*

 

Gewaagde uitersten

Christo Lelie − 19/02/09, 00:00

Compagnie Bischoff olv Romain Bischoff, Leo van Doeselaar met ’Voix d’orgues’ in Doelen Rotterdam op 17/2.

Soms is een programma zo mooi, dat het zelf een kunstwerk vormt. Het geheel is dan fraaier dan de som der delen. Het prachtige programma dat vocaal ensemble Compagnie Bischoff met organist Leo van Doeselaar onder het motto ’Voix d’orgues’ in de Rotterdamse Doelen ten gehore brachten, was zo’n kunstwerk. Serene, sobere muziek uit twee uiteenlopende tijdvakken, enerzijds de renaissance en vroege barok en anderzijds het postmodernisme van de late twintigste eeuw, bleek prachtig te harmoniëren.

Compagnie Bischoff is een vocaal ensemble van vijf zangers dat zich op het vertolken van zowel oude als eigentijdse muziek richt. Alle uitgevoerde composities hadden ingetogenheid met elkaar gemeen. Een andere rode draad was dat de componisten van Josquin Desprez (1450-1521) tot en met Arvo Pürt (1935) een optimaal resultaat wisten te bereiken met minimale compositorische middelen. Soms was het verschil in muziekstijl, met een half millennium ertussen, nauwelijks merkbaar.

Bijvoorbeeld de orgelcompositie ’Upon La Mi Re’ van Thomas Preston uit de eerste helft van de 16de eeuw, is met zijn obsessief herhalende, monotone harmonische schema pure minimal music, vergelijkbaar met het eveneens uitgevoerde orgelwerk ’Gipfel und Wellenüler’, en de ’Berliner Messe’ voor koor en orgel van Pürt. Wel groot waren de contrasten tussen ’Dulcis amor Jesu’ van de Poolse barokcomponist Bartlomiej Pekiel, en de bevroren geluidskristallen van Luigi Nono’s (1924-1990) ’¿Donde estas, hermano?’. In het orgelwerk ’Principal Sound’ van Morton Feldman uit 1980 werd de luisteraar bijna gehypnotiseerd door de pulserende effecten die ontstaan door interferentie in dissonante, lage tonen. Het Doelen-orgel bleek een perfect instrument voor deze klankveldenmuziek.

Helaas was de uitvoering niet smetteloos. Compagnie Bischoff kampte met behoorlijke startproblemen in ’Plaine de deuil’ van Josquin. Vermoedelijk moesten de zangers wennen aan de beruchte zuigende werking van de akoestiek. Dit werk begon aarzelend en weinig homogeen, met vooral in de hoge stemmen soms een enigszins schrale klank. Veel zekerder klonk het ensemble in de 20ste-eeuwse werken.

De ’Berliner Messe’ van Pürt zou in de immense Doelenzaal beter geklonken hebben met een groter koor; meer nagalm zou de mystieke sfeer hebben versterkt. In de droge akoestiek en begeleid door een reusachtig orgel, raakte de breekbare vocale partij soms in de verdrukking. Regelmatig kwam de intonatie in het geding, met name in het Credo en het Sanctus, dat beschadigd raakte door een te luid tongwerk van het orgel. Deze schoonheidfoutjes waren jammer, maar namen weinig weg van de overtuigingskracht die uitging van dit gewaagde programma.

mailIcon print |