*

 

Eenzaam pionieren in Blauwestad

Ellis Ellenbroek − 31/01/09, 00:00

Het wil niet vlotten in Blauwestad. Slechts honderd huishoudens streken er neer. De verkoop van grond was vorig jaar nihil, terwijl nooit bewoonde huizen alweer te koop staan. Toch zijn de bewoners veelal enthousiast.

I love Blauwestad staat er op de sticker. Een paar duizend plakplaatjes hebben de bewoners van het splinternieuwe dorp laten drukken. Om iedereen duidelijk te maken: wij zijn hier op onze plek. Ze zijn nog maar met honderd huishoudens aan het speciaal gegraven Oldambtmeer, en die huishoudens vinden het tijd voor een charmeoffensief. Daarom ook zetten zij daags voor Kerst een knoert van een advertentie in het Dagblad van het Noorden.

De eerste bewoners van het wonen-aan-het-water-project in Oost-Groningen zeggen dat ze de negatieve publiciteit zat zijn. Maar die publiciteit is er natuurlijk niet zomaar. Het prestigieuze plan om in de voormalige graanrepubliek van Oost-Groningen een meer met luxewoningen te maken, komt niet echt van de grond.

Het Oldambtmeer ligt er intussen schitterend bij. Pas was het nog decor voor het Nederlands Kampioenschap ijszeilen en er zwemmen al allerlei vissen rond. Maar met de mensen wil het niet vlotten. Sinds de start van de verkoop in 2005 zijn maar 150 kavels verkocht aan particulieren. 2008 was een regelrecht dieptepunt. De provincie Groningen noteerde slechts negen verkochte kavels en tot overmaat van ramp trokken twee van de drie investeerders zich terug. Van provinciaal paradepaardje was Blauwestad een hoofdpijndossier geworden.

Op een nevelige, koude dag is Jaco van Pieterson (36) bij zijn huis aan het klussen met zijn vader. Jaco durft het wel aan, straks verhuist hij hier naartoe met zijn vrouw Margreet. Ze wilden van twee-onder-een-kap in Sappemeer naar vrijstaand, maar dachten dat ze dat niet konden betalen. Wel dus. Een van de kleinere kavels aan de Cantharel, een straat met ruime villa’s, kostte hen 125.000 euro, het huis dat erop staat 250.000.

Henk Merk (45) en zijn vrouw ontdekten Blauwestad rondrijdend in hun cabriolet. Het stel uit Zuidlaren zocht naar iets ruimers. „We dachten helemaal niet aan Oost-Groningen. Uit nieuwsgierigheid gingen we kijken en toen heeft het ons geraakt.”

„In Zuidlaren is de grondprijs 300 euro per vierkante meter, hier kun je voor minder dan 200 terecht, en dan krijg je er een haventje en een steiger bij’’, zegt Merk die aan het meer een woning van bescheiden omvang liet neerzetten, maar vervolgens door collega’s op het werk aan de universiteit van Groningen meewarig werd aangekeken: Goh, woon jij in Blauwestad*

Merk en Van Pieterson hebben geen kinderen en die zie je op deze zaterdag ook nauwelijks. Moet toeval zijn, ze zijn er wel, zegt Van Pieterson, die meteen maar het misverstand uit de weg ruimt dat er geen fatsoenlijke scholen in de buurt zouden zijn.

Jaco, die consultant is, kwam voor de stilte naar Blauwestad. „Als ik de hele week gewerkt heb, wil ik rust.” Ook de anderen lieten zich drijven door een verlangen naar rust, ruimte en mooi uitzicht. „Een schilder kan het zo mooi niet schilderen”, jubelt Evert Koops (53), vertegenwoordiger in de doe-het-zelfbranche en buurman van Henk Merk. Hij ontdekte het project vijf jaar geleden bij het joggen en bemachtigde een mooi hoekkavel op een eiland in de wijk Het Riet. Met echtgenote Tjaatdina, ambtenaar in Winschoten, bouwde hij er iets fraais, geïnspireerd op een bergwoning. Ze gingen steeds kijken bij de bouw. Tjaatdina: „’s Avonds, ’s nachts, overdag.”

Nu gaan ze bij de nieuwe buren op visite in een bootje, bewonderen bij harde wind de schuimkopjes op de golven, maken tochtjes in de zeilboot, of liggen ’s zomers in stoelen op hun steiger. Muggen? Welnee. Koops: „Daar is over nagedacht, die zitten aan de andere kant van het meer.”

Hij is verliefd op Blauwestad: „Moderne architectuur in Noordoost-Groningen!” Waarbij nog eens de gunstige ligging komt. Vertegenwoordiger Koops kan via Duitsland plankgas naar de Randstad, Jaco van Pieterson is binnen een half uur in Groningen, waar hij momenteel bij de IBG en TNT Post gedetacheerd is. Henk Merk weet nog een voordeeltje: „Bunde is dichtbij, om goedkoop boodschappen te doen.”

De advertentie waarin de bewoners Blauwestad eigenhandig tot succes uitroepen en verklaren dat het er elke dag vakantie is, stond alleen in de Winschoter editie van het Dagblad van het Noorden. „Een budgettaire kwestie’’, noemt Henk Merk dat. Maar het gekke is wel: veel bewoners die hier voet aan wal zetten, komen uit de buurt.

Dat was heel anders bedoeld: Blauwestad, zo heette het, werd met name voor westerlingen gerealiseerd, senioren met voldoende geld om de kwakkelende economie van Oost-Groningen op te peppen. Vrieso Staal (42) zette daar direct al vraagtekens bij. „Al dat landelijke reclamegeld vond ik absurd. Als je als westerling rust en ruimte zoekt, koop je ergens een boerderijtje, dan ga je niet hier tussen de kinderen zitten.”

