Hoe staat het met het arbeidsethos in Nederland? Deel 7 van een serie: Maarten Rooijakkers (47), varkenshouder in het Brabantse Aarle-Rixtel.
„Voor een bestaan als agrariër moet je je tweehonderd procent met liefde inzetten, anders red je het niet. Het beroep vergt veel van je, maar het kan ook een goede boterham opleveren.”
„Ik ben opgegroeid op een boerderij hier in de buurt. Het was vroeger heel normaal dat de kinderen meehielpen op het bedrijf. Juist aan het harde werken bewaar ik de mooiste herinneringen. In de vrieskou met een schop in de weer om zand los te hakken. Op dat moment was het afzien, maar stevige lichamelijke arbeid geeft ook voldoening. Ik denk dat Balkenende in die zin zeker een punt heeft met zijn opmerking over arbeidsethos. Hard werken vormt je, het leert je dat niks vanzelf komt. Mijn eigen kinderen wil ik dat ook bijbrengen. Je hoort wel eens verhalen van verwende kinderen die thuis niks hoeven te doen. Maar niks komt vanzelf. Als je iets wilt bereiken, zal je er moeite voor moeten doen. Als klein manneke op de boerderij heb ik dat spelenderwijs geleerd. Nu ik volwassen ben, zie ik daar de waarde van in en pluk ik er de vruchten van.”
„Mijn dagen beginnen om zeven uur ’s ochtends en bestaan uit fysiek werk, verzorging van de dieren, overleg, reparaties, boekhouding enzovoort. Als je wilt, is er altijd iets te doen. Ik run het varkensbedrijf en de zichtstal voor bezoekers samen met mijn broer. We hebben 760 vermeerderingszeugen, 200 opfokgelten (jonge, vrouwelijke varkens) en 4500 vleesvarkens.”
„Het is hard werken, maar ik zou niet anders willen. Ondernemers, en zeker agrariërs, kennen weinig verloren uren. Ik hou van de uitdaging, zelf verantwoordelijkheid dragen en beslissingen nemen. En de dieren maken het natuurlijk bijzonder, die maken iedere dag anders. Ik kan nooit honderd procent voorspellen hoe mijn dag eruit zal zien, of een zeug gaat werpen, of een dier iets heeft. Je moet altijd inspringen op het onverwachte. De uitdaging is om het bedrijf ondanks die onvoorspelbare factoren toch goed te managen.”
„Naast mijn werk op het bedrijf zit ik sinds twee jaar in het bestuur van ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie) voor de vakgroep varkens. Daarvoor ben ik gemiddeld vier dagen per week bezig met allerhande zaken, van overleg met instanties tot het bedenken van visies over dierwelzijn en gezondheid. Toch wil ik elke dag ook ’met mijn laarzen in de stront hebben gestaan’, om het zo maar even uit te drukken. Ik wil die varkens gezien hebben. Om het bestuurlijk werk te kunnen doen, heb ik de steun van mijn gezin en mijn broer en van twee medewerkers.”
„Binnen de ZLTO kan ik iets betekenen voor collega-agrariërs. De onderlinge solidariteit is groot. Als collectief kun je iets bereiken, voor een individuele ondernemer is dat een stuk lastiger. Daar komt bij dat het boerenbedrijf steeds ingewikkelder is geworden. Kennis delen via organisaties als de ZLTO is daarom belangrijk.”
„Mijn vader deed zijn berekeningen vroeger op de achterkant van een sigarendoosje, nu is de administratie een tijdrovend onderdeel van het runnen van een boerderij. Ik voel me meer manager dan dierhouder. Soms heb ik wel een beetje heimwee naar vroeger, toen alles kleinschaliger en simpeler was.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.