*

 

Hebben de ijsvogels de strenge vorst een beetje overleefd?

Maaike Bezemer − 24/01/09, 00:00

Vogelliefhebbers kunnen dit weekeinde meedoen aan de landelijke tuinvogeltelling. Ga een uur voor het raam

De Vogelbescherming registreert al zes jaar wat vogelliefhebbers zoal aantreffen in hun tuin. Vorig jaar waren er 15.000 deelnemers. Daarmee is de landelijke tuinvogeltelling geen wetenschappelijk verantwoord onderzoek, maar de uitslag kan wel trends aangeven. Bijvoorbeeld of de ijsvogel, die het in Nederland juist goed doet vanwege de slappe winters, door de vorst meer naar het warme westen is verhuisd.

Hoe kleurrijker de soort: hoe leuker om in je tuin te hebben. Mezen, merels en vinken komen in heel Nederland voor. Veel andere soorten eisen een specifieke omgeving. In het oosten van het land zitten geen halsbandparkieten, maar kneu en geelgors komen daar wel algemeen voor. De ijsvogel leeft in de buurt van helder (niet bevroren) water en de grote bonte specht wil een bosrijke omgeving, maar is ook in steden te zien.

De toestand van de tuin maakt veel uit. Vogels hebben hem liefst zo groen en rommelig mogelijk. Geen hekken, maar heggen. Geen tegels maar grond, gras en mos. En niet te veel blad en takken opruimen! Aangezien elke vogel zo zijn voorkeur heeft voor bepaalde zaden of bessen, kun je de mooiste exemplaren binnenhalen met de juiste planten, struiken en bomen. Fruit lokt kramsvogel en koperwiek, twee lijstersoorten. Rozenstruiken, met bottels, doen het goed bij groenlingen. Putters en (barm)sijzen zijn gek van kaardebol en elzenpropjes. Kneu en geelgors houden van meidoorn en sleedoorn. De bessen van de Gelderse roos, die veel vogels te zuur vinden, kunnen hele zwermen pestvogels lokken, al moet die soort dan wel uit het noorden hierheen komen. De laatste echte invasie was in januari 2006. De ijsvogel wil een vijver met vis, maar de kans in een gewoon tuinvijvertje is wel erg klein.

Voeren mag trouwens ook van de Vogelbescherming. De grote bonte specht houdt wat van vetbollen. De halsbandparkiet, kepen en vinken gaan voor zonnebloempitten –liefst zwarte– en andere zaden. En kramsvogels komen ook af op fruit uit de groentenwinkel.

Overigens is de huismus al een paar jaar de meest getelde tuinvogel. Ook al zijn ze niet zo kleurrijk, ze zijn wel leuk, vindt Hans Peeters van de Vogelbescherming. „Ze zijn druk, voortdurend aan het kissebissen, nemen af en toe een stof- of waterbad.” Ander voordeel: ze verschijnen meestal in groepen. Dat schiet lekker op bij zo'n telling van een uur.

Meer tips over de telling of informatie over het aanleveren van de telgegevens is te vinden op: www.tuinvogeltelling.nl

mailIcon print |