*

 

’Ik ben hier dankzij mijn verleden’

Fred Troost − 24/01/09, 00:00

Zware beenblessures bij man en paard verpestten het jaar 2008 voor Jeroen Dubbeldam. Nu is hij terug. Een gesprek met de springruiter die een nieuwe start maakt.

Ze heten Jasper Bleu, Simon en Whisper en ze dragen Dubbeldam (35) deze dagen door Jumping Amsterdam. Niet om te winnen, „maar als ik prijzen kan rijden, zal ik het niet laten”, zegt de pikeur. Hij zit er ontspannen bij. „Ik besef dat ik dankzij mijn verleden en naam op krediet aanwezig mag zijn.”

„Was ik hier met Up and Down, dan zou ik naar de winst in de Grote Prijs toewerken”, zegt hij, ietwat melancholiek over de piste in de Rai uitkijkend. „Met deze paarden is het aftasten en hopen dat ik zondag een klein rolletje kan meespelen.”

Dat klinkt bescheiden, en dat past wel bij de man uit het Twentse Weerselo, zeker na alle malheur die hem vorig jaar heeft dwars gezeten. Begin april 2008, net terug van deelname aan een concours in Cannes, wierp een tijdelijk bij hem gestald paard, op wat een ontspannen buitenritje moest zijn, hem uit het zadel. Direct gevolg: een gebroken been. Zure nasleep: een verloren buitenseizoen en geen deelname aan de Olympische Spelen in Hongkong. „Die knoop heb ik zelf doorgehakt, toen ik zag dat de tijd begon te dringen. Rob Erens (bondscoach, red) heeft me tot het laatst de mogelijkheid geboden nog in te stappen. Daar ben ik hem heel dankbaar voor.”

De olympisch kampioen van 2000 en het lid van de huidige Europese en wereldkampioensploeg kwam in een neerwaartse zuiging terecht die hem rechtstreeks naar het afvalputje van de springsport dreigde te spoelen. „Ik heb best in een dip gezeten, dat mag je wel weten. Ik miste de Spelen, ik zag hoe ik kelderde op de wereldranglijst. Daar sta ik nu 150ste of zo. Dat knaagt aan mijn gevoel van sportman.”

Zijn voorgenomen rentree werd vervolgens geblokkeerd toen bleek dat zijn toppaard Up and Down van lichte kreupelheid last had. Net toen de ruiter wilde terugkeren, moest de elfjarige vosruin onder het mes, aan twee benen nog wel. „Het kan een misstap of een verkeerde landing zijn geweest, dat weet ik niet. Maar het gaf nieuwe ellende.”

Inmiddels is Up and Down op de weg terug, net als Dubbeldam. Hij heeft thuis al weer een keer of tien met hem gesprongen. „Binnenkort neem ik hem mee naar een concours. Beetje rijden op het voorterrein, dan een klein landelijk concours en hopelijk in de zomer weer internationaal meedoen.”

Hij heeft zich doelen gesteld, al is hij - door ervaring wijs geworden - voorzichtig met formuleren. „Het EK eind augustus in Windsor zit in m’n achterhoofd, maar het meest mik ik op de volgende stap: het WK van 2010 in Kentucky.”

Dat past bij hem, buitenrijder pur sang. „Ik focus me altijd op kampioenschappen, nationaal en internationaal, en die zijn altijd buiten. Natuurlijk probeer ik ook ’s winters mijn ding te doen en een concours te winnen, maar ik ben geen prijzenjager.”

„Ik probeer reserves op te bouwen. Voor spek-en-bonen rijd ik heus niet mee, maar ik wil wel wat overhouden voor wedstrijden waarin dat nodig is. Dat is me met drie paarden gelukt: De Sjiem, Nassau en Up and Down. Het is een bewuste keuze: niet te veel paarden op stal en me op één combinatie richten.”

Focussen op een grote prijs heeft hem een misschien korte, maar wel indrukwekkende erelijst opgeleverd: olympisch kampioen, winnaar in Aken, derde bij het EK 2005, lid van de landenploeg die Europees en mondiaal kampioen werd. Dat het daartussendoor even stil blijft, ziet hij niet als een ramp.

„Het voordeel van even weg zijn, is dat je nieuwe jonge paarden kunt opleiden, zoals deze die ik nu bij me heb. Ik heb ze pas een paar weken in huis. Nu is het zien hoe ze met spanning omgaan, hun karakter ontwikkelen, en of ze hun kracht behouden. Dat is een heel mooi proces.”

mailIcon print |