Idealen zijn mooi, maar hoe breng je ze in je persoonlijk leven in de praktijk? In ’De idealisten’ van de Amerikaanse Zoë Heller blijkt een vooruitstrevende vrouw geen beste moeder, en al helemaal niet de moderne, vrijdenkende echtgenote die ze eigenlijk had willen worden.
Meet the Litvinoffs! Hij is een succesvol, charismatische advocaat. Zijn Engelse vrouw Audrey schept er genoegen zich zo excentriek mogelijk te gedragen. Links en vooruitstrevend is dit paar, en zo hebben zij hun twee volwassen dochters en hun aangenomen zoon grootgebracht. Toch zijn alle gezinsleden ongelukkig.
Wat er mis kan gaan in een gezin dat schijnbaar alles heeft (elkaar, geld, status, opleiding, intellectuele capaciteiten), dat is waar het in Zoë Hellers derde roman, ’De Idealisten’, om draait. Haar benadering is verrassend, want aanvankelijk introduceert ze de pater familias, advocaat Joel, als het toppunt van vitaliteit: „Op zijn tweeënzestigste zag zijn naakte lichaam er nog steeds geweldig uit. Zijn benen waren sterk. Zijn borstkas [...] was breed. Zijn penis was dik en lang genoeg om gezellig tegen zijn bovenbeen te tikken terwijl hij naar de badkamer liep.” Om deze man draait het hele boek, denk je dan. Maar al in het volgende hoofdstuk wordt Joel na een beroerte in comateuze toestand naar het ziekenhuis vervoerd en is zijn rol weer uitgespeeld.
De rest van de familie komt over als een stelletje pompeuze minkukels. Zoonlief, voortdurend stoned, wil naar Ground Zero om te lunchen. Wie weet daar nog een leuk restaurantje? Dikke dochter Karla laat zich koeioneren door een horkerige echtgenoot. Dochter Rosa dreigt haar marxistische levensovertuiging te verruilen voor het joodse orthodoxe geloof, precies dat jodendom waar haar ouders met zo veel aplomb afstand van hebben genomen: de familie stuurt uitnodigingen voor bar mitswa’s standaard retour met een krabbeltje erop dat God niet bestaat.
Toch houden juist deze, met allerlei problemen worstelende familieleden stand, terwijl de altijd zo ongecompliceerd door het leven gaande Joel in coma ligt.
Dat Heller zo demonstratief laat zien dat het leven aan waarde wint als je het niet alles op een presenteerblaadje krijgt aangeboden, geeft de roman een moralistische, en ook wel erg Amerikaanse, ondertoon. In haar vorige roman, ’Kroniek van een schandaal’ over twee leraressen waarvan er eentje een verhouding met een vijftienjarige leerling kreeg, ontbrak nou juist dat gemoraliseer, en dat gaf het boek lucht.
Maar geestig en scherp is ’De idealisten’ wel. Vooral het personage van moeder Audrey staat als een huis. Haar extreem linkse standpunten zijn door haar echtgenoot altijd beschouwd als iets exotisch: „Vrouwen hadden het recht er onredelijke politieke ideeën op na te houden, vond hij.” Maar al Audreys goede bedoelingen ten spijt, blijkt ze het linkse gedachtegoed niet in de persoonlijke sfeer te kunnen toepassen. Haar kinderen hebben nooit op haar kunnen rekenen. Voor Audrey waren zij ’mensen in opleiding’ en ’onbeholpen volwassenen’. De kleine drama’s van het kinderleven verveelden haar. En nu haar kinderen dertigers zijn, gaat ze als volwassenen met hen om, maar geliefde familieleden zullen ze nooit worden.
Audreys relatie met haar echtgenoot blijkt zelfs nog rampzaliger dan die met haar kinderen. Bijna terloops lees je dat zij en Joel vroeger al medelijden voelden met de stakkers ’die hun geliefden per se in leven wilden houden wanneer deze even weinig voelden als pastinaken’. Zelf waren ze, als atheïsten, nergens bang voor, want na de dood zou toch alles ophouden. Nu Joel doodziek is en de arts voorstelt dat het misschien tijd wordt de behandeling te staken, blijkt die vaste overtuiging weinig waard.
De boodschap is duidelijk: idealen zijn mooi, maar moeilijk in de praktijk te brengen. En wat voor overtuigingen je ook hebt, op een gegeven moment zul je ze ter discussie moeten stellen, ook al wordt je daar in de eerste instantie, zoals de personages in deze roman, niet gelukkiger van.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.