*

 

Kabinet teruggebracht tot adviseur van coalitiefracties

Lex Oomkes, chef politieke redactie − 20/02/09, 16:11

Veel mensen keken vreemd op toen CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel deze week, in de Kamer en bij het Elfde Uur constateerde dat het niet het kabinet, maar de coalitiefracties zijn die nu aan zet zijn als het regeerakkoord op de helling moet.

En het is op het eerste gezicht ook vreemd. Er zit immers een een volledig missionair kabinet, dat kan (en moet) regeren. Voor de Kamer rest na een formatie niet veel meer dan dat kabinet te controleren. Na een formatie, want tijdens die bijzondere periode heeft de Kamer, althans de fracties die onderhandelen over de vorming van een kabinet, volledig het initiatief.

In eerdere gevallen lag het initiatief voor veranderingen van de coalitieafspraken ook gewoon bij het kabinet. Het duidelijkste voorbeeld van een enigszins met de huidige situatie vergelijkbare situatie deed zich voor tijdens het derde kabinet-Lubbers. Ook in het begin van de jaren negentig bleken de vooronderstellingen van de CDA/PvdA-coalitie over economie en overheidsfinanciën gaandeweg niet meer te kloppen. Er kwam een zogenoemde tussenbalans, waarbij geen steen uit het bouwwerk van het oorspronkelijke regeerakkoord nog op dezelfde plek bleef.

Het kabinet bezuinigde, zonder dat daarover in het regeerakkoord afspraken gemaakt waren, tussentijds 17 miljard gulden. Het grote en daarmee ook kenmerkende verschil met de huidige situatie is dat dat bezuinigingspakker toen juist bedoeld was om de coalitieafspraken rond financieringstekort en staatsschuld niet achter de horizon te laten verdwijnen. De huidige coalitie wil nu juist op deze punten de afspraken herzien.

De tussenbalans van Lubbers en Kok was geen nieuw regeerakkoord, maar nieuwe afspraken om het regeerakkoord uit te voeren. Nu is sprake van een pakket nieuwe afspraken, die ook de uitgangspunten van het coalitieakkoord raken.

Daarmee hebben we een primeur in de Nederlandse politieke geschiedenis, waarvoor geen regels bestaan. Als we dan opnieuw kijken naar de uitspraak van Van Geel, dan is het perspectief toch anders. Een regeerakkoord is een politieke afspraak tussen fracties. Zij immers vormen de belichaming van het mandaat van de kiezer. Een kabinet is, wat zijn product en politieke samenstelling betreft, een product van die afspraken.

Van Geel kan in die zin het primaat voor het maken van nieuwe afspraken voor de fracties heel goed claimen. Het kabinet wordt in die wijze van zien de komende weken een (niet helemaal neutrale) beleidsvoorbereider, terwijl het finale oordeel ligt bij CDA, PvdA en ChristenUnie in de Kamer.

De wellicht logisch sluitende redenering heeft echter grote nadelen. Het dualisme, ofwel de scheiding tussen kabinet en een onafhankelijk parlement, is noodzakelijkerwijs in de van coalities afhankelijke Nederlandse politiek al vrijwel verdwenen. Maar met deze redenering wordt het allemaal wel heel erg koekoek één zang aan het Binnenhof.

Daarbij komt dat de oppositie de komende weken, nog meer dan normaal, volledig buitenspel staat. Al moet daar ook weer niet al te dramatisch over gedaan worden. Ook tijdens formatieonderhandelingen hebben fracties, die niet bij de (in)formateur aan tafel zitten, weinig andere keus dan afwachten. De kansen van de oppositie komen in dat geval bij het debat over de regeringsverklaring. En in dit geval gaat het niet veel anders.

Veel veranderingen zullen ook dan niet in de coalitieplannen kunnen worden aangebracht, hoezeer Pechtold (D66) en Halsema (GroenLinks) hun hulp deze week ook aanboden.

mailIcon print |