Een van de grootste huizen in de wijk De Wei is van Staal, zijn vrouw en hun kinderen van zes en twaalf. Ze komen uit Veendam en zochten daar eerst vergeefs naar een kavel in een nieuwbouwplan. In Blauwestad bleek het vervullen van dromen veel makkelijker: een dubbele garage, een botenhuis voor de drie boten.” Patserig? Staal relativeert: „In Veendam hadden we drie badkamers.”

Gevraagd naar de tegenvallende kavelverkoop komen ze in de top van de Blauwestadorganisatie steevast aan met het huidige infarct op de woningmarkt. Mensen willen wel, zegt directeur Jan Postema, maar ze raken hun eigen huis niet kwijt. Dat is ook de reden dat bij sommige gloednieuwe Blauwestadbouwsels al te koop-bordjes in de tuin staan nog voor er iemand heeft gewoond.

De bewoners van het eerste uur zijn er zeker van dat het hier volstroomt als de economie aantrekt. „Het is net even dat tandwiel van de economie dat vastzit”, sust Evert Koops. Vrieso Staal zegt: „Alle handel ligt op zijn reet. Iedereen merkt dat het minder gaat.” Hij ondervindt het zelf ook, in zijn computerzaak in Winschoten.

Jaco van Pieterson meent dat de Blauwestadorganisatie de hand ook in eigen boezem moet steken. Door absurd hoge eisen te stellen aan de ontwerpen, snijdt het project zichzelf in de vingers en haken geïnteresseerden ontmoedigd af. Hij weet waar hij over praat. „Wat kostte het veel moeite ons huis erdoor te krijgen.”

Van Pieterson kan kostelijk vertellen over zijn belevenissen met het ontwerpteam. Iedereen moet daar met de bouwtekeningen langs. Blauwestad noemt het ’een service’ om nieuwkomers te helpen binnen het beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan te blijven. Maar voor Van Pieterson leek het eerder de politie. „Onze entree was bijvoorbeeld niet symmetrisch genoeg.”

Een mediator schoof uiteindelijk aan bij de moeizame ontmoetingen tussen het echtpaar Van Pieterson en het ontwerpteam. „Als ik vroeg wát ik moest veranderen, kreeg ik geen antwoord. Dat was aan mij. Die mediator drong erop aan dat ze tóch duidelijk maakten hoe het dan wel moest.”

Van Pieterson kent verhalen van lotgenoten die uit wanhoop hun kavel teruggaven. „Die kwamen er niet langs.” Zelf ruilde hij in de moeilijke startfase zijn Duitse bouwer in voor een bedrijf uit Drachten. De Duitsers zijn goedkoop en dus bouwen ze veel in Blauwestad, maar Van Pieterson miste begeleiding. „Bij die Duitse bouwer was ik de architect, maar dat ben ik natuurlijk niet.”

„Het is de prijs voor het pionieren”, stelt Van Pieterson berustend vast. En nu het huis haast klaar is, ligt de beloning te wachten. „Als ik naar de bouwmarkt rijd, kom ik onderweg twee hazen tegen, drie buizerds, reeën en aalscholvers die zitten te drogen.”

Evert Koops herkent zich niet in het relaas van Van Pieterson. Hij noemt de begeleiding van het ontwerpteam ’klasse’: „Je moet je gewoon goed laten voorlichten en aan de regels houden.”

Directeur Jan Postema van de projectorganisatie Blauwestad zegt dat het geen ramp is als de ontwikkeling van het provinciale paradepaardje wat jaartjes langer duurt. Maar op het provinciehuis van Groningen persten ze er eind vorig jaar toch een noodgreep uit om de vaart er weer in te brengen. Groningen investeerde al meer dan negentig miljoen in infrastructuur, zoals vaarverbindingen en een rotonde, stilstand in Blauwestad kan de provincie niet gebruiken. Dat vinden ook de horecamensen, de zeilschoolhouders, de fietsverhuurders en de andere recreatieondernemers – verenigd in het Blauwe Lint - die op het Oldambtgebied zijn afgekomen. En dus kreeg Koop Holding, de enige overgebleven marktpartij, meer armslag. De provincie hevelt versneld grond naar Koop over, zodat de investeerder, die bouwt onder de naam Geveke, de grond kan verhypotheken. Koop kreeg afgelopen december nog 26 hectare en nu tot 2016 jaarlijks 120 tot 140 hectare.

Een zoektocht naar meer investeerders komt op gang. En de Provinciale Staten hebben, zoals Provinciale Staten dat doen, gevraagd om een onderzoek naar de toekomstige ontwikkeling van Blauwestad. Binnen afzienbare tijd wordt aan de oostkant van de stad Groningen Meerstad gegraven, ook een reusachtige waterplas, waaraan in vijfentwintig jaar duizenden woningen worden gebouwd. Het zou een concurrent kunnen zijn.

Misschien moet het deftige eraf in Blauwestad, roepen sommigen. Waarom eigenlijk geen twee-onder-een-kappers voor mensen die die villa, dat landhuis of dat vrijstaande chalet niet kunnen betalen? De bewoners zouden er niet zo mee zitten. Er worden hier al projectwoningen aangeboden, zegt Jaco van Pieterson. „Als het maar geen eenheidsworst wordt.”

Veel Blauwestadpioniers vinden het trouwens ook geen ramp als de buren zich niet meteen in dikke rijen aandienen. Rust is immers juist wat ze hier zochten.

mailIcon print |