*

 

Mijn ideale naaister

Wim Boevink − 29/01/09, 00:00

Maandag verscheen in deze krant op de voorpagina een stukje over de tentoonstelling ’De ideale vrouw’ in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch. Het bestond voornamelijk uit korte reacties van bezoekers, plus een vermelding van de opbouw van de tentoonstelling, langs de lijnen van zes geselecteerde kenmerken: trouw, moederschap, huiselijkheid, vroomheid, daadkracht en schoonheid.

De ideale vrouw aan de overkant van de ontbijttafel las het en verlangde licht geërgerd naar een wat diepere beschouwing, met een blik in mijn richting. Ik ging dus met een loodzwaar gevoel in mijn schoenen op weg, want tentoonstellingen met zulke titels, daar kan nooit veel goeds uitkomen. Idealen passen misschien bij ideeën, maar niet bij mensen. De ideale mens is een doodeng mens. Want bij de vraag naar de ideale vrouw past de vraag: ideaal voor wie?

Die vrouw aan de ontbijttafel is ideaal voor mij, maar het blijft behelpen natuurlijk, want hier geldt een hele set aan restricties, die te maken hebben met tijd en plaats en humeur, want vanochtend had ik met die ideale vrouw nog ruzie over het verjaarscadeau dat ze van me eist. Eist ja. Lipstick wil ze.

Een ideale vrouw, dat is – voor een man – een droomvrouw. Die denkt dan aan Yolanthe Cabau van Kasbergen of – voor de iets oudere generatie – Marilyn Monroe. Fijne ontbijtpartners. We kunnen er verder weinig diepzinnigs aan toevoegen.

Dat deed de tentoonstelling ook niet. Daar werden die zes gedateerde kenmerken bedacht omdat men zich nauwelijks wilde bezighouden met de vrouw van na 1968 en omdat die eigenschappen zich makkelijk lieten illustreren met oude olieverfschilderijen, bijbelse voorstellingen en prenten, foto’s, videokunst en tijdschriftencovers, opgeleukt met interactieve schermen waarop je na de beantwoording van zes vragen je ideale vrouw tussen al die plaatjes zou kunnen vinden. Dat was voor mij een naaistertje uit 1854, hier in detail afgebeeld. Uit een summiere museale toevoeging bij het schilderij van Charles Grips leerde ik nog dat handwerken in die jaren een ware rage was.

Van de moderne vrouw wordt eigenlijk alleen vastgesteld dat het belang van het uiterlijk, de schoonheid, is doorgeschoten. Dus zijn videokunstenaars in de weer met anorexiavrouwen en oudere, gebotoxte Amerikaanse dames. of er staat er eentje zich manisch voor een spiegel op te maken, weer af te schminken, weer op te maken. De moderne vrouw, die van na ’68, van na de pil, van na de seksuele revolutie, van na drie feministische golven, die vrouw is een patiënt.

Is dat de boodschap van deze tentoonstelling? En dat ik een vrouw wil die aan handwerken doet? Ik reisde hoofdschuddend terug naar huis, toen langzaam tot me doordrong dat die ideale vrouw aan de ontbijttafel nog nooit zelfs maar een sok van me heeft gestopt. En dat die eis om lipstick wel iets heel dwangmatigs en neurotisch had.

1854 – een ideale tijd was dat.

mailIcon print |