*

 

Verdronken woorden uit een op de kade uitlekkende taal

Arend Evenhuis − 30/01/09, 00:00

In de onverdrotenheid van de zee zelf, gaat het Centrum Beeldende Kunst Zeeland voort met de uitgave van de zogeheten Slibdeeltjes, waarin werk van schrijvers en beeldende kunstenaars die over eb of vloed, en over de zee in het bijzonder, berichten.

Op uitnodiging van het Zeeuwse centrum verbleef Miek Zwamborn – schrijfster, beeldend kunstenaar en sluiswachter te IJmuiden – enkele maanden in het Vlissingse kunstenaarscentrum De Willem3. Eerder berichtte Zwamborn met haar logboek ’Oploop’ over haar maandenlange reis samen met 200 mannelijke bemanningsleden op een werkeiland dat van Angola naar de Golf van Mexico moest worden versleept.

Tijdens haar verblijf in Vlissingen ging zij op zoek naar zeemanstaal die met het verdwijnen van windschepen eveneens teloorging. Ze raadpleegde maritieme archieven en musea, scheepsmodellen, logboeken, equipagelijsten en monsterollen teneinde tenminste een glimp van vergane zeevaarttaal te achterhalen.

„Met ’Het krieken van sepia’ komen verdronken woorden bovendrijven, en staat een doornatte taal uit te lekken op de kade’’, zoals de uitgeverij wervend weet.

Zo is het maar net. ’t Anker is eerder gekelderd dan gelicht, zoals een even trefzeker als befaamd Zeeuws gezegde luidt:

„een gesmoorde wind van heb ik

jou daar

we snakken naar zoveel zee in die

tijd

monsteren aan (eindelijk)

klieven met zeven knopen (oost)

wapperen zeng

terwijl boven ons

alle lappen erop

we pronken aan boord

vangen zon

luwen tot niets.’’

Miek Zwamborn laat onderwaterraadselen de ene keer als met een cameraoog oplichten:

„aan lij wordt een deel van het overloopdek opgehesen, ligt het wrakhout al opgestapeld, trekt een waas over de lak, het doodskleed hangt wit aan een knaapje.’’

Elders moet haar nautische opsomming, geschouderd als een dijkverzwaring en tevens ook zwierigmeanderend, voor zichzelf spreken:

„de houte evenaar / de vaatjes zwartsel / de vierkante stengen voor de loos / het kluwenswerk / de bossen marling geteerd / de hangers onder de ra / de bladen wagenschot / de einden prophout / de hand dieplooden / het karpuis / de kolderstok voor de loos / het kwadrant / het schiemansgaren / (-) de fokkerak / de kaapravens / de disselstelen / de wetstenen / de bosse biezen / de 6 rozen met agate doppen.’’

mailIcon print |