Zou u zelf een goede score behalen op de Citotoets? Maak zelf vier vragen die de kinderen vanmorgen ook gedaan hebben en kijk of uw taal- en rekenvaardigheid nog op niveau is.
Dag 1
Vraag 1: Spelling
In welke zin is het dikgedrukte woord fout gespeld?
A Brooddeeg moet heel goed gekneed worden.
B De kat bespiede de jonge vogeltjes.
C De scheidsrechter heeft het doelpunt afgekeurd.
D Het politiebusje blokkeerde de oprit.
Vraag 2: Verhoudingen, breuken en procenten
Welke pijl wijst op deze getallenlijn de plaats van 7 3/8 aan?
Vraag 3:
Lees: Ik heb ... mijn vader. (r. 3 t/m 5)
Wat kan Brenny het best doen met: die kan veel leuker vertellen dan mijn vader. (r. 4, 5)?
A Zo laten staan.
B Vervangen door: die kon veel leuker vertellen dan mijn vader.
C Vervangen door: die veel leuker kan vertellen dan mijn vader.
D Vervangen door: kan die veel leuker vertellen dan mijn vader.
Vraag 4: Natuuronderwijs
Spullen van maïsmeel
Tijdens de Olympische Spelen in Sydney werd friet verkocht in bakjes die gemaakt waren van maïsmeel. Ook de vorken, lepels en messen waren van maïsmeel gemaakt. Waarom heeft men deze spullen van maïsmeel gemaakt?
A Maïsmeel geeft een lekkere smaak aan de friet.
B Met maïsmeel kunnen veel verschillende kleuren gemaakt worden.
C Spullen gemaakt van maïsmeel blijven langer warm.
D Spullen gemaakt van maïsmeel vervuilen het milieu niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.