Het Openbaar Ministerie (OM) in Amsterdam zal het onderzoek voor de vervolging van PVV-leider Geert Wilders niet opschorten.
Het OM reageert op het verzoek van Wilders aan de Hoge Raad om hem niet te doen vervolgen voor discriminatie, haat zaaien en belediging van groepen mensen. Het gerechtshof in Amsterdam bepaalde onlangs dat de politicus, ondanks een eerdere afwijzing van het OM, hiervoor wel degelijk moet worden vervolgd.
Voor de procedure bij de Hoge Raad heeft Wilders de strafpleiter Bram Moszkowicz in de arm genomen. Hij zal de procureur-generaal bij het hoogste rechtsorgaan om ’cassatie in het belang der wet’ verzoeken. Wanneer de procureur-generaal het verzoek redelijk acht, wordt de zaak aan de Hoge Raad voorgelegd. Het OM zal zijn onderzoek voor Wilders’ vervolging voortzetten, zeker tot aan een besluit van de procureur-generaal.
Verzoeken om cassatie in het belang der wet zijn vaak ingegeven door onvrede over rechterlijke uitspraken. De procureur-generaal bij de Hoge Raad ontvangt jaarlijks tientallen van dergelijke verzoeken, afkomstig van het OM, maar ook van andere gerechten, bedrijven, burgers, advocaten en (semi-) overheidsinstellingen. Het aantal keren dat een verzoek wordt gehonoreerd, is minimaal. Geert Wilders heeft echter zelf aangegeven 'alles uit de kast te halen om vervolging te voorkomen'.
Een bekend voorbeeld is de kwestie rond de vervolging van de Surinaamse legerleider Desi Bouterse voor de Decembermoorden van 1982. Met Moszkowicz als raadsman, deed Bouterse acht jaar geleden met succes een beroep op de Hoge Raad om zijn, door het gerechtshof, bevolen vervolging te vernietigen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.