Het gaat niet om een keus tussen een ’harde’ of een ’zachte’ aanpak. Beide zijn nodig. Als er maar met respect over minderheden wordt gesproken.
De islam is in omvang waarschijnlijk de tweede religie in Nederland. Maar zoals er in de jaren ’80 en ’90 een taboe lag op het bespreekbaar maken van de schaduwzijden van de multiculturele samenleving, rust er nu een taboe op het onder ogen zien van de realiteit van de positie van de islam in ons land. Die positie roept heftige reacties op. Toen ik het in 2007 waagde om in Trouw te zeggen dat Nederland over twee eeuwen misschien wel een joodschristelijke-islamitische cultuur heeft, heette ik ’knettergek’.
Waar komt die angst voor de islam toch vandaan? Op de eerste plaats is de islam voor sommigen synoniem geworden aan fundamentalisme en terrorisme. Een kleine groep moslims gebruikt het geloof als rechtvaardiging voor moordpartijen, recent nog in Mumbai. Bij elke aanslag realiseren we ons dat het ook Nederland kan treffen. Dat maakt angstig en onzeker. Maar de wandaden van een kleine groep mogen niet álle moslims worden aangerekend. Steeds vaker nemen moslims ook zelf stelling. Na ’Fitna’ spanden moslimleiders in Nederland zich in om gematigde reacties te bevorderen.
Angst voor de islam is ook angst voor een onbekende godsdienst, zichtbaar aanwezig in de publieke ruimte. Ineens waren daar de hoofddoeken, weigerden sommige mannen om vrouwen een hand te geven, kwamen er moskeeën met minaretten. Velen van ons voelen zich er ongemakkelijk bij. De buurt, het straatbeeld veranderen –Nederland was toch geseculariseerd?
Niet alleen burgers, ook de overheid moet antwoorden geven op die nieuwe vragen. Mag iedereen zelf bepalen een hoofddoek te dragen of is er een grens? Hoe zit het met handen schudden? Geen makkelijke vragen.
Binnen de PvdA woedt hier momenteel een stevig debat over. De integratienota, die wordt vastgesteld op het partijcongres in maart, noemt verschillende strategieën voor de alledaagse dilemma’s van integratie: normeren (grenzen stellen), confronteren (zeggen dat het je niet bevalt) of tolereren (accepteren dat iemand andere keuzes maakt).
Die driedeling biedt een goed kader voor zowel burgers als bestuurders. Waarbij mensen echter wel tot verschillende conclusies kunnen komen voor hun eigen handelen. Rita Verdonk koos voor ’confronteren’ toen een iman haar geen hand wilde geven. Ikzelf koos, in een vergelijkbare situatie, voor ’confronteren’ én ’tolereren’, door wel te zeggen dat het mij onaangenaam trof dat hij me geen hand wilde geven.
Angst voor de islam kan ook verklaard worden door het feit dat de islam nog weinig in aanraking is gekomen met de kennis en inzichten die de westerse wereld verwierf dankzij de Verlichting. Relatief veel moslims nemen de teksten uit de Koran nog letterlijk. Overigens: conservatieve opvattingen hangen vaak meer samen met de cultuur in het land van herkomst, dan met de islam zelf.
Wat nodig is, is dat de verhouding met de islam wordt genormaliseerd, en wel door de dialoog aan te gaan.
Ook het integratievraagstuk beroert de gemoederen. Het heeft geleid tot polarisatie in de samenleving. Maar nu wordt het tijd om die fase af te sluiten en te bouwen aan een nieuw Nederland, met ruimte voor iedereen, ongeacht geloof, afkomst, sekse of geaardheid.
Lange tijd zijn de problemen van migratie ontkend; misschien hebben we tegen beter weten in weggekeken. Paul Scheffer, met zijn essay ’Het multiculturele drama’, en Pim Fortuyn, als politicus, hebben politici en beleidsmakers wakkergeschud. Dat was nodig. Te lang dachten we dat migranten met wat goede wil wel aansluiting zouden vinden. Dat blijkt helaas niet altijd het geval.
Overlastgevende en criminele groepen Marokkaanse jongens, bijvoorbeeld, dreigen die aansluiting totaal te verliezen. Geen misverstand: voor crimineel gedrag dienen ze gestraft te worden. Maar met 80 procent recidive, lossen straffen het probleem niet op. Deze jongens hebben begeleiding nodig. Hun ouders moeten –vrijwillig, al dan niet gedwongen –leren hun kinderen beter op te voeden, bijvoorbeeld door hen opvoedcursussen aan te bieden .
In het huidige politieke klimaat doet een politicus het pas goed als hij in de overtreffende trap roept om een harde aanpak, om vernederen of het land uitzetten. Ik geneer me voor zo’n politiek klimaat. De harde benadering zal eerder leiden tot verharding van de problemen dan tot oplossingen. Als minister ben ik vaak weggezet als ’theedrinkende, softe tante’. Alsof het zoeken naar werkbare oplossingen beter gaat door je te verschansen achter stoere taal.
Het gaat niet om hard of zacht. Beide zijn nodig. Doorslaggevend is een respectvolle houding en het zoeken naar verbinding. Net zoals je kinderen opvoedt: straffen hoort erbij, maar als ouder maak je ook altijd duidelijk dat het ondanks alles wél je kind blijft.
Ooit zei prinses Máxima dat Nederland niet één, uniforme, afgeronde identiteit heeft, maar gevormd is door een rijke diversiteit. Een waarheid als een koe, maar blijkbaar ook een open zenuw. Als een land geconfronteerd wordt met grote groepen migranten, dwingt dat die samenleving tot het opnieuw beantwoorden van de vraag: ’Wie zijn wij?’ Dat proces is volop gaande.
Tijdens mijn ministerschap heb ik uitgedragen dat de toon van het integratiedebat belangrijk is. Die toon beviel mij niet, de laatste jaren. Hij was gericht op polarisatie, op problemen in plaats van wat goed gaat, op uitsluiting in plaats van verbinding. Die kritiek is me niet in dank afgenomen, ook niet binnen de PvdA. Maar ik blijf die boodschap uitdragen. Omdat de werkelijkheid recht moet worden gedaan.
Die werkelijkheid is dat integratie problemen veroorzaakt, maar ook veel positieve ontwikkelingen kent. Migranten en hun kinderen vinden steeds beter aansluiting bij de Nederlandse samenleving. Al 12 procent van de migrantenkinderen volgt hoger onderwijs, een verdubbeling. Velen vonden werk. Natuurlijk is de achterstand nog lang niet weggewerkt.
In de VS laat een zwarte president zien dat het mogelijk is om enerzijds de ogen niet te sluiten voor problemen, en anderzijds burgers hoop en perspectief te bieden. Dat zou toch ook in Nederland mogelijk moeten zijn. Iedere burger van dit land kan daar zijn steentje aan bijdragen.
Dit is een samenvatting van een lezing, 26 januari, in de Maranathakerk Den Haag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.