*

 

'Thuisje' spelen op school

Martine Delfos − 20/02/09, 15:38

opinie Steeds vaker spelen ouders ‘schooltje’ thuis en moeten leerkrachten ‘thuisje’ spelen op school. De taalontwikkeling is er zo een die in de wisselwerking terecht is gekomen.

Er is een enorme inzet gepleegd om jonge kinderen educatie te geven, voorschoolse en vroege educatie. Belangrijk speerpunt is de taalontwikkeling. Het denken erachter is dat als we kinderen een goede taalontwikkeling geven ze dan geen achterstanden oplopen in hun functioneren later. In het verre verschiet ligt een afname van de criminaliteit en het voldoen aan de Lissabon akkoorden. Een groot goed.

Al erg lang waarschuw ik echter voorzichtig te zijn met de vroege en voorschoolse educatie. De reden hiervoor is niet dat ik de waarden die de voorstanders hanteren niet belangrijk vind. Integendeel, misschien nog wel belangrijker. Alleen, ik ben bang dat het averechts werkt.

En ziedaar het onderzoek dat toont dat kinderen die deze educatie krijgen geen voorsprong hebben op kinderen die het zonder deze educatie moeten doen, maar zelfs slechter functioneren. Waarom gaan de kinderen erop achteruit of in ieder geval stagneert hun ontwikkeling ten opzichte van hun leeftijdgenoten die deze educatie niet krijgen?

Er zijn verschillende redenen aan te voren. We weten nog steeds weinig over hoe kinderen zich ontwikkelen. Taal ontwikkelt vanuit de behoefte tot contact. Een baby reageert intuïtief meer op de menselijke stem dan op trommelgeluid. De ontwikkeling van baby’s en peuters wordt voornamelijk van binnenuit gestuurd, pas bij de schoolgang wordt de ontwikkeling meer van buitenaf gestuurd.

De taalontwikkeling komt in feite eerder ondanks dan dankzij ouders op gang. Kinderen zeggen ‘ik loopte’ in een perfecte vervoeging totdat ze horen dat het werkwoord ‘lopen’ een uitzondering is en je ‘ik liep’ moet zeggen, wat ze dan ook grif gaan doen.

Ze luisteren, observeren en zijn in staat grammaticale regels te hanteren waar wij moeite mee hebben om hen die te leren. Hen onderwijzen kan dan ook alleen maar succesvol zijn als het aansluit bij hun eigen ontwikkelingspeil, hun eigen motivatie en hun belangstelling. Jongens bijvoorbeeld zijn meer bezig met de natuurkundige verschijnselen dan met de taal.

Niet alleen loopt de ontwikkeling niet vloeiend als hij niet aansluit, maar het is ook zo dat er meer energie en aandacht nodig is om te ontwikkelen waar je niet aan toe bent. Dat betekent dat je mogelijk onderwerpen wegdrukt waar het kind wel aan toe is. Voor mij was het dan ook niet verbazingwekkend dat de ontwikkeling van kinderen met deze vroege educatie cognitief slechter gaan functioneren.

Naast het niet aansluiten bij wat in henzelf omgaat, de sekseverschillen en het risico om andere onderwerpen van ontwikkeling weg te drukken wanneer wij kiezen wat ze moeten ontwikkelen is er nog een vierde risico. Door de educatie kan het kind het gevoel oplopen dat het faalt, en wordt het zelfbeeld benadeeld. En er is nauwelijks iets meer schadelijk voor ontwikkeling dat het gevoel dat je faalt. Ontwikkelen doe je vanuit kracht, niet vanuit zwakte.

Martine Delfos is biopycholoog. Voor meer informatie over haar werk zie www.mdelfos.nl

mailIcon print |