*

 

Gerard Fieret

Wouter Bax − 26/01/09, 00:04

Op een van drank en sigaretten doordesemde nacht zag hij opeens het licht. Hoeveel duiven kon je wel niet voeren van het geld dat hij tot nu uitgaf aan drinken en roken?

Zo althans vertelde Gerard Fieret het, wanneer je vroeg hoe hij ertoe was gekomen om, met grote emmers aan zijn fietsstuur, elke dag de duiven in de Haagse binnenstad te voeren. Hij rookte en dronk niet meer en voerde in plaats daarvan de Haagse duiven.

Zo kende Den Haag hem het beste: als de bebaarde zonderling die met een fiets vol duivenvoer door het centrum toog.

Daarnaast was Gerard Fieret fotograaf, dichter en schilder. Als fotograaf was hij het beroemdst – al fotografeerde hij sinds lang niet meer. In de jaren vijftig en zestig wel. Hij was er in zijn tijd op de kunstacademie al mee begonnen, toen fotografie nog lang geen gerespecteerde kunstvorm was. Hij legde het Den Haag van toen vast, maar zonder zich de dwang op te leggen dat een foto scherp zou moeten zijn, een horizon recht, het onderwerp spannend. Maar zelfs dan waren zijn foto’s bijzonder.

Daarnaast schreef Fieret onophoudelijk gedichten en maakte hij op bierviltjes miniatuur-achtige schilderijtjes en tekeningen.

Een paar keer brachten zijn gedichten het tot een officieel uitgegeven bundel: ’De trommel van de vrijbuiter’ uit 1973 en ’De lasso van de minnaar’ uit 1980. Daarna verscheen zijn poëzie in een veredelde vorm van eigen beheer: Wieteke van Dort, wiens protégé hij was, gaf het uit.

Van Dort was Fieret ook te hulp geschoten toen hij het in 1996 aan de stok kreeg met zijn buurtgenoten in de keurige Weissenbruchstraat, in het Benoordenhout. De buurt had er last van dat Fieret met zijn gevoeder duiven aantrok. Dat hij binnen zijn eigen huis zijn foto’s en tekeningen liet bevuilen door duivenpoep moest hij zelf weten, maar zij wilden er geen hinder van ondervinden. Van Dort zette toen een actie op touw waardoor Fieret in Wassenaar op een plek kon wonen waar hij niemand hinderde.

Gerard Fieret ging door het leven in de overtuiging dat anderen zijn werk wilden stelen. Zijn foto’s, wist hij, waren buitgemaakt bij ’roof-infiltraties’, meestal uitgevoerd door ’een leuke, knappe meid’.

Zijn gedichten waren gestolen door Hans Lodeizen, wist Fieret al even stellig. Diens bundel ’Het innerlijk behang’ was gestolen goed, door „dat miljonairszoontje uit Wassenaar” ooit in café De Posthoorn op Fieret buitgemaakt toen die even naar de wc was. Ach, zo ging het toch altijd, wist Fieret. Lees er ’De literaire onderwereld tijdens het Ancien Régime’ van Robert Darnton maar op na, adviseerde hij. Zelfs de negatieven en de foto’s die hij in bewaring had gegeven van het Prentenkabinet in Leiden, waren daar niet veilig, wist hij.

Toen Gerard Fieret in 2004 tachtig werd, was in het Fotomuseum in Den Haag een grote tentoonstelling van zijn fotowerk te zien. Donderdag 22 januari overleed hij aan een longontsteking, 85 jaar oud.

mailIcon print |