Je kunt een sterk mens worden, ook als je een zware jeugd hebt gehad. En: maak je school af, anders verkloot je je leven. Dat zijn twee lessen die Joyce Moezelaar (19) van haar mentor heeft geleerd.
In Leeuwarden krijgen potentiële schooluitvallers een mentor. Die is vriend(in), vraagbaak en voorbeeld tegelijk.
Moezelaar, die een eenjarige mbo-opleiding welzijn volgt, is één van de deelnemers aan het Mentorprogramma Friesland, een samenwerkingsverband van het Friesland College, ROC Friese Poort en hogeschool Stenden in Leeuwarden. Dat programma richt zich onder meer op overbelaste jongeren, die door een opeenstapeling van problemen dreigen te struikelen op school.
Doel van het programma is empowerment, zegt coördinator Szilvia Simon. „We willen dat deze jongeren meer zelfvertrouwen opbouwen, sterker in hun schoenen gaan staan.” Sleutelfiguur in dit veranderingsproces is de mentor: een student of volwassene die snapt waarmee de jongere worstelt en die kan fungeren als rolmodel.
Jongeren met een turbulente geschiedenis, vol kindermishandeling en jeugdzorg bijvoorbeeld, zijn vaak ’doodgegooid met hulpverleners’, zegt Simon: „Die hebben helemaal geen boodschap meer aan volwassenen.” Daarom koppelt zij ze aan studenten met een vergelijkbare achtergrond. Zo krijgt een jongen die tobt met de echtscheiding van zijn ouders, een mentor die zelf al tien jaar afwisselend bij zijn vader en moeder woont.
Moezelaars mentor heeft toevallig dezelfde voornaam: ze heet Joyce Bosch (28), ze is alleenstaande moeder én student aan Stenden Hogeschool. Zij heeft, net als Moezelaar, een ’moeilijke jeugd’ gehad, vertelt ze: ze leerde haar vader pas kennen op haar twaalfde, haar moeder werd ernstig ziek, zelf werd ze depressief. Privéproblemen noopten haar te stoppen met verschillende schoolopleidingen. „Maar ik ben er sterker uit gekomen.”
Die kracht gebruikt ze nu om haar ’mentee’, zoals de gecoachte jongere heet, te motiveren. Moezelaar heeft weinig vrienden en is nogal verlegen: „Ik uit me niet echt.” Zij gaat nu met mentor Bosch leuke dingen doen: schaatsen, gezellig samen wat drinken. Dat vindt Moezelaar fijn: „Ik heb er een soort vriendin bij gekregen.”
Behalve dat is Bosch voor haar ook een voorbeeld en een vraagbaak. Moezelaar woont ’op een groep’, waar ze wordt voorbereid op zelfstandig wonen. „Ik ben nogal laks met officiële papieren. Joyce zegt nu: kom daarmee dan naar mij.” Bosch stimuleert haar pupil ook om haar best te doen op school: „Zij sleept mij er doorheen.”
Het verschil tussen een mentor en een leraar is duidelijk, zegt Moezelaar: „Een leraar op school kijkt alleen naar mijn werk. Joyce is veel breder.” Docenten hebben lang niet altijd oog voor de privéproblemen van hun leerlingen, ervoer ook Bosch: „Ik was op school een heel vervelend meisje. Dat kwam door wat ik thuis meemaakte, maar de leraren deden alsof dat niet bestond.”
Het Mentorprogramma Friesland bestaat nu twaalf jaar en heeft veel succes, zegt Simon: „Een groot deel van onze jongeren haalt niet alleen de eindstreep, maar gaat ook door naar een hoger niveau.” Mede dankzij de mentor, die volgens Simon vooral ’iemand is die in ze gelooft’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.