*

 

Het debat knispert in de PvdA

Cees van der Laan − 02/02/09, 00:00

Homo, hoofddoekje, lesbo, multi-culti intellectueel, jonge socialist, doorsnee migrant en blanke buurtbewoner: allemaal bemoeien ze zich met de ’harde’ integratienota van de PvdA.

  • De PvdA op straat: op het Osdorperplein in Amsterdam, om het beleid uit te leggen. De PvdA weet meer allochtonen te trekken dan andere partijen. (FOTO HERMAN WOUTERS)
  • (Trouw)

Met een theatraal gebaar wijst Paul Mbikayi, ooit gevlucht uit Congo, naar het podium, waar drie bekende heren zitten: PvdA-leider Wouter Bos, Kamerlid Jeroen Dijsselbloem en vice-partijvoorzitter Jan Hamming. „Mijn vader is net als de vader van Obama geboren in een hutje in Afrika. Ik heb de zwarte voorman Jesse Jackson zien huilen toen Obama president van Amerika werd. Zagen wij hier in Nederland tranen toen Ahmed Aboutaleb burgemeester van Rotterdam werd? Nee, er werd gemopperd over zijn paspoort. Nederland kan niet trots zijn op zijn migranten”, vertelt Mbikayi in keurig Nederlands.

Zijn zangerige accent verraadt zijn afkomst uit een Franssprekend Afrikaans land. Hij vervolgt: „Deze nota van jullie is een rechtse nota. Rechts is aan de winnende hand binnen de PvdA. Waar is de lijn van Vogelaar gebleven? Waar is jullie appeal aan ons?” Zijn handen wijzen naar het drietal op het podium.

Een jonge twintiger in een vlot pak staat op. Hij stelt zich voor als Jonge Socialist. „Ik hoop toch echt dat jullie deze prachtige nota niet kapot gaan amenderen. Die moet overeind blijven. De verantwoordelijkheid voor de vele problemen rond integratie ligt bij jullie.” Hij priemt met zijn vinger naar de wat oudere partijgenoten die de nota van de PvdA-partijtop te hard, te grimmig en te onaardig vinden voor migranten.

En zo doet zich het merkwaardige contrast voor dat een PvdA’er van de uiterste linkse vleugel een volgens diverse critici rechtse nota verdedigt. Maar deze PvdA-avond was, net als de diverse andere debatavonden van de partij, een avond met vele contrasten. Hippe dames met hoofddoekjes vroegen het woord over de nota, homo’s volgden. En zo bemoeide zich de hele grootsteedse smeltkroes van geloven, nationaliteiten, intellectuelen, multi-culti’s, klassieke sociaal-democraten, wetenschappers en andere betrokkenen zich met ’Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’, de integratienota van de PvdA, die op het komende partijcongres in maart in stemming wordt gebracht.

Duidelijk is dat er vele voor- en tegenstanders zijn, blank, zwart, moslim, christen, atheïst, grootsteeds of provinciaal, allemaal door elkaar. Er valt geen lijn in te ontdekken. Het resultaat: een knisperend debat over de verheffing en emancipatie van nieuwe Nederlanders en hun kinderen, zoals dat in PvdA-termen wordt genoemd.

Groot is het contrast met de kerkzaal van de Haagse Maranathakerk, afgelopen maandag. Een handjevol gegoede burgerij heeft zich verzameld voor een lezing van Ella Vogelaar, de gewezen minister van integratie. Twee jaar lang was ze het gesprek van de dag, mikpunt van kritiek, emoties uit de onderbuik en adhesiebetuigingen. Ze vocht tegen de ruwe toon in het debat en wilde moslims en de islam laten wortelen in de Nederlandse samenleving. Ze introduceerde nieuwe termen als ’krachtwijken’, ’prachtwijken’, en uiteindelijk, na haar val, werden de probleemwijken haar monument: ’Vogelaar-wijken’.

Maar wat rest na deze enerverende periode is een voor driekwart lege kerkzaal. Ze slaat zich er manmoedig doorheen en straalt strijdlust uit. „Zo, daar staat ze dan voor u, dat ’knettergekke mens’, dat het waagde te zeggen dat ze zich voor kon stellen dat over twee eeuwen er in ons land misschien wel sprake zou zijn van een joods-christelijke-islamitische cultuur”, grapt ze tegen de aanwezigen. Maar het is een grap met een ietwat treurige ondertoon. „Ik zal mijn boodschap de komende tijd blijven uitdragen, omdat ik van mening ben dat de werkelijkheid recht moet worden gedaan.”

