*

 

Tegenwerking nekt ook Stevens

Henk Hoijtink − 29/01/09, 00:00

Huub Stevens staakte gisteren de strijd als trainer bij PSV, zoals eerder Gertjan Verbeek dat deed bij Feyenoord. De breuken voltrokken zich, met mekkerende spelers, volgens geijkte patronen.

Ook bij de tweede topclub in verval is de trainer moegestreden opgestapt, en zijn aftocht vertoont veel parallellen met die van Gertjan Verbeek onlangs bij Feyenoord. Huub Stevens diende gisteren zijn ontslag in bij PSV, ook gebroken uiteindelijk door al dan niet onderhuids verzet van zijn spelers. En dat is bepaald niet de enige overeenkomst. Beide coaches strandden, al in hun eerste seizoen, bij gedesoriënteerde clubs waar hun geen bescherming kon worden geboden tegen stereotiepe vormen van kritiek dan wel tegenwerking.

Bij Feyenoord leek de dagelijkse clubleiding, aangevoerd door de fletse directeur Gudde, zich er nog tegen te willen verweren. Maar dat hield geen stand toen de onwillige en onverminderd tekortschietende spelers bij de raad van commissarissen merkwaardig genoeg wél een gewillig oor vonden. Drie duels na het vertrek van Verbeek, met één gelijkspel en twee nederlagen, mag al worden geconcludeerd dat het in Rotterdam bepaald niet alleen aan de trainer heeft gelegen.

Ook bij PSV kan niet van een krachtige directie worden gesproken. Directeur Reker vindt, anders dan de voormalige buitenstaander Gudde, al tientallen jaren in verschillende functies zijn weg in de voetbalwereld, een man van statuur is hij daarmee nog niet. Reker betuigde herhaaldelijk steun aan Stevens, maar vooral door zijn verbale onhandigheid klonk het allengs minder overtuigend. Hij en zijn medebestuurders maakten het de trainer bovendien moeilijk door te beweren dat de selectie van PSV op z’n minst even goed was als die van vorig seizoen, waarin de vierde landstitel op rij was veroverd.

Dat was nogal een vertekening van de werkelijkheid. PSV kampt al enkele jaren met een afname in kwaliteit, volgens een verklaarbaar patroon in een kleinschalig voetballand. Na uitzonderlijke hoogtijdagen, halverwege dit decennium, was een terugval onvermijdelijk. Daar kwam bij dat PSV eind vorig seizoen connecties afzwoer waarmee goede spelers met soms al te troebel bevonden constructies waren aangetrokken. Maar niet voor niets waren daarvóór de laatste twee kampioenschappen al met hangen en wurgen behaald.

Stevens kwam bij PSV niet op een gelukkig moment binnen, maar voor hem als oud-speler gold een terugkeer in Eindhoven bovenal als eervol. Dat het zo niet uitpakte, kan hij deels ook zichzelf aanrekenen – naar analogie weer met Verbeek, die zich bij Feyenoord wellicht te star opstelde. Stevens bleek vooral onpeilbaar. Gewend misschien, hoe clichématig ook, aan de striktere gezagsverhoudingen in Duitsland had hij er moeite mee zijn bedoelingen te verantwoorden bij de spelers – laat staan ze soepel te presenteren aan de buitenwacht.

Daarmee werd het imago van PSV geschaad, en dat kan ook directeur Reker zich in hoge mate aantrekken. Het zou gezien zijn staat van dienst als ervaren trainer ongepast zijn om Stevens zonder reserve als een verkeerde keuze te veroordelen – zoals Verbeek bleek te zijn bij Feyenoord, als een relatief jonge, rechtlijnige coach bij een belegen spelersgroep. Wél kan worden gesteld dat Reker, al dan niet met een gebrek aan zelfkennis, een weinig representatieve combinatie tot stand heeft gebracht met een trainer die grosso modo even hoekig was als hijzelf. Niet alleen op het veld verbleekte PSV, ook daarbuiten waar de in Brabant als karakteristiek aangevoelde wellevendheid ontbrak van voorgaande trainers als Hiddink en Ronald Koeman, en hun grandeur.

Zo voltrokken de breuken in Rotterdam en Eindhoven zich grotendeels volgens geijkte patronen, waarbij aan het meest voorspelbare en bedenkelijke niet voorbij mag worden gegaan. Ook bij PSV mekkerden de spelers. Dat is van alle tijden en plaatsen als in een mindere periode de persoonlijkheid of het inzicht ontbreekt om de diepere oorzaken van het verval te onderkennen. Zowel de spelers van PSV als die van Feyenoord meenden aanmerkingen te kunnen maken op de tactische keuzes van hun trainers, die beiden elders over een langere periode toch het nodige hebben laten zien.

Het zijn in tijden van vertwijfeling doorgaans holle kreten om de aandacht van het eigen onvermogen af te leiden. Maar ze suggereren dat het beter zou kunnen gaan als er een ander aan het roer zou staan. Bij Feyenoord blijkt er nog niets van, en ook bij PSV is er met zijn begrensde selectie weinig zicht op wezenlijke verbetering. Maar volgend seizoen wordt in Rotterdam alle heil verwacht van de nieuwe trainer Been en eenzelfde incidentenpolitiek tekent zich af in Eindhoven – bij gebrek aan een krachtdadige clubleiding die met oog voor realiteit oprecht en standvastig tegengas kan geven aan doorzichtig gemopper op de werkvloer.

mailIcon print |