weblog Driehonderd reacties per dag, krijgt het TV-station van Komala, de Iraans-Koerdische verzetsgrop die vanuit Noord-Irak opereert. Steunbetuigingen uit Iran, meningen, kritiek, Iraanse Koerden bellen massaal. Radio op de TV, maar wel populair.
Komala is een van de groepen die zich gevestigd heeft in de bergen nabij Suleymania, en van daaruit invloed probeert uit te oefenen op de situatie over de grens. De sociaal-democraten (die zich een paar jaar geleden afscheidden van de oorspronkelijke marxistische beweging) willen via het woord veranderingen in hun land teweegbrengen. Ze zijn niet voor geweld, vertelt voorman Abdullah Moktadi, al zullen ze dat in geval van zelfverdediging niet schuwen.
Moktadi gaat altijd vergezeld van een paar gewapende mannen als hij door het kamp loopt, waar zo’n 300 mensen wonen. Ik heb hem daar tijdens mijn bezoeken aan Irak in het verleden meermalen opgezocht om bij te praten over de situatie in Iran. Die bewakers zijn nodig omdat de kans op aanslagen altijd aanwezig is, zegt hij, al zou hij liever zonder door het kamp bewegen.
Komala heeft een moeilijke tijd achter de rug, met een nieuwe afsplitsing (een deel van de leden wilde geweld niet langer uitsluiten) en een verslechterde situatie in Iraans Koerdistan onder president Ahmadinejad. Veel Koerdische activisten zijn de afgelopen paar jaar in de cel gegooid, demonstraties zijn uiteen geslagen, alles wordt gedaan om het verzet tegen Teheran de kop in te drukken. Helpen doet het niet echt, getuige ook de dagelijkse stroom van reacties op Rojhelat TV, die ook wel kunnen worden beschouwd als kleine verzetsdaden. En Teheran is bang voor de Koerden, die in 1979 een belangrijke factor waren in het omverwerpen van de Sjah en zich daarna jarenlang niet naar het landsbewind hebben willen voegen.
Het gaat Moktadi er vooral om dat de Iraanse Koerden alle informatie krijgen die hen door Teheran wordt onthouden. Informatie die de geesten rijp zal maken om op het juiste moment in te grijpen. Niet via een nieuwe revolutie, maar verandering moet. Moktadi zou het liefst zien dat de vier (merendeels) Koerdische provincies van Iran een federatieve staat vormen binnen Iran, zo ongeveer als in Irak is gebeurd.
Het is een lange weg, waarmee veel mensen in de organisatie al een groot deel van hun leven bezig zijn, zonder dat er echt verbetering komt, of dat ze zich weer in eigen land kunnen vestigen (buiten de stiekeme, gevaarlijke bezoekjes over de bergen die de grens vormen). Ze dromen van een gelijkwaardige positie voor de Koerdische minderheid, met Koerden op leidinggevende posities en in het landsbestuur. Die dromen leken onder de vorige president Khatami langzaam werkelijkheid te kunnen worden, maar onder diens opvolger helemaal niet meer.
In Irak loert bovendien nog een probleem. De Iraakse grondwet verbiedt buitenlandse groepen gebruik te maken van het Iraakse grondgebied voor aanvallen en acties tegen een buitenlandse regering. Om die reden wordt in steeds hardere bewoordingen in Bagdad gezegd dat de Iraanse verzetsgroep Moedjahedien Khalk binnenkort het land zal worden uitgezet. Moktadi weet dat die bui hem ook boven het hoofd hangt, maar beschouwt zijn goede verhouding met de Koerdische autoriteiten als een paraplu.
Mede daarom is hij met andere Iraans-Koerdische verzetsgroepen in Noord-Irak in gesprek om een koepel te vormen en zo samen sterker te staan. Niet aan tafel genood is Pjak, de Iraanse afdeling van de Koerdische afscheidingspartij PKK, die vanuit Irak aanslagen pleegt tegen het bewind in Iraans Koerdistan. Want de rode draad in de samenwerking is het woord als wapen om verandering te bereiken. En niet het geweer en de granaat, waarbij Pjak zweert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.