De integratienota van het PvdA-bestuur heeft met sociaal-democratie niets van doen. Weg ermee.
Er is crisis. De wereldeconomie kreeg de afgelopen maanden een spectaculaire knauw. De mondiale gevolgen ervan zijn nog nauwelijks te overzien. De minister van financiën Wouter Bos reageert knap en vaardig. Hij toont leiderschap. Het bewijst de stelling dat sociaal-democraten beter om kunnen gaan met urgentie en schaarste, dan met overvloed en rijkdom. De kiezer lijkt die politieke stuurmanskunst royaal te belonen. De opiniepeilingen vertonen sinds oktober een opwaartse trend. Dat is mooi, want het geeft de PvdA moed en zelfvertrouwen. Alleen succes in de peilingen is echter niet voldoende. De PvdA moet ook kunnen geloven in de oplossingen die zij voor maatschappelijke vraagstukken aandraagt. En dat is veel lastiger, blijkt uit de recente concept-resolutie „Verdeeld verleden, gedeelde toekomst” van het partijbestuur.
Het is natuurlijk goed dat de PvdA zich buigt over fundamentele thema’s als vrijheid, tolerantie en burgerschap. Maar wie de concept-resolutie over integratie ’Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ van het partijbestuur leest, gelooft zijn ogen niet. Niet eerder produceerde de PvdA een verhaal dat zo ver afstond van de eigen tradities en ideologie.
Een heldere positie van de PvdA in het debat over integratie is immers gewenst. De resolutie reflecteert op het Nederland van nu met beschouwingen over de rechtsstaat en burgerschap. Zij gaat vervolgens in op spanningen in de samenleving en poogt daarvoor een oplossing te bieden.
Ik heb grote moeite met de inhoud en toon van de resolutie. Niet omdat ik ten principale vind dat problemen in de samenleving onbenoemd moeten blijven. Integendeel. De toegenomen verschillen en individualisering vragen meer dan ooit om bezinning op het fundament van die samenleving. En dat geldt m.i. al helemaal nu de wereldeconomie bijna letterlijk instort. Burgers kijken juist naar de overheid voor bescherming in tijden van tegenspoed.
Maar dat moet dan wel gebeuren met het juiste perspectief. Deze resolutie is te veel een woordenspel, waarbij ruwe taal en populistisch idioom een zelfstandig doel lijken. Daardoor bewerkstelligt de PvdA precies het tegenovergestelde van wat nodig is. In plaats van mensen die het moeilijk hebben te beschermen, zetten we groepen in onze samenleving bewust in de kou.
Er zijn wat mij betreft drie principiële kanttekeningen te maken. Dat betreft in de eerste plaats de waardering van de samenleving van nu. Het is onjuist en gevaarlijk om alleen maar somber te zijn over de stand van zaken met betrekking tot de integratie. Onze samenleving heeft in algemene zin laten zien goed om te kunnen gaan met de komst van nieuwe landgenoten.
De meeste niet-Nederlanders hebben werk en doen mee. Veel allochtonen klimmen gestaag op de sociale ladder. De meesten tonen zich eerzame en beschaafde deelnemers aan onze samenleving. Wie het accent voortdurend legt op wat er niet goed gaat, verdraait de feiten. Dat vind ik echt ontoelaatbaar.
De PvdA moet problemen erkennen en aanpakken vanuit het idee dat het beter kan en moet: kansen zien in plaats van bedreigingen. Dat is niet soft, of politiek correct maar gewoon verstandig. En het voorkomt dat bepaalde groepen in onze samenleving in het gedrang komen. De PvdA laat verstand altijd zegevieren boven ongeremde emotie. Wat mij betreft blijft dat zo.
Mijn tweede bezwaar betreft de bewuste ’wij-zij tegenstelling’ die de resolutie oproept. Nieuwkomers in onze samenleving zijn kennelijk wezenlijk anders dan wij Nederlanders. Zij moeten zich aanpassen, wij niet. Ook dit botst genadeloos met onze eigen sociaal-democratische traditie.
Voor de PvdA is iedereen gelijk en gelden voor iedereen dezelfde normen, ook voor nieuwkomers. Die gelijkheid is meer gebaat bij een poging de ander te begrijpen, dan die ander buitenspel te plaatsen. Dat leidt soms tot twijfel, ook bij ons zelf. Maar verketteren doet de PvdA ten principale niet! Die ’wij-zij tegenstelling’ manifesteert zich ook in de opvattingen met betrekking tot geloof en religie. Natuurlijk, kritiek daarop mag. Maar de PvdA heeft altijd open gestaan voor religie. Sterker nog, de partij is ooit mede opgericht vanuit religieuze opvattingen.
Mijn laatste bezwaar schuilt in het vrijheidsbegrip waarvan de resolutie getuigt. Waar kennelijk de wijze waarop mensen hun religie beleven grenzen kent, geldt dat niet voor de vrijheid van meningsuiting. Die is zo ruim dat zelfs, ik citeer maar even, ’krenken mag’. Wie bedenkt zoiets?
Het is vanuit het wezen van de vrijheid van meningsuiting zelf een bizarre opvatting. Beledigen of krenken van anderen is iets wat we juist niét willen. In beginsel mag je de ander dan ook niet willens en wetens krenken. Maar soms kan het niet anders en als het dan gebeurt, vraagt de vrijheid van meningsuiting van elk individu de last om de door de ander verkondigde mening toch te dragen. Vrij van spanningen is dat nooit. Die spanningen bewust vergroten is niet de bedoeling van de vrijheid van meninguiting en kan ook niet de bedoeling van de PvdA zijn.
Ik kan niet geloven wat hier is opgeschreven. De blik op wat de resolutie aanduidt als ’Ons Nederland’ is onjuist, somber en eenzijdig. Met gelijkwaardigheid en verheffing heeft het weinig van doen. Ik kan het niet anders zien dan per saldo een keuze voor populisme in onversneden vorm.
Ik ben helemaal voor herwaardering van het ideologische debat in de PvdA. Maar niet op deze manier. De partij beschikt weer over moed en zelfvertrouwen door het sterke optreden van Wouter Bos. Hopelijk hebben we dan ook de moed om ons op het komende congres tegen deze resolutie te keren. Doen wij dat niet, dan nemen we afscheid van de oplossingen waar wij altijd voor hebben gestaan en die juist nu in tijden van crisis hard nodig zijn. Of het nu gaat om economie of integratie, mensen verwachten van de PvdA gedegen sociaal-democratische antwoorden. Geen goedkoop populisme.
Frank de Vries
Lijsttrekker PvdA stad Groningen, wethouder ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en wijkvernieuwing
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.