*

 

Overlevenden horen bij herdenken ’Srebrenica’

Selma Leydesdorff − 27/01/09, 00:00

Europa wil een jaarlijkse Srebrenica-herdenking. Vreemd dat het hier zo stil is over dat initiatief.

  • Een Bosnische moslim knielt bij het graf van zijn familie. Op de begraafplaats vlakbij Srebrenica liggen duizenden vermoorde Bosnische moslims. (AP)

Europa gaat voortaan jaarlijks –op 11 juli– gezamenlijk de val van Srebrenica herdenken. Het Europees Parlement heeft daartoe op 15 januari een resolutie aangenomen. In de overweging van de resolutie staat ’dat de instelling van een herdenkingsdag het beste middel is om de slachtoffers van de massamoorden te herdenken en dat dit een duidelijke boodschap vormt voor komende generaties’ .

Er is in de resolutie een terechte waarschuwing voor de toekomst die actueel is: een luid ’Nooit Weer!’ Een oproep ook om die processen in voormalig Joegoslavië te steunen die kunnen leiden tot verzoening en tot rust in de samenleving.

Ook al is het voorlopig papier, het zou wel onze belangstelling moeten hebben. De komende decennia zal de misdaad, waarbij de wereld toezag, herdacht worden en dat moment van stilstaan wordt daarbij een waarschuwing.

Het aannemen van de resolutie kreeg weinig aandacht in Nederland. Men praat hier weliswaar altijd over ’Srebrenica’ en de gebeurtenissen rondom de val van de enclave maakt deel uit van de nationale historische canon. We leven in een land waar de medegevoel met slachtoffers bijna vanzelfsprekend lijkt, maar dat medegevoel is er kennelijk helaas lang niet altijd.

Waarom krijgt deze voor de overlevenden zo belangrijke beslissing geen aandacht in de media, zou men zich kunnen afvragen. Een simpele verklaring is dat de resolutie niet gaat over de Nederlandse obsessie, de rol van Dutchbat (de Nederlandse soldaten). Daar lijkt het over te moeten gaan als we spreken over Srebrenica. Naar hen wordt ook geluisterd als het om ooggetuigen gaat, niet naar de slachtoffers. Of in ieder geval te weinig.

Laatst zei een Dutchbatter tegen mij: „Ik weet hoe het was, want ik was daar”. Ja, hij was er en hij wist hoe het was om erbij te staan. Laten we wel precies zijn: erbij staan is traumatiserend, maar het is toch wat anders dan inzet zijn van een niets ontziende politiek van geweld. Dat zijn andere herinneringen.

Maar wat en vooral wie gaan we herdenken? Waar halen we kennis vandaan, die niet gaat over Dutchbat (en dus over toekijken) maar over de ervaringen van slachtoffers zelf. Waar halen we die herinneringen vandaan, hoe bewaren we ze en hoe wordt de herinnering opgetekend?

Het is het soort vragen waar ook de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog de eerste 25 jaar mee te maken heeft gehad. Overlevenden van de Tweede Wereldoorlog hebben aanvankelijk de grootste moeite gehad gehoor te vinden, terwijl zij wel de behoefte voelden om te getuigen, vooral om de wereld te waarschuwen dergelijke wreedheid niet te herhalen.

Het is gegroeid, en langzaam is de wereld gaan luisteren. Niet naar aanklachten, maar naar vaak literaire verhalen die door wat ze vertelden een ander soort aanklacht inhielden dan de juridische. Door dat te lezen, werd men er zich van bewust dat het ging om mensen die op beestachtige wijze beschadigd waren.

Na moeizaam de condities van de moord op een nogal abstracte wijze te hebben bestudeerd in de vorm van aantallen, aard van het kamp, hebben mijn vakgenoten langzaam geleerd echt naar de overlevenden te kijken.

Er is een parallel. Het grote verschil met ’Srebrenica’ is echter gelegen in het feit dat er ook geschiedenis geschreven wordt door het Joegoslavië-tribunaal. Dat is een grote rol gaan spelen en het zal die blijven spelen in de manier waarop de herinnering wordt opgebouwd. Immers, daar in Den Haag bestaat de instantie waar de geschiedenis van de misdaad keer op keer wordt verteld en vervolgens opgetekend.

Het is de plek waar de slachtoffers spreken en er ontstaat daar weer een nieuwe herinnering op basis van getuigenissen. Deze komt naast de overheersende discussie over de herinneringen van de Nederlandse soldaten tot nu toe.

De resolutie van het Europees Parlement kan, mits degelijk uitgevoerd, ertoe bijdragen dat het verhaal gehoord wordt. Net als in de geschiedenis van de Holocaust verschijnen vooral in Bosnië gedenkboeken, geschreven verslagen, theaterstukken, en er is een oratorium aan ’Srebrenica’ gewijd.

Ook in Nederland zijn de eerste boeken gepubliceerd, en Nederland is het enige land buiten Bosnië waar ’Srebrenica’ herdacht wordt. Wij Nederlanders hebben er nu eenmaal meer dan enig ander land mee te maken.

De dialoog met de overlevenden van Srebrenica zou een bewuste volgende stap moeten zijn en dat kan niet vrijblijvend zijn. Het vereist een heel andere houding dan elkaar in de rechtszaal zien, maar is de consequentie van de wens respectvol en dus samen met de overlevenden te herdenken.

De resolutie zou dus verregaande gevolgen moeten hebben.

Selma Leydesdorff
hoogleraar oral history en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam

mailIcon print |