Dolf van der Wal is één van de weinige Nederlandse snowboarders die kans maakt op olympische deelname. Maar daar ligt hij niet echt wakker van.
In de stralende zon draagt Dolf van der Wal alleen een groen T-shirt. Sponsornaam erop natuurlijk en een wijde baggy broek er onder. Om de ogen te beschermen tegen het felle licht heeft hij een grote skibril op het hoofd. Op de bovenlip is het begin van een snor zichtbaar. Hij beweegt zich een beetje loom door de sneeuw in het Zwitserse skioord Laax, waar afgelopen week de Nederlandse kampioenschappen snowboard werden gehouden.
Van der Wal hoeft deze dag niet te rijden – of beter: hij heeft besloten het onderdeel ’Big Air’ aan zich voorbij te laten gaan. Voor hem even geen sprongen van een schans. Na een aantal vermoeiende weken – Van der Wal was vorige week nog actief op het WK in Zuid-Korea – heeft hij een rustige dag ingelast. Zo belangrijk is een Nederlands kampioenschap niet. Het is meer een mogelijkheid om familie en vrienden even te zien en ’s avonds een pilsje te drinken.
Van der Wal (21) behoort tot de beste snowboarders ter wereld op het onderdeel ’halfpipe’, een in sneeuw uitgegraven sneeuwkanaal waarin de meest bizarre capriolen worden uitgehaald. Van der Wal is in het circuit beroemd vanwege zijn hoge sprongen. Onlangs behaalde hij een olympische nominatie. Als het een beetje meezit, is hij volgend jaar aanwezig in Vancouver, waar in januari de Winterspelen worden gehouden. Al maakt hij zich daar niet bijzonder druk over.
Van der Wal: „Het is voor mij geen doel. Nou ja, wel een doel, maar geen levensdoel of zo. Het is een leuke bijkomstigheid. Het gaat goed zoals het gaat. Als ik er niet naartoe zou gaan, zou ik niet zoiets hebben van: Ik heb iets heel groots gemist in mijn leven. Maar als het wel lukt, is het een mooie ervaring. Voor mij is een wedstrijd gewoon een wedstrijd. Of dat nu een Nederlands kampioenschap is, een wereldbekerwedstrijd of de Spelen. Dat maakt me echt niet zoveel uit.”
De onverschilligheid van Van der Wal lijkt niet gespeeld. In de subcultuur der snowboarders staat het plezier nog hoog in het vaandel. Vrijwel alle boarders die afgelopen week actief waren in Laax spraken liefdevol over hun sport, maar beschouwden die wel als een uit de hand gelopen hobby. Vooral de freestylers – de mannen en vrouwen van de hoge sprongen, de ingewikkelde trucks en de kleurrijke kleding – bewegen zich doorgaans vrijmoedig door het leven.
Op zich niet vreemd. Het ’freestylen’ heeft pas sinds 1998 een olympische status. Daarvoor – en eigenlijk nu ook nog – waren de boarders niet bezig met officiële instanties of regels. Snowboarders verdienen geld door hun talent commercieel uit te buiten – vooral door zoveel mogelijk gefotografeerd te worden of in video’s te verschijnen. Van der Wal noemt zichzelf het uithangbord van zijn kledingsponsor. „Sommige snowboarders wíllen om die reden niet eens naar de Spelen”, aldus Van der Wal.
Toch verandert het langzaam, zegt de Huizenaar. „Ik denk dat de jongens die de Spelen kunnen winnen er ook wel zijn, volgend jaar. Dat geldt ook voor mij. Als je heel goed bent, is het mooi om dat ook op de Spelen te laten zien. Daar winnen zou natuurlijk best vet zijn. Maar sommige jongens hebben er gewoon geen zin in. Ze vinden het te officieel. Die boarders houden zich meer bezig met foto en video.”
Door zijn olympische nominatie – die nog wel officieel moet worden goedgekeurd – is Van der Wal uitgegroeid tot één van de belangrijkste pleitbezorgers van het freestyle snowboarden in Nederland. Het heeft hem verbaasd: „Het is leuk en grappig, maar ook raar. Hiervoor had niemand interesse in me. Door die olympische nominatie is dat veranderd. Is dat zo belangrijk dan ineens? Als ik tweede word tijdens een World Cup, wat op zich ook best goed is natuurlijk, heb je veel minder aandacht. Maar ik snap het ook wel. En ergens maakt het me ook wel een beetje trots.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.