*

 

Navo-landen kunnen Obama niet bijbenen in Afghanistan

Frans Dijkstra − 19/02/09, 00:00

President Obama maakt zijn verkiezingsbelofte waar en stuurt veel extra militairen naar Afghanistan. De Europese Navo-landen staan met de mond vol tanden.

  • (Trouw)
  • Isaf-militairen hebben in Camp Warehouse, bij Kaboel, een afstandenpaal gefabriceerd. (FOTO AFP)

Afghanistan staat hoog op de agenda van de Navo-ministers van defensie die elkaar vandaag en morgen in Polen weer eens diep in de ogen kijken. Het is een zogeheten informele bijeenkomst, wat betekent dat ze geen beslissingen hoeven nemen. Dat geeft tijd om eens goed door te praten over hoe ze de Afghaanse strijd denken te gaan winnen.

Obama heeft al gekozen: minder troepen in Irak en meer in Afghanistan. Eerst 17.000 man extra, later oplopend tot mogelijk 30.000. Nu vechten er 33.000 Amerikanen in Afghanistan.

De Europese Navo-landen zuchten en steunen om de Amerikanen bij te houden. „We zijn van 7000 naar 28.000 man gegaan, maar steeds worden de doelen weer hoger gesteld”, klaagt een Europese diplomaat in het Brusselse Navo-hoofdkwartier.

Vervelend voor de Europese Navo-landen is ook dat de Europese Unie, waarvan ze bijna allemaal ook lid zijn, er niet veel van bakt in Afghanistan. De EU had beloofd om politie (onder leiding van Duitsland) en justitie (Italiƫ) van de grond te krijgen. Want dat zijn burgertaken, waarvan de Navo zich als militaire organisatie afzijdig wil houden.

De Duitsers zijn jammerlijk mislukt als politietrainers en ze hebben de leiding stilletjes overgedragen aan Denemarken. De EU heeft nog maar 175 van de beloofde 400 politiemensen in Afghanistan. Ondertussen stomen de Amerikanen door met maar liefst zesduizend politietrainers in hun deel van het land.

De Navo vraagt zich nu af of zijzelf toch aan de politietraining moet beginnen. „Politie is essentieel voor de ontwikkeling van de burgermaatschappij”, zegt Navo-woordvoerder James Appathurai. „Er is nu een nieuwe minister van binnenlandse zaken in Afghanistan die het vertrouwen geeft dat het kan lukken.”

Toch groeit de spanning tussen de Afghaanse regering en de internationale troepenmacht. President Karzai wil meer te vertellen krijgen over de militaire operaties. Vooral het groeiende aantal burgerdoden is moeilijk te verteren, vooral nu er in augustus verkiezingen zijn.

Volgens de VN is het aantal burgerdoden in 2008 met veertig procent toegenomen tot 2118. De taliban en andere strijdgroepen doodden de meeste burgers, maar de VS, Navo en de Afghaanse militairen zelf zouden verantwoordelijk zijn voor 829 ofwel 39 procent van de burgerslachtoffers, vooral door luchtaanvallen.

Het is een omstreden telling. De Navo maakte deze week voor het eerst eigen cijfers bekend en die zijn veel lager: 97 burgerdoden door de Navo-troepen, 150 door de Amerikanen. „Het is heel moeilijk om precies te bepalen wie er burgers zijn”, zegt een hoge militair op het Navo-hoofdkwartier. „Het ene moment hebben ze een geweer in handen, even later staan ze met een schoffel in de tuin. Als na een luchtaanval de wapens van de doden worden weggenomen, kun je moord brand schreeuwen dat ze burgers waren. We moeten sneller ter plaatse zijn om bewijzen te verzamelen.”

De Afghaanse regering heeft meer redenen om zelf beslissingen te nemen. „Buitenlandse donoren volgen hun eigen wensen, niet de behoefte”, zei Hekmat Karzai van het Afghaanse Centrum voor conflict- en vredesstudies bij een bezoek aan het Europees Parlement. „De taliban hebben tweehonderd scholen verwoest die door buitenlanders zijn gebouwd, maar geen enkele school die door ons eigen Nationaal Solidariteitsprogramma is neergezet. Die eigen scholen zijn er gekomen dankzij overeenstemming in de dorpen. Dat kunnen alleen wijzelf bereiken.”

mailIcon print |