opinie Het viel me op dat zowel de Volkskrant als de NRC jeugdfoto’s van John Updike toonden bij zijn overlijden, afgelopen dinsdag (Trouw niet, hier was-ie in de zeventig en grijs).
Zo doen we dat, we laten niet de man zien die in een hospice aan longkanker sterft. Een soort decorum dat ik ook altijd in het werk van Updike heb geproefd. Van alle grote Amerikaanse schrijvers was hij de beschaafdste, de meest intellectuele ook. Vol begrip voor zijn personages, zelfs voor die almaar erger wordende conservatieve mopperkont Rabbit, prototype van de bekrompen Amerikaan. Misschien dat dat me wel het meeste trok in zijn literatuur, zijn onbevooroordeelde observatievermogen. Op mijn bureau ligt al sinds jaar en dag een Nederlandse vertaling van hem, ’Bij wijze van zelfportret’, samengesteld uit ’Assorted Prose’ en ’Picked-up Pieces’. Niet de grote romancier of de scherpe verhalenschrijver, maar de man van losse stukjes, columns, schetsen. Ik kijk er vaak in als ik even vastzit of wat moed nodig heb. Verhaaltjes over zijn jeugd, over de plekken waar hij woonde, over nieuwtjes uit de krant, over een bouwplaats die aan een tentoonstelling voor moderne kunst doet denken of andersom. Goed kijkend, fraai formulerend beschrijft hij wat hij ziet, als een soort Amerikaanse Simon Carmiggelt. Er zitten onvergetelijke scènes bij, zoals die van de oude vrouw die kaartjes heeft gekocht voor een voorstelling die naar morgen is verplaatst en dan kan ze niet: ’De dame achter ons was heel klein en klemde zich aan haar kaartje vast alsof dit het einde van een touw was, dat haar tot groter hoogte zou kunnen optrekken’. Of over zijn oom: ’Hij stierf toen hij zich stond te scheren; toen me dat verteld werd, stelde ik me voor hoe hij geschrokken en struikelend zwaar achteruit stapte, en hoe zijn eigen verbaasde gezicht in de spiegel het laatste was wat hij zag’.
John Updike was in de eerste plaats stijl, met zijn pen trok hij de wereld om hem heen op naar zijn eigen niveau. Ik vermoed dat een van de redenen waarom ik zo dol op Amerika ben en er graag rondreis is dat ik geleerd heb met Updike’s ogen te kijken naar al die middelmaat en bekrompenheid. Hij gaf het de menselijke maat maar ook de esthetische glans die het verdiende. Er komt een wat vreemd woord in me op: barmhartig. John Updike was een barmhartig schrijver, en ook als schrijver een democraat in hart en nieren. Hij zei eens: ’Zoals in een democratie iedereen president kan worden, kan iedereen een figuur in een roman worden, tenminste in een roman van mij. Ieder menselijk wezen dat niet debiel is, is een krachtveld waarin hevige spanningen optreden, die veroorzaakt worden door het denkvermogen.’ Misschien was hij wel een schrijver voor het tijdperk-Obama, dat hij zal missen en dat hem zal missen. Een paar jaar geleden ging het gerucht dat hij naar Poetry International zou komen (Waarom eigenlijk? Als dichter?). Ik haastte me om erbij te zijn maar hij kwam niet. Aan de teleurstelling die ik toen voelde merk ik dat hij een held van mij was, en eigenlijk nogal een grote.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.