Deelname aan kunst- en antiekbeurzen stimuleert de omzet en vergroot het internationale prestige. Dat is nodig ook, nu de kunsthandel wordt geconfronteerd met de crisis. Hoewel: „De meesten van ons deden het verrassend goed.”
Kunst- en antiekhandelaren zijn gematigd optimistisch bij aanvang van het voorjaarsseizoen. Nu de boeken van het afgelopen jaar zijn gesloten, wordt duidelijk wat de gevolgen van de economische recessie voor hen zijn. Tegelijkertijd overwegen zij nu aan welke belangrijke kunstbeurzen ze het komende half jaar gaan deelnemen.
Deelname aan dit soort beurzen is belangrijk. Het verleent de handel niet alleen goede publiciteit, het stimuleert ook de omzet en vergroot het prestige op internationaal niveau.
Zo streven, getuige de ellenlange wachtlijst bij de organisatie, honderden handelaren naar een plek op de TEFAF die in maart van dit jaar traditiegetrouw in het MECC in Maastricht wordt gehouden. Maar ook deelname aan de BRAFA, de Brussels Antiques & Fine Arts Fair in de art nouveau magazijnen van Tour & Taxis in het noordelijke havenkwartier van Brussel, staat tegenwoordig hoog in aanzien. Deze beurs, die het afgelopen weekeinde voor de 54ste keer openging, biedt galerieruimtes aan ruim 140 deelnemers, waarvan iets meer dan de helft niet uit België komt.
Aan de BRAFA (vroeger de Antiekbeurs van België geheten) doen maar liefst zeven Nederlandse kunst- en antiekhandelaren mee. Een aantal van hen heeft net op de PAN in Amsterdam geëxposeerd en daar heerste een opgeluchte stemming.
„Je kon op de PAN natuurlijk wel merken dat er economisch iets verkeerd gaat, maar de meesten van ons deden het verrassend goed”, zegt Peter Pappot, die op de BRAFA met een prachtige collectie 19de en 20ste eeuwse schilderijen komt. Pappot zag zijn omzet in 2008 met twee procent dalen ten opzichte van het jaar daarvoor. „Niets om je druk over te maken, maar de onkosten stegen vorig jaar wel fors. Dat betekent dat je toch alle zeilen moet bijzetten.”
Pappot richt zich met zijn schilderijen, waarmee hij de romantiek en de vroeg-modernen in de 20ste eeuw bestrijkt, op een publiek dat niet gek opkijkt bij het zien van prijskaartjes in de orde van 30.000 tot 50.000 euro. (Zijn ’Marktgezicht’ van W. Koekkoek is wat dat betreft een forse uitschieter.) „De mensen die dat kunnen betalen, zijn van middelbare leeftijd. Vaak hoeven ze niet meer te werken. Ze zijn ook nauwelijks door de recessie geraakt, al merk je wel dat ze wat sneller op safe spelen.”
Pappot denkt wat dat betreft dat de handel in de komende tijd met koopjesjagers wordt geconfronteerd. „Je merkt bij sommige handelaren dat ze bereid zijn met bodemprijzen te werken, om toch maar aan omzet te komen. Daarmee dreigt een enorme verstoring van de markt. Als mensen denken dat kwaliteit voor weinig geld weg kan, begint iedereen aan die kwaliteit te twijfelen. Maar ook verzamelaars kunnen in financiële nood komen. Dan ben je snel bereid om je bezit voor dumpprijzen te verkopen.”
De hardste financiële klappen zijn gevallen bij kopers in het hoogste segment, zeg maar boven de twee, drie ton. Een Portugese kunsthandelaar, die de BRAFA laat schieten om met zijn 17de eeuwse schilderkunst naar de TEFAF te gaan, houdt zijn hart vast. „Ik heb klanten die vorig jaar miljoenen op de beurs zagen verdampen. Die hebben nu de grootste moeite om financieel overeind te blijven. Ze bellen me nu al op dat ze Maastricht dit jaar overslaan. Het weerhoudt me er overigens niet van om deel te nemen aan de TEFAF. Als je daar eenmaal bent geaccepteerd, kun je niet afhaken. Dat zou een geweldig gezichtsverlies betekenen.”
Anderzijds wordt, afgaande op geruchten uit de financiële wereld, steeds vaker de vraag gesteld of oude kunst en antiek een alternatief zijn voor beleggers die door de financiële beurzen kopschuw zijn geworden. „Kunst is een betrouwbare investering”, zegt Grethe Zeberg, directeur van de organisatie van de BRAFA. „Je moet dan aan oude kunst denken, want ik denk dat trendgevoelige en eigentijdse kunst in waarde zal dalen. Oude kunst heeft in de afgelopen decennia zijn waarde behouden, ook de zeldzame stukken. U moet wel bedenken dat oude kunst een defensieve belegging vormt. Men moet de moed hebben om te wachten. Ik verwacht ook niet dat de BRAFA door een geheel nieuwe cliëntèle zal worden bezocht. Die blijft door de crisis weg. Onze vaste klanten hebben een goed advies nodig als ze willen beleggen, vooropgesteld dat ze voor kwaliteit kiezen. Op die categorie moet de beurs inzetten.”
Peter Pappot zag de beleggers al eerder binnenkomen. „Ik werk met een groep van enige tientallen private investors. Dat zijn verzamelaars die voorzichtig beginnen te kopen en elk jaar een steeds beter werk zoeken. Ze kopen en verkopen dus, en zien de kunst als een betrouwbare investering.”
Maar zeker niet iedereen is gecharmeerd van de beleggerswereld. J.B.A.M. Ott uit Zutphen is een allround antiekhandelaar die op de BRAFA met een uitgelezen collectie porselein, klokken, meubilair en zilver komt. Zulke antiquairs zijn de laatste jaren schaars geworden, omdat iedereen voor specialisatie gaat. Zo kwam hij een uitzonderlijk mooie cartelklok (Lodewijk XV) op het spoor, naast een al even rococo-sierlijke muurfontein in Delfts blauw, maar in Arnhem vervaardigd. Ott knapt af op klanten die meteen naar prijzen beginnen te vragen. „Misschien is het wel typisch Nederlands om dat te doen, maar ik haak onmiddellijk af. Kijk naar de kwaliteit en als die je aanstaat, weet je ook of je zo’n object wilt hebben of niet. Ik zie helemaal niets in beleggen in kunst. Koop een stuk van waarde en het zal die waarde behouden. Verwacht niet dat je over twee jaar een flink rendement zult maken, maar kunst wordt met een generatie of wat beslist duurder. Ga voor werkelijke kwaliteit, dan heb je elke keer dat je het werk bekijkt een fikse rente van je geld.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.