De muziek van Wagner, gedirigeerd door Mariss Jansons – dat is geen voor de hand liggende combinatie. Opera en Jansons is sowieso een onzekere zeldzaamheid.
Zijn hartaanval – nu dertien jaar geleden – tijdens het dirigeren van Puccini’s ’La bohème’ in Oslo was geen best voorteken. Weliswaar leverde hij drie jaar geleden een spectaculaire ’Lady Macbeth van Mtsensk’ van Sjostakovitsj af in het Muziektheater, maar zijn voor juni geplande voorstellingen aldaar van Bizets ’Carmen’ heeft hij om gezondheidsredenen terug moeten geven.
Donderdag reserveerde Jansons het eerste deel van het concert voor muziek uit ’Tannhüuser’ en ’Götterdümmerung’. Hij haalde daarin niet de ultieme perfectie en vervoering van zijn collega Daniele Gatti, die een paar jaar terug in een vergelijkbaar programma met Het Koninklijk Concertgebouworkest de hoogste toppen bereikte. Er werd onder Jansons prachtig geconcentreerd gespeeld, maar zelfs het beste orkest ter wereld kreeg die verduivelde vioolwatervalletjes in de ’Tannhüuser’-ouverture niet helder.
Sfeer was er in overvloed, daarin is Jansons een meester. Vooral het begin van ’Siegfrieds Rheinfahrt’ was wat dat betreft een schoolvoorbeeld. Maar daar, en in ’Siegfrieds Trauermusik’ nam de dirigent wel een erg langzaam tempo. Bij de verzengende climaxen bouwde Jansons vreemde vertragingen in, waardoor de muziek niet doorstroomde. Nogmaals, klank en sfeer volop, maar er zat iets gemaniëreerds in deze vertolking.
Daarvan was geen spoor te bekennen in zijn interpretatie van Sjostakovitsj’ raadselachtige Tiende symfonie. De componist verwerkte er zijn initialen in: D, S (es), C, H (in het Duits een b). Fier en keihard sluiten ze het werk af, alsof de componist in 1953, het jaar dat Stalin stierf, wilde zeggen: En Ik Ben Er Nog!
Of het banale en korte tweede deel inderdaad een portret van de dictator is, is de vraag, maar Jansons maakte er resoluut, in razende en platvloerse vaart, geweldig korte metten mee. Elders, zoals daar waar een echo uit Sjostakovitsj’ ’Uit Joodse volkspoëzie’ klinkt, vonden Jansons en het subliem spelende orkest als het ware de oplossingen voor alle raadsels; door gewoon zo goed mogelijk de noten te spelen. Jansons, die in 1969 in Moskou de legendarische uitvoering van de Tiende door Herbert von Karajan meemaakte, evenaarde die donderdag op alle fronten. Hier sprak D.SCH.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.