*

 

Een wereld die verloren dreigt te gaan

Belinda van de Graaf − 19/02/09, 00:00

De derde speelfilm van Azazel Jacobs speelt zich af in zijn ouderlijk huis in New York. „Ik wilde mijn ouders en hun huis documenteren voordat het verdwijnt.”

  • (Trouw)
  • (Trouw)

Het Amsterdamse kunstcentrum Smart Project Space vertoont ’Momma’s Man’, een geweldige ’home movie’ van de New Yorkse filmmaker Azazel Jacobs. Het kunstcentrum springt daarmee in het gat van de avontuurlijke, onafhankelijke film die nogal eens aan de aandacht van de Nederlandse distributeur ontsnapt. „Ik wilde een wereld documenteren die verloren dreigt te gaan”, vertelt de Amerikaanse regisseur op het Filmfestival van Rotterdam.

Azazel Jacobs (36) koos een unieke locatie voor zijn derde speelfilm: het huis in New York City waar hij opgroeide, en waar zijn ouders al veertig jaar wonen. Hij schreef een verhaal over zoon Mikey die inmiddels met vrouw en baby in Los Angeles woont, maar die op bezoek bij zijn ouders in New York besluit om te blijven. Hij trekt zich terug in zijn oude tienerkamer en brengt de dag door met z’n oude stripboeken, pingelend op z’n oude gitaar.

Zijn ouders beginnen zich meer en meer zorgen te maken. Ze worden gespeeld door de vader en moeder van de regisseur, die rollen spelen in hun eigen huishouding. Het gaat om de beroemde avant-garde filmmaker Ken Jacobs die vijf jaar geleden nog Filmmaker in Focus was in Rotterdam, en zijn echtgenote, de New Yorkse kunstenares Flo Jacobs.

„Ik woon zelf inmiddels ook in Los Angeles”, vertelt Azazel Jacobs, „maar ik ben opgegroeid in dit huis in ’lower Manhattan’. Het ligt slechts een paar straten verwijderd van waar de Twin Towers stonden. Door de Towers vond ik als kind altijd de weg terug naar huis. Ik was erg dyslectisch, en had zelfs moeite met het kaarsrechte stratenplan van New York. De buurt is inmiddels sterk veranderd. Mijn ouders trokken in de jaren zestig in dit appartement, ze betalen nog steeds een extreem lage huur. Inmiddels staan hier appartementen te huur voor 10.000 dollar per maand. En op straat staan alleen maar luxe auto’s geparkeerd. Mijn ouders, en het huis waarin ze wonen, zijn eigenlijk een soort relikwieĆ«n uit een voorbije tijd. Ik wilde het graag documenteren, voordat het echt allemaal verdwijnt.”

Het bijzondere aan het huis van Ken en Flo Jacobs is dat er niet alleen wordt gewoond, maar ook gewerkt. Het staat volgestouwd met filmcamera’s, filmspoelen, projecteren, boeken, schilderijen, langspeelplaten en speelgoed ontworpen door Ken Jacobs. Er zijn slechts smalle doorgangetjes langs lange rijen kasten vol prullaria en memorabilia.

„Ik was vroeger een beetje zoals Mikey, een jongen die niet goed kan zien wat zijn ouders doen. Toen ik 13 of 14 was, schaamde ik me voor m’n ouders en het volgestouwde huis. Als kind dacht ik, als we thuis een tapijt zouden hebben, zou ik de wereld te rijk zijn. Op de middelbare school heb ik me erg verzet tegen het intellectuele, artistieke milieu, bijvoorbeeld door m’n hoofd kaal te scheren en me heel nationalistisch te gedragen. Ik was een kleine fascist. Toen ik eindelijk een keer een vriendinnetje mee naar huis durfde te nemen, reageerde ze heel onverwacht. Ze zei: ’Oh, wat een cool huis, wat een coole ouders!’ Toen begon ik het een beetje anders te zien. Komisch is wel, dat mijn vader in de film het boek ’American Fascists and the Christian Right and the War on America’ leest. Dat boek leest hij niet speciaal voor de film, het ligt echt op z’n nachtkastje. Er is niets speciaal voor de film gemaakt, we hebben het huis gefilmd zoals we het aantroffen. Voor Mikey heb ik wel speciaal een jas gekocht. Op de rug staat met grote letters USA. Het is een grote, dikke, supergoedkope jas, waarin Mikey net een baby lijkt.”

Azazel Jacobs vond een mooie vorm om terug te keren naar het ouderlijk huis, en om zijn omgeving en New York te documenteren. ’Momma’s Man’ is niet alleen een tedere, maar ook een humoristische film geworden. Het verhaal is vol melancholie en nostalgie, maar wordt nooit sentimenteel, en dat is knap. „Ik ben naar twee verschillende filmscholen geweest, Suny Purchase waar Hal Hartley en aanverwanten vandaan komen, en het American Film Institute in Los Angeles, waar Terence Mallick is opgeleid. Ik houd ervan om die twee werelden te combineren. Ik houd van experimenten, maar ook van klassieke, verhalende films zoals ’Sweet Smell of Succes’, die fifties klassieker waarin Burt Lancaster een New Yorkse roddelcolumnist speelt. Als ik een ding van mijn vader heb geleerd, dan is het wel ’spelen’. Dat neem ik heel serieus, in mijn eigen films, maar ook in de films van gelijkgestemden. ’The Talent Given Us’ (2004) van Andrew Wagner was bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron voor mijn film. Het gaat over een gepensioneerd stel uit New York dat het hele continent over reist voor een hereniging met hun verloren zoon. In die film werd ook op een mooie manier geĆ«xperimenteerd met documentaire lijntjes in fictie. Prachtige melancholische humor zit ook in de films van Andrew Bujalski, en geweldig is het werk van Gerardo Naranjo. Dat zijn filmmakers met wie ik me verwant voel, en die niet terugdeinzen voor meer persoonlijke verhalen.”

’Momma’s Man’: te zien in het Amsterdamse kunstcentrum Smart Project Space.

mailIcon print |