Het kabinet wil het aantal koopzondagen beperken. Rotterdam bepleit juist ruimere openstelling van winkels. „Een medicijn tegen de kredietcrisis.”
De Rotterdamse wethouder Dominic Schrijer is sinds afgelopen najaar naast wethouder sociale zaken en werkgelegenheid ook ’hoofdaannemer kredietcrisis’. Hij gaat over de vijftienduizend Poolse flexwerkers in de stad van wie velen werken in de conjunctuurgevoelige haven en bouwsector. Anderhalve week geleden opende hij vijf mobiliteitscentra die moeten voorkomen dat ontslagen werknemers in de bijstand belanden. Ook mengt hij zich in het landelijk debat over wat het kabinet kan doen om de gevolgen van de kredietcrisis te dempen.
Toen de ondernemers van winkelcentrum Alexandrium aan de oostkant van Rotterdam in het najaar bij hem aanklopten voor verruiming van de winkeltijden, bedacht Schrijer zich geen moment. Alexandrium, de afgelopen jaren uitgegroeid van meubelboulevard tot compleet winkelcentrum, is in tegenstelling tot soortgelijke concurrenten in Roosendaal, Roermond, Lelystad en Amsterdam nog niet elke zondag open. Als dit wel het geval zou zijn, dan levert dit 80 à 120 miljoen extra omzet en 4 à 500 arbeidsplaatsen op, rekent Schrijer voor. Een zeer welkome economische injectie in tijden van economische krimp.
Onder druk van de ChristenUnie wil het kabinet het aantal koopzondagen juist aan banden leggen. In 157 gemeenten zijn de winkels inmiddels meer dan één zondag per maand open om de toeristen te bedienen.
Volgens minister Van der Hoeven (economische zaken) zijn niet al die gemeenten toeristische trekpleisters en moet daar de zondagsopening worden teruggebracht tot twaalf zondagen per jaar. Alexandrium, nu twintig zondagen per jaar open en niet gezegend met een Dolfinarium of congrescentrum om de hoek, zou dat 40 à 60 miljoen omzet en 5 à 600 banen kosten. „En dat is nog conservatief ingeschat”, zegt de wethouder. „In dit soort shopping malls wordt vaak de helft van de omzet in het weekeinde gemaakt.”
Van het kabinet moeten gemeenten straks motiveren waarom een gebied extra koopzondagen krijgt. Tegen zo’n aanwijzing kan bezwaar worden aangetekend bij de bestuursrechter. De Rotterdamse wethouder voorspelt ’bureaucratie en jarenlange procedures’. „Dat levert een janboel op, dat wil je niet weten. Er kan zelfs in Winschoten bezwaar worden gemaakt tegen de Rotterdamse zondagopening. Of door een of andere christelijke splintergroepering.”
Schrijer verwijt het kabinet een ouderwetse visie op toerisme. „Het kabinet meet het aantal buitenlandse toeristen dat ergens komt, terwijl onderzoek uitwijst dat meer dan negentig procent van de bevolking het winkelen op zondag ervaart als een recreatieve tijdsbesteding.”
Laat de zondagopening over aan de lokale overheid, bepleit hij. Dat betekent heus niet dat Nederland een groot paradijs voor funshoppers wordt. Kijk naar de praktijk, zegt Schrijer. „In de Utrechtse binnenstad zijn de winkels twaalf keer per jaar open, in de Rotterdamse binnenstad alle zondagen en in Barendrecht nooit. Je ziet dat de kleur van de samenleving tot uiting komt in de besluitvorming.”
Hij vindt het onbegrijpelijk dat de kredietcrisis de minister niet tot inkeer brengt. „Zij zegt dat de effecten reuze zullen meevallen. Ik krijg echter winkeliers op bezoek met paniek in de ogen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.