Regie: Jean-François Richet. Met: Vincent Cassel, Mathieu Amalric, Ludivine Sagnier, Olivier Gourmet. In 16 bioscopen.
Het tweede deel van het tweeluik over de mythische Franse gangster Jacques Mesrine is net als het eerste gewelddadig, onderhoudend, prachtig gefilmd en geniaal geacteerd. Toch had Richet zijn fascinatie voor de cultheld beter kunnen beteugelen en het bij één deel houden.
Net als deel 1 begint én eindigt dit deel met de dood van Mesrine. Hij wordt op een druk kruispunt in Parijs klem gereden en doorzeefd met politiekogels. De charmante gangster voorzag dit einde al langer. „Wie leeft van bankovervallen, van misdaden, van geweld, sterft meestal niet in zijn bed.”
Meer nog dan in deel 1 wordt van Mesrine een held gemaakt. Hij troeft in de rechtszaal de advocaten en de officier van justitie af, maakt grappen tegen de jury, bekritiseert het systeem en ontsnapt opnieuw op spectaculaire wijze. Tegen zijn gijzelaars is hij hoffelijk en sympathiek: hij onderhandelt met een stokoude miljardair over de hoogte van het losgeld, terwijl hij intussen met een schort om in de keuken een konijn staat te braden.
Hoewel Mesrine soms flirt met extreemlinkse groeperingen als de Rode Brigades, is hij in feite apolitiek. De politie, het establishment te slim af zijn, dat is waar Mesrine zijn vak van maakt en zijn cultstatus aan ontleent.
Dit deel richt zich op de relatie tot verschillende partners in crime die Mesrine had: François Besse, en later de revolutionair Charly Bauer. Hoewel hij met Besse een vermakelijk komisch duo vormt en Bauer een interessant personage zou kunnen zijn, komen deze karakters nauwelijks uit de verf. Mesrine is overal het middelpunt, en hoewel Vincent Cassel de man met duizend gezichten opnieuw geweldig neerzet, gaat de film ten onder aan de al te grote fascinatie voor deze cultheld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.