Dankzij een handig apparaat vormt de Amerikaanse violist, zanger en mondfluiter Andrew Bird een ingetogen eenmansorkest.
Andrew Bird (1973) is als een circusartiest die een lasso de lucht in werpt, daar een tweede doorheen lust, uit de losse pols nog een derde laat rondtollen, en dat hele zaakje moeiteloos aan de gang houdt. Zijn lasso’s heten loops, en ze zijn niet van touw maar van muziek. Dankzij een sampler aan zijn voeten speelt Bird meerdere vioolpartijen tegelijk, terwijl hij ook fluit, piano speelt en zingt. Dat laatste doet hij even bedachtzaam als spreken.
Zijn muziek bracht hem in grote Amerikaanse tv-shows, hij interviewde voor zender MTV de cellist YoYo-Ma en houdt een blog bij voor de New York Times. Laatst speelde hij in Chicago voor 15.000 man.
Het groeiende succes maakt dat hij veel onderweg is, en al dat gereis is aangenaam. Toch denkt hij vaak aan het landschap in West-Illinois waar zijn vader een boerderij heeft. „Het is er prachtig. Ik houd van plekken waar je het bos vanuit de verte ziet.”
Voorop de nieuwe cd ’Noble Beast’ staat een foto van dat land. Bird helpt wel eens op de boerderij. „Mijn vader heeft vee, maïs en sojabonen. Ik rij op de tractor en repareer hekken.” Oogstmachines zijn te gevaarlijk voor onervaren landarbeiders. „Ze zitten vol met stickers die beweren dat je het niet gaat overleven.”
Twee broers heeft hij. De oudste is zwaar autistisch, en ook zijn jongere woont niet op de boerderij. Dat hijzelf geen boer is geworden, hebben zijn ouders hem nooit kwalijk genomen. „Ze hebben me altijd gesteund, en zich ook geen zorgen gemaakt, of lieten die niet merken.”
Ze brachten hun zoon in zijn kleutertijd al naar vioolles, iets wat ongebruikelijk lijkt in een kleine agrarische gemeenschap. „Maar dat is iets wat alle moeders daar doen.” Hij kreeg les volgens de Japanse Suzuki-filosofie die het natuurlijk leervermogen van een kind centraal stelt. „Alles, van Mozart tot Bach, wordt op gehoor aangeleerd, net als in een orale traditie.” Kinderen leren hun moedertaal toch ook op gehoor, redeneerde violist Suzuki toen hij de lesmethode in de vorige eeuw bedacht. Onderlinge aanmoediging is belangrijker dan rivaliteit. „Toen ik na mijn twaalfde in de boze wereld van de echte klassieke muziek belandde, was dat een schok. Ik had mijn gehoor en muzikale intuïtie goed ontwikkeld. Maar ik kon nog geen bladmuziek lezen, en alles draaide om wie de beste was.”
De Suzuki-methode is prima zolang je geen virtuoos wil worden, zegt Bird. Als tiener moest hij door een ’pijnlijk proces’. Hij had het nodige in te halen. „Tot mijn 22ste slokte het instrument me bijna op.”
Toen koos Bird voor een meer ’ontspannen context’. „Ik sloot me aan bij een rockband. Rondreizen in een busje en in clubs spelen.”
In een orkest is hij niet beland. Inmiddels is hij solo-artiest en neemt hij zelf alle partijen voor zijn rekening. „Niet omdat ik nu in mijn eentje een orkest wil vormen.”
Bird begon met loops omdat hij zo van fingerstyle-gitaar hield. „Maar ik had geen tijd om ook nog gitaar te leren spelen. Daarom maakte ik op viool pizzicato-patronen, nam die op, en gebruikte ze als ritmische begeleiding.” Hij ontdekte hoe snel en vanzelfsprekend de sampler in een live-optreden werkt. „Het geeft me instant-bevrediging, ik kan direct improviseren en het proces is elastisch. Het resultaat is elke keer anders.”
Als Bird begint te spelen is het alsof hij een perpetuum mobile in beweging brengt. Een onzichtbaar begeleidingsorkest geeft hem de vrijheid achteruit te stappen en zelf te kijken naar wat er gebeurt. „Zoals een schilder afstand neemt van het schilderij waaraan hij werkt. Muziek ervaar ik heel visueel. Alsof er een wolk van geluid in de lucht hangt die ik continu kan beïnvloeden, door iets weg te knippen of bij te plakken.”
„Soms voelt het opeens alsof de show vol trucjes zit. Dan trek ik de stekkers eruit en speel ik zonder. Als elk nummer eindigt met een gigantische atmosferische climax, wordt het een special effects-show.”
Dan speelt hij een oude spiritual, of fluit hij wat. Het geheim van de heldere klank die uit zijn lippen ontsnapt, en die op ’Noble Beast’ al in openingsnummer ’Oh No’ de toon zet, is zijn tong. „Die heeft een vreemde vorm, waardoor ik allerlei holtes in mijn mond kan creëren.”
Zijn fluit is een instrument, en geen tijdverdrijf zoals in ’(Sittin’ On) The ’Dock of the Bay’, dat hij als voorbeeld geeft. „Omdat mijn muziek veel houtklanken heeft, moet mijn fluittoon scherp als glas zijn.”
Opvallend aan zijn nummers is dat de teksten niet eenvoudig zijn. Pak geen woordenboek maar accepteer de muzikaliteit van de woorden, is zijn advies. „Hoe archaïscher een woord is, hoe meer potentie het voor mij heeft. Woorden die volledig gedefinieerd zijn, verliezen aan kracht. Veelvuldig gebruik leidt tot slijtage.” Het nummer ’Nomenclature’ snijdt deze taalkwestie aan.
„Ik hoef geen indruk te maken met intellectuele woorden. Ik zoek klinkers en lettergrepen die op de melodie passen, en sommige woorden die in mijn hoofd blijven plakken, ’Greek Cypriots’ of ’Souvarian’, krijgen iets heiligs of metafysisch. Ik moet ze dan wel gebruiken.”
’Noble Beast’ gaat in grote lijnen over de wetten van de natuur. „Macro en micro, mens en dier. Over de vraag of onze hersenen en organen de baas zijn, of onze geest. En hoe het komt dat dieren die een groep vormen, zich samen als één dier gaan gedragen. Wie bestuurt die groep, welk brein zit daarachter, wie is de baas? Kun je hier over God spreken?”
„In alle nummers probeert iemand iets uit te vogelen, maar nooit komt het onderste boven.” Zelf begrijpt hij ook niet alles. „Een nummer blijft langer levend als ik de betekenis nog moet ontwarren. Een sterk nummer zet de verbeelding aan het werk.”
Andere bands beoordeelt hij op de vraag of hun muziek hem blij maakt. Voor zijn eigen werk geldt een andere maatstaf. „Als een nieuw nummer onder mijn huid kruipt en een aangename metgezel wordt, zal dat ook voor andere mensen gelden.” Veel van zijn nummers verlaten zijn lichaam niet meer. „Ik heb een Top 40-muziekstation in mijn hoofd. En dat draait alleen mijn eigen songs.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.