Kort nadat Trouw-redacteur Pieter van der Ven (1943) vorig jaar stopte met werken, veranderde zijn leven. Vandaag deel 3 van een zevenluik.
Inmiddels was neurochirurg dr. C. in ons leven gekomen. Je kunt zo’n ’pannenkoek’ wegsnijden, stemt hij in. Een operatie dus. De woorden vallen voor het eerst: Aan je kop. Tot dusver hoorde ik bij de gelukkige zestigers die nog nooit in het leven iets naars was overkomen – geen blindedarm, gebroken arm, spataderen, laat staan een apoplectisch abces. Geen bypasses, ritmestoornis of welk medisch ongerief dan ook.
De jonge chirurg is er niet een van ’ha, snijden maar’. Hij wijst op risico’s. Het meningeoom (in de linkerhersenhelft) is onaangenaam dicht genesteld tegen de grens van het taalcentrum – (ben ik daarom zo weinig schrijfs?). Eén onschuldig uitschietertje en je hoort/ leest van de voormalige Trouw-journalist zeker nooit meer één woord – misschien zal hij in het ergste geval zelfs nooit meer één woord herkennen. Aan de andere kant zit het ding het motorisch centrum in de weg. Beelden van eenzijdige verlamming doemen op.
Voor zichzelf uit mijmerend zegt de dokter: „We kunnen natuurlijk voor de zekerheid die randjes ook wel bestralen.” Ik voel het bloed als het ware uit mijn hoofd wegstromen: bestralen. Die vent heeft het over bestralen! Ik houd me groot, zoals ik dat van huis uit ben gewend; ik vertrek geen spier, gun zo’n jong doktertje niet dat hij iets aan me ziet: bestralen, bestralen!
De dokter babbelt door. Gelukkig houdt mijn wederhelft nog een beetje haar aandacht bij de les. Ik ben er even niet. Bestralen schijnt overigens nog niet per se het ergste van het ergste te betekenen, niet in de zin van ’een voorbode van nog slechter nieuws’. Maar dat moet je op zo’n moment maar geloven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.