*

 

Meevoelen met het spook

Jann Ruyters − 27/01/09, 00:00

In het programma ’Hungry Ghosts’ laat het Filmfestival in Rotterdam het publiek kennismaken met moderne Aziatische ghost stories. „Japanse horrorfilms eindigen altijd met de suggestie dat de geest nog rondwaart.”

Er is iets raars aan de hand in het oude appartementencomplex in Hongkong waar twintiger Nam met zijn broer en ouders woont. Eerst springen er zomaar mensen van het balkon af. Dan begint Nam die mensen in het gebouw terug te zien. Eentje ligt bloedend op de grond in de lift, een ander op de vloer in de gang. Nam ziet ze een seconde, en ze zijn weer verdwenen.

Nams broer Tung gedraagt zich ook vreemd. Hij grauwt met zware stem ’Houd je mond!’, geraakt in apathie, plast in zijn broek. Langzaam raken Nam en zijn moeder ervan overtuigd dat er een kwaadaardige demon in Tung is gevaren. Als Nam bij zijn ouders oppert dat die geest moet worden uitgedreven, weert zijn vader dat af. „Je gelooft toch niet in die onzin. Dat is iets van vroeger, voor onderontwikkelde mensen. Stuur hem naar de dokter!”

De dokter? Alsof een dokter soelaas biedt! De occulte horrorkijker weet wel beter. ’White Science meets Black Magic’, noemde Carol Clover dat proces in haar standaardwerk over de horrorfilm: ’Men, Women and Chainsaws’. Het beroemdste voorbeeld is ’The Excorcist’, waarin de arme moeder van de arme Regan met haar dochter (ronddraaiend hoofd, groene kots, vreemde stem) psychiaters en medici afloopt tot ze erachter komt dat er een priester aan te pas moet komen.

Clover analyseerde het vaste recept achter klassieke westerse occulte thrillers als ’The Excorcist’, ’Carrie’, ’The Omen’, ’Poltergeist’, ’Don’t Look Now’. In die films draaide de plot om een man in crisis; een ongelovige westerling die door de confrontatie met geest of duivel langzaam tot het besef komt dat er meer is tussen hemel en aarde dan hij met zijn rationele geest kan verklaren. „Het is belachelijk”, roept Donald Sutherland in ’Don’t Look Now’ wanneer zijn vrouw Julie Christie ervan overtuigd raakt dat ze via een medium in contact kunnen komen met hun verdronken dochtertje. „Ik ga me daar een beetje inlaten met twee van die neurotische oude vrouwen en hun mumbo jumbo.” Ja, en daar moet hij toch op terugkomen.

Op het Filmfestival in Rotterdam kun je dit jaar in het programma ’Hungry Ghosts’ kennismaken met moderne Aziatische ’ghost stories’. Spookfilms die volgens programmeur Gertjan Zuilhof afwijken van de westerse traditie, omdat in AziĆ« geesten wel voor vol worden aangezien. Daar hoeft niemand te worden overgehaald om zich open te stellen. Volgens Zuilhof tekent dit geloof in geesten de Aziatische spookverhalen. De films zijn anders, omdat de mensen die de verhalen over geesten, demonen en andere verschijningen vertellen zelf in die verschijningen geloven.

Het zijn snelle generalisaties natuurlijk (het programma bevat heel verschillende films uit Hongkong, de Filippijnen, IndonesiĆ«, Japan, Thailand, Vietnam) en in het westen zijn de televisiemediums ook zeer populair, maar je hoeft maar een paar van de films in het programma te zien om iets te gaan voelen van dat sterkere geloof. Zeker heeft dat ook te maken met het feit dat alles vreemd is in een film uit Hongkong of Japan – de taal, het landschap, de kleuren – en dat je van een geest dus minder vreemd opkijkt. Maar de geesten hebben in sommige van de Aziatische films ook een sterker verhaal. Zoals het Japanse schoolmeisje Kikuyu in ’Nightmare Detective 2’, dat door drie van haar klasgenootjes in een donkere schuur is opgesloten, daarbij haar verstand verloor en sindsdien rondwaart in de nachtmerries van een van haar belagers. Geen geest die je zomaar kunt uitbannen; ze heeft een punt. Ze verdwijnt ook niet. „Japanse horrorfilms eindigen altijd met de suggestie dat de geest nog ergens rondwaart”, schreef romanschrijver Koji Suzuki, schrijver van Ringu en Honugurai mizu no soko kara, naar aanleiding van de Amerikaanse remakes van zijn films. De geest wordt niet uitgebannen omdat de Japanners de geesten niet alleen als vijanden zien. „We leven in een droomwereld, omringd door geesten uit het verleden met wie we vrede moeten zien te sluiten.”

Dat is een andere houding dan de katholieke traditie achter de occulte Hollywoodfilms van Clover waarin de bezetenheid vaak seksuele vormen aanneemt, en die zonde met rozenkrans en gebed moet worden bestreden. Toch ga je als je dit programma volgt vooral veel kruisbestuivingen zien tussen beide tradities. Zoals de sceptische vader in ’Yes, I can see dead people’ die het geloof in geesten afdoet als dom bijgeloof, en de katholieke symbolen waar de door demonen belaagde lesbische meisjes in de Filippijnen in ’Three Days of Darkness’ een beroep op doen.

En andersom herken je de grote invloed van de Japanse horrorfilm op het Amerikaanse genre nu. Niet alleen via de recente remakes van beroemde Japanse horrorfilms zoals ’The Grudge’, ’The Ring’, ’Dark Water’. Ook in de niet op een Aziatisch origineel gebaseerde westerse spookfilms doemt die invloed op.

Recentere klassiekers binnen het genre gaan niet meer uit van een man in crisis – nu is de geest zelf in de war. Mooie, droefgeestige spookverhalen als ’The Sixth Sense’ (met Bruce Willis) en ’The Others’ met Nicole Kidman draaien om geesten die rondwaren tussen de levenden, en niet goed weten waarom hun contact met de buitenwereld zo gemankeerd is. Heel tragisch is het verhaal van psychiater Bruce Willis die in ’The Sixth Sense’ een doodsbang negenjarig jongetje helpt dat door geesten wordt bezocht. „I see dead people”, fluistert het jongetje als Willis aandringt dat hij moet zeggen wat er aan de hand is. De psychiater helpt het jongetje om met die gave te leren leven en pas aan het slot realiseert hij zich dat hij daarin alleen maar slaagde omdat hij zelf een van die doden is. Daarom kon hij het jongetje bereiken, maar zijn geliefde vrouw niet meer. Diepe, diepe eenzaamheid rijst op uit deze geestverhalen: het spook kan niet worden uitgebannen. Wij zijn het zelf. Een sterker geloof in de geest kan bijna niet.

mailIcon print |