*

 

Sssst!

Frank Furedi − 24/01/09, 00:00

Iedereen mag zijn afschuw uiten over Israëls politiek. Maar waarom, vraagt Frank Furedi, kijkt Europa weg als die woede zich rechtstreeks keert tegen alle Joden?

Ik ben altijd kritisch geweest op zionistische commentatoren die elke kritiek op Israël antisemitisch noemen. Met zo’n defensieve reflex wordt elke discussie omzeild en elke mogelijkheid tot dialoog ondermijnd.

Maar de laatste jaren, en vooral sinds de uitbarsting van het jongste conflict in Gaza, veranderen anti-Israëlische sentimenten steeds vaker in anti-Joodse. De recente gebeurtenissen laten zien dat het traditionele onderscheid tussen antizionistische en anti-Joodse gevoelens vertroebeld is geraakt.

Tijdens een demonstratie eerder deze maand, riep het Nederlandse parlementslid Harry van Bommel van de Socialistische Partij op tot een nieuwe intifada tegen Israël. Natuurlijk mag hij zijn politieke standpunt uiten. Maar hij werd een bondgenoot van de antisemieten door niets te doen toen er slogans klonken als ’Hamas Hamas, alle Joden aan het gas’.

Veel mensen die beter zouden moeten weten houden zich liever stil als ze bij demonstraties leuzen horen als ’Dood de Joden’ of ’Joden naar de oven’.

Tijdens een demonstratie in Londen riepen dergelijke spreekkoren weinig reactie op bij al die betogers die zichzelf beschouwen als progressieve antiracisten. Ze leken zich evenmin te schamen bij de aanblik van een man die zich had uitgedost als een karikaturale Jood. Hij droeg een masker met een lange gekromde neus en deed net alsof hij baby’s verslond.

In toenemende mate richten demonstranten zich op Joden omdat ze Joden zijn. Zo betekent een oproep om Israëlische producten te boycotten in de praktijk vooral een oproep om Joodse winkels te boycotten. Dat is wat George Galloway, een Brits parlementslid voor de Respect Party, bedoelde toen hij mensen maande „de winkels van Israël te doen sluiten”. In zijn taal is dat een andere manier om Joodse bedrijven te omschrijven.

Die linguïstische subtiliteit is zijn Italiaanse broeders niet gegeven. In Rome deed vakbondswoordvoerder Giancarlo Desiderati dezelfde oproep. Een pamflet dat zijn club had opgesteld bracht de Romeinen op de hoogte van het feit dat winkels van Joden „met bloed besmeurd zijn”.

Het Europese antisemitisme is niet simpelweg een retoriek die zich beperkt tot een minderheid van islamisten of tot pro-Palestijnse demonstranten. In Groot-Brittannië werd Joodse schoolkinderen verweten dat zij behoren tot een volk met „bloed aan hun handen”. Hun ouders hebben soms te maken met intimidatie en melden regelmatig dat ze zijn uitgescholden.

Het verontrustendste is wel de weigerachtigheid van Europa om dit antisemitisme te onderkennen en ertegenin te gaan. Neem de rellen die op de avond van 3 januari in Parijs uitbraken. Als je alleen op de Europese media afging zou je niet hebben geweten dat jongeren ’Dood aan de Joden’ scandeerden terwijl ze stenen naar de politie gooiden.

Het treurigste voorbeeld van deze inschikkelijke houding tegenover het antisemitisme komt waarschijnlijk uit Denemarken. Denemarken is historisch gezien een van de verlichtste samenlevingen in Europa. Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderscheidde het zich als het enige land waar de nazi’s werkelijk niemand konden vinden om mee te werken aan hun anti-Joodse politiek. Daarom is het zo bitter om te ontdekken dat een aantal Deense schoolbestuurders het advies heeft gegeven om geen Joodse kinderen op hun scholen toe te laten.

Olav Nielsen, hoofd van de Humlehave-school in Odense zei deze maand publiekelijk dat hij zal „weigeren om tegemoet te komen aan de wensen van Joodse ouders” om hun kinderen op zijn school te plaatsen omdat dat spanningen zou opleveren met de moslimkinderen. Andere schoolhoofden sloten zich hierbij aan, en beweerden dat het hun in de eerste plaats ging om de veiligheid van de kinderen.

