*

 

De kist van Pessoa

Hans Nauta − 19/02/09, 00:00

In de kist die dichter Fernando Pessoa (1888-1935) bij overlijden naliet, zaten 30.000 beschreven vellen. Een onoverzienbare stapel teksten, die nog altijd niet helemaal in kaart is gebracht. Voor literatuurwetenschapper en Pessoa-liefhebber Michaël Stoker werd de kist een relikwie, waarnaar hij op zoek ging.

Voor een VPRO-radiodocumentaire bezocht hij enige jaren terug de nicht van Pessoa, die hem vertelde dat de kist in een ver buitenhuis moest staan. Maar dichterbij kwam hij niet, en hij gaf op.

De stapel papier was allang ondergebracht in de nationale bibliotheek van Lissabon. Lange tijd zat Stoker er dagelijks. Voor zijn promotie onderzocht hij ’Het boek der rusteloosheid’ – „Pessoa’s prozameesterwerk, ook afkomstig uit die kist, bijeengeharkt en uitgegeven in 1982 en daarna enkele malen herzien”. Stoker zocht naar vergissingen in de officiële uitgave.

„En plots zag ik ergens het woord ’Hollanda’ staan. Ik was verbaasd, want er waren nog geen verwijzingen naar Nederland bekend.” Daarna kwam een gezond wantrouwen. „Pessoa dronk op het laatst een liter jenever per dag en schreef in golvende hanenpoten. Zijn handschrift is haast niet te ontcijferen.”

In een gedicht uit 1919 – „eerder curieus dan briljant” – schrijft Pessoa in Stokers vertaling: ’Er is een dorpje in Holland / Waar een trieste molen staat. / ’t is een molen die nooit draait / en goed beschouwd niet eens bestaat.’ In de tweede strofe vermoedt Pessoa dat hij in Holland ’ten slotte geluk vinden zal’.

Stoker ontdekte andere teksten over Nederland, waarin Pessoa veel minder vleiend is. Hij noemt Nederland ’een inferieur land’, en schrijft: ’Dit type land voegt niets essentieels toe aan de beschaving. Ze kunnen ophouden te bestaan zonder dat de beschaving daaronder lijdt’. En: ’Wie in toekomstige generaties zal nog weten dat er een Nederlandse taal heeft bestaan?’

Stoker heeft ook twee nieuwe alter ego’s ontdekt, oftewel heteroniemen, waarmee het totaal op 83 komt. Een van de twee, Isaias Costa, schrijft de opvallende regel: ’De duivel? De duivel dat zijn wij’. „Daarin hoor je wat Sartre later zal schrijven: ’De hel, dat zijn de anderen’.”

Stoker heeft zijn ontdekkingen verzameld in het boek ’Fernando Pessoa: De fictie vergezelt mij als mijn schaduw’ (uitg. IJzer, www.fernandopessoa.nl). Dat verschijnt tijdens het festival ’Pessoa in Nederland’, vanaf 1 maart in Utrecht. „Pessoa’s nicht komt ook. Omdat zij nog een paar honderd vellen schijnt te bezitten, houden onderzoekers haar angstvallig in de gaten.”

In november vorig jaar bood zij opeens de kist ter veiling aan. „De staat wilde de familie gaan vervolgen wegens verkwanseling van nationaal erfgoed. Daardoor ging veel aandacht naar de advocaten en het gedoe. De kist stond onopvallend in een hoek. Iemand zette er zijn koffiekopje op.” Eindelijk zag Stoker de kist van Pessoa. „Een heel banaal ding. Die ontnuchtering heb je wel vaker met relikwieën.” Een Portugees betaalde er 50.000 euro voor.

mailIcon print |