*

 

Een roman als minimal music

Bas Belleman − 24/01/09, 00:00

Mark Boog is een gevierd dichter. Maar zijn proza is minstens zo boeiend, vindt Bas Belleman.

Hoofdpersonen van schrijver en dichter Mark Boog herken je uit duizenden. Het zijn tergend lamlendige types, die hun gebrek aan emotionele intelligentie willen compenseren met hun denkvermogen, maar steevast schiet ook dat denkvermogen in een verkeerde groef. Onderkoeld, om niet te zeggen kil, brengen ze verslag uit van hun avonturen en ideeën. In Boogs nieuwe roman ’Ik begrijp de moordenaar’ is dat niet anders.

„Ik begrijp de moordenaar, maar de minnaar begrijp ik niet”, schrijft de ik-figuur, een rechercheur die bijna met pensioen gaat en nog even een blik mag werpen op een dertig jaar oude moordzaak. Zo’n uitspraak is typerend: de man snapt het geweld, maar niet de liefde. De breuk, maar niet de toenadering.

Nu is de moord waar dit boek om draait door een minnaar gepleegd, dus dat compliceert de kwestie: moordenaar en minnaar vallen samen. Hoe kun je een moord begrijpen als je niet het hart kunt peilen van de man die de kogels afvuurde?

Zelf ziet de ik-figuur dat nauwelijks als probleem. Hij zet het motief tussen haakjes en richt zich alleen op het moorden. Zoals detectiveschrijvers op zoek zijn naar de perfecte moord, legt hij uit, zo verlangt hij naar de ’perfecte moordenaar’. „De moordenaar heeft alles onder controle. Zijn administratie is altijd op orde.” De rechercheur waardeert de ’zuivere schoonheid’ van de moord.

Nee, dan de liefde. Die heb je niet zelf in de hand. Je kunt haar hooguit per ongeluk vinden, en toevallig overkomt dat de hoofdpersoon: „Sindsdien verkeer ik in een permanente staat van onthutsing, maalt mijn brein voortdurend en koortsachtig. Maar het geleverde graan deugt niet, en het meel dus ook niet. Geen conclusies, geen plausibele theorieën, geen aanknopingspunten.”

Boog kan het mooi opschrijven. Het mag een wonder heten dat zo’n lethargisch personage, dat nergens toe komt en weinig begrijpt, zo boeiend blijft. Dat is het raadsel van Boogs proza. Zijn gedichten, waar hij de VSB Poëzieprijs voor kreeg, oogsten ook veel waardering, maar mij raken ze niet. Zijn proza wel, al is het niet altijd even beklemmend als in dit boek.

Beklemmend wordt het vooral dankzij de vrouw op wie de hoofdpersoon verliefd wordt: de weduwe van de man die dertig jaar geleden voor de moord werd veroordeeld. Deze mediagenieke vrouw bracht met haar hartstochtelijke pleidooien zoveel teweeg, dat de zaak werd heropend. Wegens gebrek aan bewijs ging de moordenaar toen alsnog vrijuit. X wordt hij in het boek genoemd. Die letter zal een knipoog zijn naar de wieken van de molen waarin de moord destijds is gepleegd.

De sluimerende vraag – die nergens hardop wordt gesteld – is of die vrouw haar toenmalige geliefde heeft overgehaald de moord te plegen. En zo ja, zal zij ook haar nieuwe geliefde tot moord drijven?

Zich vaag bewust van het gevaar werkt de rechercheur onverdroten aan een reconstructie van het misdrijf. „Ik verplaats me in anderen. Beter gezegd: ik verplaats anderen in mij. Dat gaat gemakkelijk, want er is plaats genoeg. Het is het risico waard, meen ik.” Hij oppert zelfs dat zijn liefde voor de weduwe onderdeel is van het inleven, alsof hij zakelijk handelt.

Overigens is dat weer zo’n typerende Boog-bewering, ’ik verplaats anderen in mij’; de hoofdpersoon is immers zo leeg als maar gaat. Boog maakt een soort minimal music van zijn roman. Hij heeft een toon en een thema te pakken en daar varieert hij op. Langzaam schuift hij er ook iets van een ontwikkeling in. Het dringt tot de vierenzestigjarige politieman door dat hij iets heeft in te halen. Hij leefde altijd zo onopvallend en saai mogelijk, maar begint nu te vermoeden dat er meer uit het leven te halen valt. Hij overwint bijvoorbeeld zijn schroom om te drinken. „Ik kan er niet goed tegen. Dat is heerlijk. Ik raak van de wereld, wat bewijst dat ik er was.”

Het boek is ook ’minimaal’ van omvang. Honderdzestig pagina’s telt het. Niets te veel of te weinig. Boog is het type schrijver dat het graag beknopt houdt. Gelukkig blijft zijn oeuvre gestaag groeien.

mailIcon print |