opinie Onlangs overleed aan de gevreesde slopende ziekte die vroeger besmuikt K. heette een oude vriendin van mij. Of oud? Ze was afkomstig uit het holst van mijn studententijd en ongeveer net zo oud als ik, dus te jong, zodat ik er maar moeilijk vrede mee kon hebben.
Een schip op het strand is een baken in zee, dus dacht ik een paar dagen lang intenser over de dood dan anders, soms met een brok in mijn keel of een plotseling opvlammende angst. Maar eigenlijk is het nooit weg. Je ziet een stokoud iemand en weet, over een paar jaar is-ie dood. Of filmpjes van voor de oorlog, met mensen die op de tram stappen of door zonnige lanen kuieren: allemaal dood. Ik snap die preoccupatie van de middeleeuwers met de Dood wel: hij is overal om ons heen, juist als je ’m niet ziet. Enfin, die oude, te jonge vriendin had, zo werd ons op haar crematie verteld, een paar uur voor haar sterven gezegd dat ze er wel een beetje zenuwachtig voor was. „Wel een beetje zenuwachtig”, goeie hemel! Alsof ze een tentamen ging doen. Ik hoorde het haar zeggen met haar karakteristieke stemgeluid, en voelde iets van bewondering en jaloezie. Zou ik er zo mee om kunnen gaan, een beetje zenuwachtig? „Filosoferen is leren sterven”, zei Socrates. En dat doe ik iedere dag, een beetje, me voorbereiden op het sterven. In de hoop dat het waardig gebeurt: niet jammerend en tegenstribbelend. Dat mijn familie en vrienden denken: zo zo, wat een krachtig karakter! Een mooie, voorbeeldige dood, zo wil ik het later ook! Ik vraag me af of ik dat ultieme tentamen ga halen. Zie ze daar zitten, dochters, kleinkinderen wie weet. Weten dat het voor het laatst is maar de anderen, bedroefd en met strakke gezichten, toch nog moed insprekend. Afgelopen donderdag moest ik optreden op een poëziefestival en omdat dat soort evenementen altijd iets speciaals wil aanbieden droeg ik op een zeker moment voor in een hotelkamer. Ik dacht: laat ik maar op bed gaan liggen en mijn verzen voorlezen. Het publiek zat er omheen en luisterde. Het voelde een beetje als een sterfbed, ik nog wat orakelend, de anderen stil van het plechtige moment en wie weet de harten vol hoop op de erfenis. Zo leek het me wel wat: iedereen beheerst en ingetogen, luisterend naar de wijze woorden die ik in het uur van de dood wist uit te kramen. Zoals Socrates dus. Maar wie weet gaat het helemaal mis als het echt zo ver is, van de zenuwen bijvoorbeeld. Echt voorbereiden gaat natuurlijk niet. In de krant van afgelopen weekend stond een foto van een vrouw in een doodskist: ogen gesloten, handen gevouwen. Maar je zag dat ze springlevend was en zo weer uit die kist zou stappen. De foto was genomen op de expositie ’Ik R.I.P.’, Ik Rust In Vrede dus, waar de bezoekers kunnen proefliggen in een heuse kist, alsof dat helpt wanneer het werkelijk zo ver is. Een absurde gedachte maar misschien in een notendop wat wij ons hele leven doen: ons bij ons volle bewustzijn voorbereiden op een staat zonder bewustzijn. Wetend dat je nooit trots en tevreden op je voortreffelijke sterfprestatie zult terugkijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.