In zijn rapport over schooluitval zet de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid vraagtekens bij een aantal gangbare opvattingen over de rol van het onderwijs. Een daarvan is, dat scholen worden overladen met oneigenlijke taken en dat het veel beter zou zijn als zij zich beperken tot pure kennisoverdracht. Misschien gaat dit voor de bovenkant van het onderwijs nog wel op, zegt de WRR. Maar in een overtuigende analyse zet auteur Pieter Winsemius uiteen dat voor veel vroegtijdig schoolverlaters andere werkelijkheden gelden.
Van de 50.000 jongeren die jaarlijks zonder diploma de school verlaten, zijn er volgens de WRR 20.000 overbelast. Ze hebben te maken met een opeenstapeling van problemen: én onmachtige ouders, én arm, én verslaafd, én schulden. Winsemius is realist genoeg om te weten dat het onderwijs die kwesties niet kan oplossen. Maar de vmbo’s en mbo’s waar deze leerlingen op zitten, worden wel geconfronteerd met de problematische kanten van hun bestaan. Hoezeer het ook in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de ouders kinderen op te voeden, scholen kunnen hun tekort eenvoudigweg niet negeren. Daarom wordt er op scholen al geëxperimenteerd met bij voorbeeld opvang van tienermoeders, of met klusbedrijven voor praktische scholing. Dat soort initiatieven verdient een steviger basis, én een toereikender financiering.
Voor beide biedt Winsemius handreikingen. Maar het nieuwe zit vooral in de tweeslag die hij maakt. Scholen moeten structuur bieden, regels stellen en duidelijk zijn. Jongeren – die hij gelukkig niet behandelt als slachtoffers maar als binnen marges verantwoordelijke wezens – moeten zich daaraan houden en kunnen daarop ook aangesproken worden. Maar dat heeft alleen maar kans van slagen als er oprechte aandacht is voor hun sociaal-emotionele problemen. Zij moeten gezien worden en gekend: dat dienen leraren tot hun taak te rekenen.
In die benadering wijkt Winsemius op een gunstige manier af van een eerder rapport over schoolverlaters, van de taskforce jeugdwerkloosheid. Die adviseerde nog geen twee jaar geleden drop-outs in kazernes en onder militaire leiding te drillen en klaar te stomen voor de maatschappij. Voor sommigen zal dat de enige remedie zijn. Maar voor de jongeren die kampen met een baaierd aan problemen biedt de erkenning dat het onderwijs ook hierin een taak heeft meer perspectief, zeker als die bestaat uit de combinatie van ’hard’ (structuur) en ’zacht’: liefdevolle aandacht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.