De nota ’Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ van de PvdA, over het integratiebeleid heeft veel bij me losgemaakt. Vooral de uitdrukkingen ’beschaafd nationalisme’ en ’vaderlandsliefde’ raakten me, woorden die Wouter Bos in de mond nam.
Mijn emoties hebben alles te maken met mijn verleden. Ik heb de betekenis van ’vaderlandsliefde’ aan den lijve ondervonden en ik kan u verzekeren, dat was een afschuwelijk ervaring. Het was vaderlandsliefde van een ander, die mij uit mijn huis, mijn vaderland Bosnië, en voormalig leven heeft verdreven. Daarom zit ik hier, in mijn nieuwe vaderland.
Toen ik de nota las, heb ik me afgevraagd: wanneer ben ik eigenlijk Nederlandse geworden? En het antwoord was makkelijker te geven dan ik dacht. Ik ben Nederlandse geworden ver voor ik hier een paspoort kreeg: een half uur nadat ik voet op Nederlandse bodem had gezet. Zo lang duurde het namelijk om van Arnhem CS naar het hoofdbureau van politie in die plaats te lopen.
Ik moest mijn geboortestad Banja Luka achterlaten omdat het daar niet meer veilig was. Na een jaar zwerven in Servië – slapen overal en nergens, hongerig, uitgescholden en bedreigd – stapte ik op eerste Kerstdag 1993 in Arnhem uit de trein, en ging naar het politiebureau om daar asiel aan te vragen.
In voormalig Joegoslavië was de politie nooit bepaald burgervriendelijk. Je werd geleerd om zo min mogelijk contact met ze te hebben. Tijdens de oorlog werd dat alleen maar erger. Veel zin om naar de Nederlandse politie te gaan, had ik daarom niet. Maar een vriend had me op het hart gedrukt dat dit de enige manier was om asiel aan te vragen. Dus ik belde aan.
De dienstdoende agent vroeg vriendelijk wat hij voor me kon doen. Ik vertelde hem dat ik uit Bosnië kwam en dat ik in Nederland asiel wilde aanvragen. „Je hoeft niet meer bang te zijn. Alles komt goed. We zullen hier goed voor je zorgen”, was het eerste wat hij tegen me zei en liet me naar binnen.
Hij vroeg of ik honger had en voordat ik ’nee’ kon zeggen, was hij al weg om een broodje voor me te halen. Hij zat een tijdje naast me, niet precies wetend wat nog te vragen. Toen is hij gaan bellen om onderdak voor me te vinden. Een uur later heeft hij geregeld dat een politieauto me naar een opvangcentrum in Arnhem bracht. Daar mocht ik tijdelijk in de kamer van de huisarts, want die was met vakantie.
Dáár – op dat politiebureau in Arnhem – ben ik Nederlandse geworden. Ik wilde bij zo’n beschaafd en solidair volk horen. Anderhalve maand geleden – op 25 december 2008 – heb ik mijn jubileum gevierd: 15 jaar in Nederland. Eigenlijk 15 jaar Nederlander zijn.
Inmiddels heeft het partijbestuur een nieuwe versie van de integratieresolutie gepresenteerd. Heel vluchtig lezend zie ik dat hij stukken beter is dan de vorige. Partijtop 2.0 zegt: ja, er zijn problemen, soms grote maar dat zijn onze gezamenlijke problemen. Waar de wet wordt overtreden, grijpen we in. Maar we bieden ook perspectief. En toekomst. We zorgen ervoor dat de wijken leefbaarder worden. Onze gezamenlijke problemen lossen we samen op. In de oude sociaal-democratische termen heet dit ’solidariteit’.
Solidariteit en begrip voor elkaar, zal uiteindelijk ervoor zorgen dat het met de integratie goed komt. Dan kunnen onzinnige uitspraken van verschillende politici me niet ineens doen twijfelen aan mijn loyaliteit en zal ik niet belanden in een identiteitscrisis. Want ik weet:ik hoor hier. En met mij, vele anderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.