Haar boodschap echoot tegen de kerkdeuren aan, terwijl in alle geledingen van haar partij het integratiedebat in volle omvang is losgebarsten. Paul Mbikayi is haar nog niet vergeten. „Was Vogelaar er nog maar”, zegt hij met enige spijt.

Mbikayi kwam vijftien jaar geleden als vluchteling uit Congo naar Nederland. Hij werd opgevangen door vier christelijke families die hem langs de bureaucratische klippen van deze samenleving loodsten. „Zij waren mijn redding, door hen ben ik ingeburgerd. Op mijn integratieweg door dit land stak geen sociaal-democraat een hand naar mij uit. Dat deden alleen die christelijke families.”

Toch koos hij niet voor een christelijke partij, simpelweg omdat hij niet christelijk is. Het werd de PvdA. Zijn inzet: „Ik wil als migrant medeplichtig worden gemaakt aan de vooruitgang van dit land. We worden teveel als een probleem beschouwd.”

Er zijn vele Mbikayi’s in de PvdA, zoals er ook vele Ahmeds, Fatima’s en Mohammeds zijn. De PvdA is er meer dan andere partijen in geslaagd migranten en hun zonen en dochters aan zich te binden. Er lopen feministische ’hoofddoekjes’ rond als Fatima Elatik, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg, Marokkaanse bulldozers als deelraadsvoorzitter Ahmed Marcouch en traditionele, stroeve Turkse voormannen van vele ’zelforganisaties’. Ze zijn inmiddels tot de hoogste bestuurslagen van de partij en het openbaar bestuur doorgedrongen, met als meest geslaagde voorbeelden Nebahat Albayrak, staatssecretaris van justitie, en Ahmed Aboutaleb, vroeger lts’er en via een tussenstop als staatssecretaris tegenwoordig burgemeester van Rotterdam.

Wie partijen als de VVD, PVV en in mindere mate het CDA vergelijkt met de PvdA ziet daar veel traditionele Nederlanders en weinig kleur. De VVD heeft destijds met het verbale geweld van Verdonk en Ayaan Hirsi Ali het handjevol politiek actieve liberale migranten van zich vervreemd. Het CDA trok aanvankelijk redelijk veel lokale allochtone politici, vooral van Turkse huize, maar op een enkeling na stootten die niet door. CDA-Kamerlid Coskun Coruz is aan fractieregels gebonden en roert zich niet in integratiekwesties. Linkse partijen als de SP en GroenLinks maken er net als de PvdA meer werk van om allochtonen aan te trekken, met als grootste talent GroenLinkser Tofik Dibi en het jongste lid van de Tweede Kamer Farshad Bashir (21), Afghaan van geboorte en SP’er.

Een ander opvallend verschijnsel is de doorbraak van de Marokkaan. Iedereen moppert en klaagt over de Marokkaanse ’straatterroristen’ (PVV) of ’rotjochies’ (PvdA), maar deze groep migranten heeft inmiddels een groot aantal profvoetballers, acteurs, actrices, schrijvers, regisseurs, bestuurders en politici afgeleverd en die kunnen als een groot integratiesucces worden beschouwd. De in omvang grotere groep Turken blijft bij hen ver achter. Het Marokkaanse PvdA-kamerlid Samira Bouchibti verklaart het succes en de problemen uit de gedachte dat Marokkanen meer ’geïndividualiseerd’ zijn dan Turken, die traditioneler leven in familie- en groepsverbanden.

Marokkaanse migranten als Fatima Elatik streven naar een beschaafde vorm van Nederlands nationalisme, zoals PvdA-leider Wouter Bos dit onlangs als wens uitsprak. Hij ziet in een milde vorm van nationalisme of vaderlandsliefde een mogelijkheid groepen met elkaar te verbinden, analoog aan de bekende uitspraak uit Amerika „I am proud te be an American”. In de laatste uitgave van Socialisme & Democratie van de Wiardi Beckmanstichting, die geheel gewijd is aan de integratiekwestie, schrijft Elatik: „Dit is het land waarin je mag denken wat je wilt, waarin je mag zijn wie je wilt zijn, waarin je je leven mag leiden met God en zonder God, Dat zijn de normen die wij moeten propageren – niet vanuit angst om ze kwijt te raken, maar vanuit trots, omdat deze verworvenheden alle burgers met elkaar verbinden.”

