De aanklagers tegen de Congolese krijgsheer Lubanga beginnen met zware tegenslag. Hun eerste getuige kwam gisteren ongeloofwaardig over.
Het proces tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga kende vorig jaar al maanden uitstel doordat de aanklagers niet alle stukken beschikbaar wilden stellen om getuigen te beschermen. De rechters dwongen hen daar uiteindelijk wel toe. Die slechte start kreeg gisteren in de rechtszaal van het Internationale Strafhof een slecht vervolg.
De eerste getuige van het proces, opgevoerd als een voormalig kindsoldaat, kwam na de lunchpauze terug van het verhaal dat hij die ochtend had verteld. Toen had hij gezegd dat hij, toen hij in de vijfde klas van de basisschool zat, met zijn vriendjes door militairen van de Patriottische Unie van Congo (UPC) was geronseld en naar een legertrainingskamp gebracht was.
Lubanga, die de UPC in 2000 oprichtte, gebruikte kindsoldaten in een bloedige strijd die van 1998 tot 2003 duurde. In Den Haag staat hij terecht voor het rekruteren en inzetten van kindsoldaten in 2002 en 2003. De getuige van gisteren is de eerste van een aantal kinderen dat moet helpen de schuld van de krijgsheer te bewijzen.
Om de getuige te beschermen, werd zijn stem vervormd en was hij door doeken onzichtbaar voor het publiek. Maar Lubanga kon hem wel zien. Toen aanklaagster Fatou Bensouda de getuige vroeg of hij met de militairen van de UPC was meegegaan, zei hij: „Ik heb beloofd de volledige waarheid te vertellen, dit brengt me in een lastige positie.” Op de vraag van rechter Adrian Fulford of iets hem ervan weerhield de waarheid te vertellen, zei hij: „Dit verhoor brengt me in de problemen.”
Na een pauze van tweeënhalf uur kwam de minderjarige jongen volledig terug van zijn eerdere verhaal. ’s Middags vertelde hij hoe hij met zijn vriendjes naar een hulporganisatie ging. Daar zeiden ze hem te kunnen helpen. De medewerkers van deze organisatie hadden hem ook verteld wat hij hier moest zeggen, aldus de getuige. „Maar nu wil ik zeggen wat er echt gebeurd is.” Toen rechter Fulford hem vroeg of zijn eerdere verklaring waar of onwaar was, antwoordde hij: „Dat was niet de waarheid.”
„We moeten het proces de tijd gunnen”, zegt Lorraine Smith van de International Bar Association, bij het proces aanwezig als waarnemer. „We moeten weten waarom deze getuige zich zo gedraagt. Het blijft een jong kind dat veel heeft meegemaakt. En een rechtbank is intimiderend. Daarnaast is er vrijwel geen ervaring met dergelijke getuigen.”
Mogelijk heeft ook de angst om in eigen land vervolgd te worden een rol gespeeld. Het Strafhof kan een kind niet individueel vervolgen. „Dit betekent echter niet dat Congo niet zou kunnen besluiten hem toch aan te klagen”, aldus juriste Smith.
Het Strafhof heeft de aanklagers inmiddels verzocht na te gaan of de getuige in Congo voor de rechter kan komen. Vandaag krijgen de aanklagers in een besloten sessie de kans te beargumenteren waarom zij de getuige nog steeds willen oproepen. Zij gaven al aan bewijs te hebben dat de jongen wél kindsoldaat voor Lubanga was.
Behalve over de getuige ontstond gisteren ook verwarring over vertalingen. Volgens zowel aanklagers als verdediging zijn delen van zinnen uit het Swahili niet of niet juist vertaald in het Engels en Frans. Mocht de rechtstreekse vertaling inderdaad niet voldoen, dan heeft het Strafhof er een probleem bij: veel getuigen spreken geen Engels of Frans.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.