecht collectief. Elk teamlid schoof zijn persoonlijke agenda terzijde om de regenboogtrui af te pakken van Boom. Niels Albert profiteerde optimaal van de Belgische eendracht.

Twee volle rondes mocht Boom dromen van titelprolongatie. In het wiel van ploeggenoot Thijs Al passeerde de Vlijmenaar als eerste de uitgelaten toeschouwers bij de meet. Daarna verdween hij snel uit beeld. De aanblik van vier Vlamingen die in formatie langszij kwamen, bracht een psychologische schok teweeg. Boom raakte achterop, wisselde uit pure wanhoop van fiets en kwam niet meer in zijn ritme.

Terwijl zijn tred vertraagde, ging Albert alleen op avontuur. Zdenek Stybar probeerde mee te springen, maar kon het gat niet dichten. Meer dan een zilveren medaille zat er voor de Tsjech niet in. Daarvoor lag het tempo van Albert te hoog. Sven Nys, die zich lang in een groepje achtervolgers ophield, eindigde na een ontsnapping als derde. Boom finishte uiteindelijk als 20ste, bijna twee minuten na de winnaar.

In een kapelletje dat als perszaal fungeerde maakte Nys met gevoel voor humor een sneer naar de onttroonde Nederlander. Nadat de voormalig wereldkampioen twee sierklompen van een tafel pakte en tegen elkaar sloeg, zei hij olijk: „Geen klomp gehoord”. Albert volgde diens voorbeeld. „Ik beantwoord vragen niet in het Hollands, maar in het Vlaams”, zei de inwoner van Tremelo.

Hun verklaring voor het succes was serieuzer van aard. Een onderonsje in december vormde, verklaarde Nys, de opmaat van een pact. Met Bart Wellens, voorheen een gezworen vijand, sprak hij vóór de wereldbekerrit in Zolder de wens uit Boom te breken. „Samen kunnen we een sterke man als hij verslaan”, zei de Vlaming. „De laatste dagen voor het WK kreeg dat steeds meer gestalte.”

Een combinatie van twijfel én ergernis over de zelfbewuste houding van Boom had een katalyserende werking. Ruzies werden bijgelegd, ego’s opzij geschoven. „Hij kampte met fysieke problemen rond de Kerstdagen”, vertelde Nys. „Lars probeerde zijn onzekerheid daarover te verstoppen, maar ik keek door hem heen. Zulk ongemak kun je niet wegtrainen. Uit onervarenheid bleef hij zich als favoriet bestempelen. Lars speelde het spel verkeerd.”

Het plan om als Belgisch blok de zwaktes van Boom uit te buiten pakte goed uit. „De beste teamrace van de laatste tien jaar”, jubelde Nys. „Voorheen fietsten we met individuen die allemaal zelf wilden winnen. Ditmaal was de atmosfeer anders. Ik vond het een heel fijne ervaring om te rijden met coureurs die voor elkaar door het vuur wilden gaan.”

Nys weigerde Boom af te vallen, al had de Brabander indirect de groepsvorming in de hand gewerkt. „Als grote favoriet sta je er alleen voor. Dat weet ik uit eigen ervaring. Eén tegen allen. Ondoenlijk. Als het dan tegenzit, loop je van binnen vol. De ellende gaat in je kop zitten. In zo’n situatie kom je niet meer terug. Het vasthouden van je stuur wordt al een zwaar karwei. Wij Belgen konden daarom maar één verstandig ding doen: zo koersen.”

In het vooraf geschreven scenario was de beoogde winnaar niet genoemd. Tijdens de race in Hoogerheide dwong Albert de steun van de rest af. „Mijn ploeggenoten hadden vooraf wel een idee”, lachte hij. „Als ik me sterk voel, maak ik plezier en ben ik ontspannen. De vorst hielp een handje. Op een modderige ondergrond kan ik slechter uit de voeten. Alles werkte in mijn voordeel.”

Boom, opvallend stilletjes, uitte zich ingetogen. „Ik ben ook maar een mens.”

mailIcon print |