Wat hun oogmerk ook mag zijn, deze pedagogen gaven het signaal af dat het gettoïseren van Joodse kinderen een verstandig idee was, in het belang van ’gezondheid en veiligheid’.

Op het oog lijken de Europese samenlevingen vijandig te staan tegenover antisemitisme, vooral in zijn traditionele vorm. Veel Europese landen hebben wetten ingevoerd tegen het ontkennen van de Holocaust en scheppen vol trots op over hun vele Holocaustmusea. Tegelijkertijd is Europa in verwarring over hoe om te gaan met de recente uitbarstingen van anti-Joodse vooroordelen.

De officiële verklaring daarvoor luidt dat de schuld ligt bij de agressie van Israël jegens het Palestijnse volk. De woede, zo hoor je, die zich begrijpelijkerwijs richt op de Israëlische agressie, verliest soms zijn focus en keert zich dan rechtstreeks tegen Joden. Mij is onlangs ingewreven dat je Israël alleen maar in de kaart speelt door bezwaar te maken tegen antisemitische incidenten, omdat dat de aandacht afleidt van het zware juk waaronder het volk van Gaza gebukt gaat.

Natuurlijk heeft het conflict de frustratie en woede bij de aanhangers van de Palestijnse zaak doen toenemen. Maar het is belangrijk om vast te stellen dat de opkomst van het Europese antisemitisme geen direct gevolg is van de gevechten tussen Israël en de Palestijnen. Er is aanzienlijk bewijs dat de anti-Joodse stemming in Europa al een tijdje aan het groeien is en dat die gevoed wordt door culturele invloeden die weinig te maken hebben met de gebeurtenissen in Gaza.

De afgelopen twee decennia, en vooral sinds 2001, worden antiwesterse gevoelens onder Europese moslims vooral geuit in de taal van het antisemitisme. Bij kritiek op de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld vaak gewezen op de veronderstelde invloed van de Joodse lobby. Dit sentiment heeft in deze eeuw aan kracht gewonnen.

Zo bleek uit een opiniepeiling in 2002 dat een kwart van de Duitse respondenten meende dat de ’Joodse invloed’ op de Amerikaanse politiek een belangrijke drijfveer was voor de regering-Bush om Irak binnen te vallen. Door te wijzen op de macht van de Joden in de handel, de financiële wereld en de media worden bestaande anticonsumentistische en antimoderne sentimenten aangewakkerd. Is het een verrassing dat zich vorig jaar een ware explosie van complottheorieën op internet voordeed waarbij Joodse bankiers de schuld kregen van de kredietcrisis?

De verontrustendste ontwikkeling in Europa is niet het openlijke venijn van radicale moslims en extreem-rechts jegens Joden, maar de nieuwe cultuur van inschikkelijkheid. Wijdverbreid is een licht gegeneerde houding van ’niets gezien, niets gehoord’. Het toont aan dat er veel te veel begrip heerst voor antisemitische uitlatingen.

Soms krijgen zelfs de politiek-correcte voorstanders van diversiteit en antiracisme het voor elkaar om zichzelf onzichtbaar te maken als ze met antisemitische uitlatingen worden geconfronteerd.

Ik ben lid van de online discussiegroep voor Europese sociologen. Deze maand waarschuwde een van mijn moslimcollega’s ons voor het lezen van ’slimme Joodse auteurs’ en adviseerde hij een van zijn geloofsgenoten om van hem aan te nemen dat „echte gelovigen deze slangen niet zouden moeten vertrouwen”. Dat een Amerikaanse antizionistische sociologe bezwaar maakte tegen het afschilderen van Joodse auteurs als slangen, siert haar. Europese sociologen hadden het veel te druk met broeden op hun nieuwste handboek over diversiteit om ook maar enig protest aan te tekenen.

Dit vat Europa’s houding tegenover zulke weerzinwekkende sentimenten wel zo’n beetje samen.

mailIcon print |