Ze besluit haar bijdrage: „Mijn lieve Berberse moeder is een vrome moslima. Ze bidt vijf keer per dag. Elk gebed sluit ze af met een smeekbede voor Nederland. Ze vraagt Allah om Nederland te beschermen, te verrijken, omdat dit land haar en haar gezin zoveel moois en zoveel vrijheid heeft gegeven. Ze is trots op ons land. En nee, ze heeft geen Nederlands paspoort en de taal spreekt ze ook niet vloeiend.”

Eén van de architecten van de nota ‘Verdeeld verleden, gedeelde koers’ is PvdA-vice-fractievoorzitter en integratiespecialist Jeroen Dijsselbloem. Na het enorme verlies van de PvdA bij de Kamerverkiezingen van 2002 trokken hij en andere PvdA’ers, onder wie Staf Depla, de wijken in om het contact met vooral de autochtone achterban te herstellen. Veel stadsbewoners voelden zich door de PvdA en andere gevestigde partijen in de steek gelaten. De instroom van migranten had criminaliteit, werkloosheid, verwaarlozing en achterstanden meegebracht. Het klassieke sociaal-democratische ideaal van verheffing van het volk moet terug op de agenda van zijn partij, concludeerde hij na één van de vele wijkbezoeken in Trouw. Zijn invloed (door GroenLinks wel eens geringschattend ’Dijsselbloem-moralisme’ genoemd) is groot geweest. Wouter Bos noemde de integratie van migranten de ’belangrijkste sociale kwestie van deze tijd’ en verbond dat met het streven naar verheffing van het volk.

Veel meer nog dan het vorige PvdA-integratierapport uit 2006 van Schelto Patijn vormt ’Verdeeld verleden, gedeelde koers’ een antwoord op die zoektocht van Dijsselbloem c.s, hoewel ook meespeelde dat Ella Vogelaar bij haar aftreden duidelijk maakte dat de partij op dit onderwerp geen eenduidige koers had. Critici menen dat de PvdA er een neiging tot populisme mee vertoont. „Mij bekruipt het gevoel dat deze nota niet geschreven is vanuit PvdA-idealen, maar vooral om de kiezer tegemoet te komen”, zei een PvdA-raadslid uit Haarlem op de discussieavond in Amsterdam.

Deze conclusie lijkt niet geheel onlogisch. Veel PvdA-kiezers zijn weggelopen naar rechtsere partijen, deels weer teruggekomen, maar ze zijn ook zo weer weg, erkennen ze bij de PvdA. Twee kernbegrippen uit de nota, normeren en confronteren, zijn samengevat ook terug te vinden in het inmiddels wat afgesleten adagium van Rita Verdonk: ’Regels zijn regels’. Maar de PvdA-top voegt er één element aan toe: tolereren. Over dit laatste zegt de nota: „Hoofddoekjes in het klaslokaal, kerkklokken die de zondagsdienst aankondigen, moskeeën met een opvallende architectuur, Sinterklaas en Zwarte Piet – hier past een open houding.”

In de eerder genoemde uitgave van Socialisme & Democratie komt de verdeeldheid over de integratienota scherp aan de oppervlakte in de bijdragen van de diverse schrijvers, zoals dat ook bleek tijdens de diverse debatavonden over de nota. Maar het is in politieke termen gemeten niet een linkse of rechtse scheiding der geesten. Wouter Bos zegt er zelf over: „Verheffing is nooit vanzelf gegaan. Kijk bijvoorbeeld hoe dat ging met vrouwenrechten of met arbeid. Dit is altijd een pad van conflicten geweest en gaat gepaard met pijn en teleurstellingen. Met de integratiekwestie zal het niet anders zijn.”

Fatima Elatik brengt de dilemma’s in dit debat terug tot een schets over haar zelf: „Ik ben een allochtone, Marokkaanse, Nederlandse, Amsterdamse, Islamitische tweede generatie migrant. Het feit dat ik in één zin zoveel labels moet opschrijven om mijn perspectief te schetsen, illustreert weer eens hoe lastig het debat over integratie kan zijn.”

mailIcon print |