Het regent pijpestelen in Rotterdam. Op het stationsplein wappert oude kerstverlichting. Ook de oliebollenkraam staat er nog. Zoete, vette lucht. Dan, opeens: voetballende vrouwen in een warme vallei, tussen de bergen, ergens ver weg. Meters breed bewegen ze over de gevel van een Rotterdams gebouw, tussen station en schouwburgplein.
Nee, dit is geen reclame voor sportkleding. Er wordt ook geen nieuw deodorant of parfum aangeprezen. De voetballende vrouwen zijn gefilmd door de Mexicaanse regisseur Carlos Reygadas die een paar jaar geleden de filmwereld binnenkwam als de Mexicaanse Tarkovski. Reygadas ging – samen met regisseurs Guy Maddin en Nanouk Leopold – in op het verzoek van het Filmfestival van Rotterdam om een film te maken die voor de verandering buiten – op een Rotterdamse gevel – kon worden geprojecteerd.
Het festival wilde het wel eens over de alomtegenwoordigheid van het beeldscherm hebben. We maken films met en kijken films op onze mobiele telefoons. We turen naar computerschermen, tv-schermen, bioscoopschermen. In de trein van Parijs naar Amsterdam zat eerder deze week een meisje vier uur lang te schaken, op haar laptop, tegen een virtuele tegenstander. Tussendoor hield ze de schermpjes van haar gsm en iPod in de gaten.
De mogelijkheid om in sneltreinvaart over een supersnelle internetverbinding te beschikken was er ook, al moest voor wifi nog wel apart worden betaald. Hier en daar was het mobiele kantoor in volle werking. Een Fransman gebood zijn luid ’skypende’ buurman op een gegeven moment om stilte.
Als mensen meer en meer elektronica met zich meedragen, wat doet dat dan precies met de openbare ruimte? De Amerikaanse filmcriticus Jonathan Rosenbaum – een gerespecteerde en graag geziene gast hier op het Rotterdamse filmfestival – weigert een mobiele telefoon aan te schaffen. Waarom? „Heel simpel”, zegt Rosenbaum, „ik vind het ongemanierd om in het bijzijn van anderen te telefoneren, en ik denk ook dat je met een telefoon aan je oor minder goed je omgeving ervaart. Straten, mensen, geuren, kleuren.”
Wat doet Isabella Rossellini met de openbare ruimte? De Canadese regisseur Guy Maddin had een fantasie die hij niet meer uit zijn hoofd kreeg: Isabella Rossellini op de elektrische stoel. En zo gebeurde: in het zeven minuten durende ’Send Me To The ’Lectric Chair’ zit de actrice op een houten folterstoel. Hoe meer elektroshocks ze krijgt, hoe extatischer ze wordt.
Het is een beetje ’La Belle et la Bete’, het laten schuren van schoonheid en lelijkheid. Maar evenals voor de 420 minuten durende ’Close-Up’ die Nanouk Leopold samen met beeldend kunstenaar Daan Emmen maakte, is het ook wat eenzaam voor Isabella, daar boven, op die koude, natte gevel.
Ook Reygadas’ voetballende vrouwen werken zich in het zweet, maar wat is de projectie vaag, je kunt nauwelijks iets onderscheiden.
In januari dragen we dikke wollen mutsen en gaan we weggedoken onder paraplu’s. Niet echt een jaargetijde om het effect van gevelfilms te onderzoeken op voorbijgangers, in de openbare ruimte. Carlos Reygadas zou zijn ’Serenghetti’ – die met 80 minuten redelijk op speelfilmlengte is – ook wel binnen in een Rotterdamse zaal willen vertonen. Lijkt me wel een goed idee. Kunnen wij ons buiten weer concentreren op de geur van oude oliebollen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.