Weg met de brugklas, zet eersteklassers toch gewoon meteen in een klas met kinderen van hetzelfde niveau. Dat was de teneur van veel lezersreacties op het bericht, afgelopen week in Trouw, dat de brugklas vaak alleen nog in naam bestaat.
De brede brugklas (vmbo-havo-vwo) is nooit populair geweest, maar nu blijkt dat aan veel scholen ook de havo-vwo-brugklas terrein verliest. Steeds meer scholen zetten vwo-eersteklassers meteen apart. In drie jaar tijd is het aantal vwo’ers in een afzonderlijke brugklas met een dikke 20 procent gestegen.
In hun reacties kiezen de meeste lezers één kant in een discussie die onder onderwijsbeleidsmakers al decennia duurt. Vwo’ers hebben na acht jaar basisschool behoefte aan uitdaging, redeneren velen, en die krijgen zij het meest als ze met kinderen van hun eigen niveau in de klas zitten.
Maar er is ook een andere kant in die discussie. Want uit onderzoek blijkt keer op keer: hoe vroeger leerlingen geselecteerd worden voor hun schoolniveau, hoe meer hun ouderlijk milieu bepaalt op welk niveau ze terechtkomen.
In Nederland worden leerlingen geselecteerd als ze twaalf jaar zijn, nogal vroeg vergeleken met andere landen. Daardoor slagen kinderen uit een laag milieu er in Nederland minder vaak in om een hoog diploma te halen, blijkt uit onderzoek. De dochter-met-een-goed-stel-hersens van een lopendebandwerker, bijvoorbeeld, maakt in Nederland duidelijk minder kans de universiteit te halen dan in andere landen. Verspilling van talent, vinden veel beleidsmakers.
De brugklas was een poging om deze selectie uit te stellen en daardoor talent uit lagere milieus extra kansen te geven. Wie met een vmbo-advies van de basisschool kwam, kon via de brugklas alsnog naar de havo en gedoodverfde havisten kregen de kans te bewijzen dat ze toch op het vwo thuishoorden.
Dat wordt lastiger nu brugklassen steeds vaker naar niveau gescheiden worden. Een niveau zakken (bijvoorbeeld van vwo naar havo) kan wel, maar ’opstromen’ lukt minder vaak. Dat geldt voor vmbo’ers van wie later blijkt dat ze best naar de havo hadden gekund. Maar ook voor havisten met te laat ontplooide vwo-capaciteiten – die zijn meestal een jaar extra kwijt om alsnog een vwo-diploma te halen.
Houd daarom kinderen in een gemengde brugklas, zeggen sommigen; de matige leerlingen kunnen zich dan ook optrekken aan de beteren. Nee, kaatsen anderen terug, want dan worden de beteren naar beneden getrokken door de matigen. Het ingewikkelde is: uit onderzoek blijkt dat voor beide standpunten wel iets is te zeggen.
Uiteindelijk draait de discussie om de vraag: in welke onderwijsstructuur wordt het talent van zoveel mogelijk leerlingen zoveel mogelijk ontplooid? Een structuur die elke leerling het beste biedt, is nog niet gevonden en dus lijkt de keus: ófwel we zetten alles op alles om elke vmbo’er en havist die misschien meer in z’n mars heeft kansen te bieden, ófwel we zetten vooral in op de besten en dagen die uit het uiterste uit zichzelf te halen.
Zolang de politiek niet kiest, bepalen met name hoog opgeleide ouders wat er gebeurt. In de praktijk wordt daardoor steeds vaker keuze twee verwerkelijkt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.