*

 

Jongeren krijgen de eerste klappen op de arbeidsmarkt

Van onze redactie economie − 20/02/09, 00:00

Wie nu communicatie studeert, heeft verkeerd gegokt, meent Hans de Boer. Producten maken, dat is de toekomst van onze economie.

De gure wind op de arbeidsmarkt treft nu nog vooral jongeren. Een jaartje extra opleiding is voor hen misschien de beste optie, meent Hans de Boer, oud-voorzitter van de Taskforce jeugdwerkloosheid.

Jongeren die nu de arbeidsmarkt betreden, staan vanwege de malaise vaak voor een gesloten deur. Jongeren die al werken, doen dat relatief vaak op tijdelijke contracten die als eerste worden ontbonden. De nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten dan ook zien dat de werkloosheid in de groep 15-24 jaar relatief snel oploopt. Maar de situatie is nog lang niet zo dramatisch als in de jaren ’83 -’84, toen één op de vijf jongeren werkloos was. Toen telde Nederland 180 tot tweehonderdduizend jeugdwerklozen. Eind vorige maand zaten 78.000 jongeren zonder werk, zo’n 9,2 procent.

De Boer acht het mogelijk dat deze groep binnen een jaar met zo’n vijftig- tot honderdduizend zal aangroeien. Ook minister Rouvoet (jeugd en gezin) vreest sterke groei van de jeugdwerkloosheid. Hij wil over een aanpak praten met zijn collega’s van Sociale Zaken.

De Boer vermoedt dat de economische krimp groter zal zijn dan de 3,5 procent die het Centraal Planbureau voorrekent. „Het CPB is voor de politiek als een lantaarn voor een dronkeman. Niet voor het licht, maar voor de steun.” Bij voorspellingen van omslagen in de economie zit het CPB er altijd naast, meent De Boer. Ook nu hees het planbureau de stormbal te laat. Voor afgelopen zomer ontving De Boer, zelf ondernemer en veelgevraagd commissaris, menig signaal dat het de verkeerde kant opging. „Maar de kans is ook groot dat de krimp van kortere duur is”, denkt De Boer. En dan zijn al die jongeren weer nodig. „Dus zou ik zeggen: als je op school zit, plak er dan nog een jaartje aan vast.”

Twee groepen jongeren zijn vooral kwetsbaar, legt De Boer uit. „Jongeren zonder diploma en mensen met een te algemene opleiding.”

Wie lichamelijke opvoeding studeert, in de leer is voor sociaal-psychologisch werk of een baan in de communicatiebranche zoekt, hoeft weinig hoop op een baan te koesteren, meent De Boer. Ook de werkgelegenheid in de financiële dienstverlening en juridische sector komt onder druk te staan. „Jarenlang dachten we dat dienstverlening de motor was van onze economie. Dat die sector van niets geld kon maken. Nu weten we wel beter: de dienstverlening heeft een gigantische lel gekregen. Het zal nog lang duren voordat die weer een beetje uit de touwen komt.”

De toekomst zit vooral in sectoren die tastbare producten maken, meent De Boer. „Er zijn nog steeds metaalbedrijven die het redelijk goed doen en op zoek zijn naar personeel. Ook in de verpleging en verzorging vind je ’ambachtelijke functies’. Daar is genoeg werk te doen.”

mailIcon print |